Huppert en Streep: grande dames voor een grijze Berlinale

De Franse actrice Isabelle Huppert (62) negeerde beleefd mijn poging tot humor, zondag in het Adlon Hotel in Berlijn. „De reden dat er zo weinig grote rollen zijn voor vrouwen boven de vijftig, is dat u en Meryl Streep die allemaal inpikken”, stelde ik. Huppert: „Eerlijk gezegd: ik heb het niet over Hollywood, maar in Europa zijn er volgens mij nog nooit zoveel rollen voor oudere vrouwen geweest als nu.”

Huppert zelf speelt in 2016 liefst vijf hoofdrollen, waaronder in Elle, de eerste film in tien jaar van Paul Verhoeven (Huppert: „mijn idool!”), en in mei hopelijk in de hoofdcompetitie van Cannes. Maar als grande dame moet ze op deze Berlinale voorrang verlenen aan Meryl Streep, met 66 jaar precies even oud als het Berlijnse filmfestival. Streep heeft na 19 Oscarnominaties, 3 Oscars en 8 Golden Globes nog iets te bewijzen: dat ze ook de rol van juryvoorzitter grootser en meeslepender kan spelen dan iedereen voor haar. Ze maakte deze week overal statements: over gender, gelijke kansen, vluchtelingen.

Zo’n stellingname doet het goed hier, maar er kleeft toch iets zelfgenoegzaams aan deze 66ste editie van de Berlinale. Die heeft iets ouwelijks, braafs en defensiefs. Films zijn redelijk, vrij goed soms, maar niks schokt, schaaft, schuurt of ontregelt. De competitie bevat opvallend veel films over mensen van vijftig jaar en ouder. Gaat het over de jeugd, zoals Quand on a 17 ans van de 72-jarige André Téchine, dan is die rebels noch gevaarlijk, hooguit druistig en stuurloos: gelukkig maar dat ze goed naar hun verstandige ouders luisteren.

Cinema du papa, al met al. Mogelijk ligt dat aan de 67-jarige Berlinale-directeur Dieter Kosslick, die inmiddels aan zijn 15de festival toe is. Aan zitvlees mankeert het hier van oudsher nooit: voorganger Moritz de Hadeln leidde 21 edities, de grote Alfred Bauer 25 edities. Een zekere sclerose sluipt er dan gaandeweg in.

Of ligt het aan het filmaanbod? Met de onstuimige opkomst van Netflix en Amazon gaan het geld, het talent en de opwinding momenteel naar tv-series. Ook veel productiehuizen van kwaliteitsfilms richten zich via coproducties nu op de bingewatchers, constateert The Hollywood Reporter deze week op de Berlijnse filmmarkt. En als het op het beeldscherm gebeurt, is het witte doek aan de oudjes. Gelukkig dat de vakpers een ‘bubble’ – overaanbod – aan tv-series voorspelt. Anders zou ik somber worden van deze grijze Berlinale.