De politie zit het moordeskader op de hielen

De politie was vorig jaar bijna getuige van de mislukte liquidatie van een Amsterdamse crimineel. Een volstrekt unieke zaak. De rechtbank sprak er woensdag voor het eerst in het openbaar over. “Die kankerlijer leeft nog.”

Foto ANP

Het is half een ’s middags als Pieter ‘Pjotr’ R. vanuit zijn flat aan het Fregat in Diemen naar zijn auto loopt. Als hij die donderdag, eind 2015, zijn beige Opel Antara start, ziet hij in het zwart geklede mannen met bedekte hoofden op zich afkomen. Met een kalasjnikov schieten ze 34 kogels af, Pjotr R. wordt zes keer geraakt in de maagstreek. Toch weet hij te ontkomen. Als zijn auto op de vlucht van de weg raakt, houdt hij zich in een sloot verborgen.

De twee schutters verlaten Diemen in een zilvergrijze VW Golf, bestuurd door een derde verdachte. Wat zij niet weten is dat de politie het trio al maanden in de gaten houdt. Nadat ze eerder onder verdachte omstandigheden in een witte Fiat 500 zijn gezien, heeft de politie toestemming gekregen om hun telefoons af te luisteren en de Fiat te voorzien van afluisterapparatuur. Het plaatsen van apparatuur in de Golf was die ochtend mislukt.

Na de schietpartij is het drietal enige tijd uit beeld. Maar iets na acht uur ’s avonds hoort de politie dat twee van hen in de Fiat zijn gestapt. Het zijn Atif M. en Karim S. Ze gaan zich tijden schuilhouden, zeggen ze. “Er hingen overal camera’s.” Ook maken ze zich zorgen over het slachtoffer. “Die kankerlijer leeft nog”, zegt een van hen.

“Hij heeft kanker geluk gehad. Hij heeft er zes in zijn buik gehad.”

Ook zeggen ze tegen elkaar dat er spullen moeten verdwijnen: “De Audi, de semtex, de vesten”.

“Als alles weg is, kunnen ze doorzoeken wat ze willen maar gaan ze niks vinden.”

Vlak na dit gesprek worden de twee aangehouden. De derde verdachte, Qio G., wordt later die avond aangehouden.

In een loods in Lijnden, die de politie ook al een tijd in de gaten hield, wordt die avond een gestolen Audi met Duits kenteken gevonden. In de achterbak liggen acht pakketten met springstof op basis van TNT, in totaal 2,2 kilo. Daarbij vindt de politie een ontstekingsmechanisme en een apparaat om het geheel op afstand te laten ontploffen. Er staat een vingerafdruk van een van de verdachten op.

Volgens het Openbaar Ministerie moeten de verdachten tijdens het onderzoek vast blijven zitten, zeker gezien hun strafblad. “De rechtsorde is in hevige mate geschokt door kille liquidatiepoging op klaarlichte dag midden in een woonwijk.” Volgens justitie doet de “koelbloedigheid waarmee de verdachten te werk gingen, vrezen voor herhaling”. Het drietal hangt een zware straf boven het hoofd als de rechtbank de verdenking, poging tot moord, bewezen acht.

Pjotr R. overleefde de aanslag en maakt het volgens zijn advocaat naar omstandigheden goed. Hij was niet op de zitting en weigert vragen van de politie over het motief van de aanslag te beantwoorden.