Fausts vibratoloze viooltonen

Het Orkest van de Achttiende Eeuw zet het Frans Brüggenloze tijdperk voort. Na het verlies van de oprichter, dirigent en inspirator in 2014 bleken gastdirecties gemengd succesvol, en dirigentloze projecten soms ronduit riskant. Maar met violiste Isabelle Faust heeft het orkest deze maand een uitstekende dubbelspeler gevonden, zoals zondag bleek in de Rotterdamse Doelen.

In Beethovens Vioolconcert stond de Duitse violiste midden tussen de orkestleden, meespelend met de eerste violensectie alvorens met soms wankele intonatie de beruchte solopartij te beklimmen.

Maar wat als een voorzichtig aftasten van het ensemble begon, liep al snel over in bruisend samenspel. Het orkest etaleerde de vertrouwde zilveren zachtheid en ongeverniste fortissimi. Met een enkel knikje hield Faust de troepen meestal aardig strak in het gelid.

Fausts reconstructie van Beethovens bonte cadens voor solist en pauken droeg bij aan een historisch verantwoorde ervaring. Een hoogtepunt vormde het Larghetto, waar haar vibratoloze viooltonen in dialoog met zachte orkestpizzicato oploste in het niets. Een dirigent had daar alleen maar in de weg gezeten.

Na de pauze zat Faust op een verhoogde aanvoerdersstoel, en realiseerde met natuurlijk gezag een bevlogen uitvoering van Mozarts Symfonie nr.39 en Maurerische Trauermusik. Op deze manier kan het Orkest van de Achttiende Eeuw nog heel lang mee.