Krokodillentranen bij de dood van Vroom & Dreesmann

Een icoon verdwijnt, achtduizend werknemers staan op straat: warenhuisketen V&D houdt op te bestaan. Daarmee is ook de ontmanteling compleet van het imperium van Anton Dreesmann, de ondernemende nazaat van de oorspronkelijke oprichters. Die bouwde in de jaren zestig en zeventig een conglomeraat dat zich uitstrekte van winkelketens en warenhuizen tot vakantieparken en uitzendbureaus.

Al vanaf de jaren negentig is dit commerciële koninkrijk stukje bij beetje verkocht en afgebroken, tot slechts de oorspronkelijke warenhuizen weer over waren – zelfs ontdaan van hun eigen panden, die in de loop der jaren werden verkocht en teruggehuurd.

In wezen werd toen het lot van V&D al bezegeld. Want wat was het probleem van de jongste pogingen om V&D te redden? In wezen was enkel nog het concept over. En juist dat concept bewees al geruime tijd, met voortdurende verliezen, niet of nauwelijks te werken. Ook als een reddingspoging geslaagd zou zijn geweest, zou die waarschijnlijk hebben gevergd dat V&D onherkenbaar veranderde. En het zou ongetwijfeld eveneens veel ontslagen hebben betekend.

De conclusie moet niet zijn dat ‘het warenhuis’ per definitie zijn beste tijd heeft gehad: er zijn nog genoeg voorbeelden van het tegendeel. Maar de retailsector heeft het in zijn algemeenheid wel uiterst lastig. Internetverkopen, vaak door nieuwe spelers op de markt, scheuren stukken uit de omzet. En ook in de retailmarkt geldt winner-takes-all: de grote steden winnen vaak, kleinere steden en dorpen verliezen. Voor die laatste is de deconfiture van V&D dan ook extra pijnlijk. De sluiting van de vestigingen slaat nieuwe gaten in de toch al geteisterde winkelstraten.

De schade is nu groot: voor de werknemers, van wie met name de ouderen grote moeite zullen hebben een andere baan te vinden. Voor de leveranciers. Voor bezitters van het vastgoed, die de gedaalde waarde van hun panden zullen moeten erkennen. En ook voor voormalig eigenaar Sun Capital. Al zal pas de uiteindelijke afrekening van de curatoren meer duidelijkheid geven over hoeveel verlies deze investeerder werkelijk heeft geleden.

Voor de consumenten rest het verlies van cultuurgoed: iedereen heeft herinneringen aan V&D, al is deze dierbare band kennelijk niet altijd omgezet in klandizie. Er worden dezer dagen veel krokodillentranen geplengd. De dood van de warenhuisketen wordt hopelijk een aanzet tot creatieve destructie: het ontstaan van nieuwe activiteiten op de plek waar Nederland ooit zijn hoeden, petten en dameskorsetten kocht.