Ondanks horrorkatten blijft het gezellig op het eiland

Dieren lijken het deze week in animatieland te hebben overgenomen. Tegelijkertijd met Zootropolis komt de Belgische Robinson Crusoe uit. Regisseurs Ben Stassen en Vincent Kesteloot behoren tot de Europese 3D-pioniers. In Robinson Crusoe vertellen zij Defoes boek over de beroemdste schipbreukeling aller tijden vanuit het perspectief van de dieren die hij op zijn onbewoonde eiland heeft aangetroffen, met name de pratende papegaai Dinsdag. Een aardige manier om de klassieker bij een nieuw publiek te introduceren, al heeft hun film weinig met het origineel van doen.

Robinson is een kluns die het zonder zijn „wilde dieren”, hangbuikzwijntje Rosie, kameleon Carmello en geit Scrubby, nooit gered zou hebben. Ondanks donderstormen en horrorkatten mikt Robinson Crusoe op de jongste bioscoopbezoekers: gebeurtenissen rijgen zich als een reeks gezelligheidjes aaneen. Het bouwen van Robinsons boomhut neemt al snel de halve film in beslag: met touwen en katrollen worden de zwaartekracht en andere natuurwetten getart zoals dat alleen in animatie kan. Het blijft uiteindelijk braafjes: verzorgde, maar nergens noodzakelijke 3D, stijl en kleurenpalet hebben zich in een gulden midden genesteld.