Opinie

De Togacolumn: Pussy Riot als maatstaf voor het OM

Wat hebben Pussy Riot en ‘Making a murderer’ met het Nederlandse OM te maken? Tot voor kort niet zo veel. Pussy Riot opent in een zeer recent gelanceerde nieuwe video de aanval op één van de hoogste bazen van het Openbaar Ministerie in Rusland. Pussy Riot geniet wereldwijde bekendheid vanwege hun satirische optredens. Zij kwamen in 2012 in opspraak met muziek gericht tegen Poetin.

 

De vier vrouwen hebben er inmiddels anderhalf jaar cel opzitten wegens verstoring van de openbare orde nadat zij in de Christus Verlosserkathedraal in Moskou een spontaan concert gaven om te prosteren tegen de nauwe banden tussen de Russisch-Orthodoxe kerk en het autoritaire regime van Poetin. Zij zijn inmiddels weer op vrije voeten. En hoe! Blijkbaar vormde de bajes een belangrijke inspiratiebron voor hun nieuwe video. Daarin wordt de machtige aanklager omringd door collega’s in blauwe uniformen die Russische gevangenen martelen en doden, terwijl hij zichzelf tegoed doet aan allerlei materiële geneugten. De omstreden procureur-generaal van het Russische Openbaar Ministerie Joeri Tsjaika zou zich volgens de oppositie samen met zijn zoons schuldig maken aan maffiapraktijken en grootschalige corruptie. Hierover zijn al meerdere berichten verschenen. Ook is er een film gemaakt waarin ernstige misstanden aan de kaak worden gesteld.

Vanuit de VS bereiken ons beelden van een justitieel systeem dat onophoudelijk steken laat vallen. Ik heb het dan over de kijkcijferhit ‘Making a murderer’. Toegegeven, de onlangs verschenen documentaire fascineert en boeit door onophoudelijke en soms ook verbijsterende wendingen en plotten in de gebeurtenissen in een periode van tien jaar. Het vertelt het waargebeurde verhaal van een man die eerst 18 jaar ten onrechte in de gevangenis zat voor een verkrachting die hij niet bleek te hebben gepleegd. Terwijl hij procedeert over de hoogte van de schadevergoeding voor de ten onrechte ondergane straf, wordt hij verdachte in een moordzaak. De stoffelijke resten van een jonge vrouw worden op zijn terrein aangetroffen. Hij moet het opnemen tegen een verbeten aanklager die alles op alles zet om hem levenslang achter de tralies te krijgen Er zijn echter volgens de verdediging aanwijzingen dat er wederom een ‘miscarriage of justice’ plaatsvindt.

Ook het Nederlandse OM kwam recent niet bepaald positief in het nieuws. Onlangs verscheen in het AD een bijdrage waarin werd gesteld dat personeel van het Nederlandse OM vaak in de fout zou gaan. Dit item werd razendsnel overgenomen door andere media, die over elkaar heen buitelden met pakkende headlines en rauwe oneliners. Volgens de suggestieve kop van de Telegraaf zou het Nederlandse OM bestaan uit vechtende en zuipende OM’ers. Daar valt wel een stevige videoclip of documentaire van te maken. Zou dat allemaal waar zijn tenminste. De slijk die er van af droop stonk echter zó erg dat vanuit de misdaadjournalistiek alsook vanuit het OM een tegenreactie kwam: een stevige relativering is op zijn plaats. De inkt was echter nog niet droog of nieuwsbladen en actualiteitenrubrieken berichtten groots dat een officier van justitie zijn eigen bedreiging had gefingeerd. In een interview vertelt hij te zijn bezweken onder de zware werkdruk en eerdere bedreigingen.

De situatie in Rusland laat zien hoe belangrijk het is dat een organisatie als het Openbaar Ministerie er onophoudelijk naar streeft vrij te zijn van onzuivere politieke en persoonlijke belangen. Zelfs van de schijn ervan. De bonnetjes-affaire, de kwestie Volkert van der G., diverse corruptieschandalen en het onheilspellende gerommel op het departement onderstrepen dat nog maar eens. ‘Making a murderer’ herinnert ons aan onze eigen gerechtelijke dwalingen in het verleden. Het benadrukt dat het van wezenlijk belang is dat het OM erop toeziet dat opsporing en vervolging van burgers, en de executie van straffen, eerlijk, rechtvaardig, en volgens de regels verloopt. Processen-verbaal die grove en voor de waarheidsvinding wezenlijke hiaten bevatten, tunnelvisies, het buiten het dossier houden van ontlastend bewijs (of er zelfs niet eens naar op zoek gaan), structureel misbruik van opsporingsbevoegdheden – om zo maar wat te noemen – zijn niet meer van deze tijd en horen in onze rechtstaat niet thuis. Ook ten aanzien van opsporing, vervolging en executie geldt de maatstaf van integriteit. Terugkerende begrippen zijn steeds “transparantie” en “integriteit”. Deze begrippen zijn inmiddels verheven tot een allesomvattend ideaalstreven. In zekere zin natuurlijk ook terecht.

Dit streven naar transparantie en integriteit moet echter niet leiden tot een hype van “blaming en shaming” van de individuele OM’er. Het is niet nodig en het leidt nergens toe. Er is een Bureau Integriteit van het Openbaar Ministerie (het ‘BI-OM’). Een Bureau dat waakt voor de integriteit van het OM en de individuele OM’er, dat er niet voor terugdeinst publiekelijk verantwoording af te leggen voor het gevoerde integriteitsbeleid en de geconstateerde integriteitsschendingen. Het integriteitsbeleid van het Nederlandse OM wordt op Europees niveau gekwalificeerd als ‘best practice’. Dat mogen we als nuchtere en kritische Hollanders best eens tot ons laten doordringen. Natuurlijk, iedere integriteitsschending is er één teveel. Maar ondertussen weet ik het zeker: Pussy Riot zou er trots op zijn!

Miranda de Meijer is advocaat generaal bij het parket in Den Haag en bijzonder hoogleraar OM bij de UvA. De Togacolumn wordt wekelijks geschreven door een rechter, een advocaat en een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie.

Blogger

Miranda de Meijer

Miranda de Meijer studeerde rechten in Rotterdam en werkte bij Spong advocaten in Amsterdam. Zij promoveerde op de rol van het OM in civiele zaken, werd officier van justitie, later advocaat-generaal bij het ressortsparket, gespecialiseerd in cassaties, in Den Haag. Zij is tevens hoogleraar op de bijzondere leerstoel Openbaar Ministerie van de faculteit rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Zij doet daar onder meer onderzoek naar ondermijnende criminaliteit. (Foto UvA Jeroen Oerlemans)