Israël zet buitenlandse  pers onder druk na ‘propaganda’

Israël roept buitenlandse journalisten op het matje. Zij zouden anti-Israëlisch berichten. De regering dreigt perskaarten in te trekken.

Bij een aanslag in Jeruzalem op 3 februari kwamen drie daders om. De nieuwskop van CBS News veroorzaakte woede in Israël:  '3 Palestinians killed as daily violence grinds on'.  Minister Regev (Cultuur, Likud) sprak van  „opruiing”. Foto AFP
Bij een aanslag in Jeruzalem op 3 februari kwamen drie daders om. De nieuwskop van CBS News veroorzaakte woede in Israël:  '3 Palestinians killed as daily violence grinds on'.  Minister Regev (Cultuur, Likud) sprak van  „opruiing”. Foto AFP Foto AFP

Echt neutraal was de uitnodiging niet. „Of ik naar de Knesset wilde komen met voorbeelden van de bevooroordeeldheid van onze beroepsgroep”, zegt Luke Baker, bureauchef van Reuters in Israël en hoofd van de Foreign Press Association. „Het eerste wat ik dacht was, dat dit wel wat weg had van een heksenjacht.”

De directe aanleiding voor de uitnodiging in het Israëlische parlement was een kop op de website van CBS News, die grote woede had veroorzaakt in het land. Die kop, gepubliceerd op 3 februari, luidde: 3 Palestinians killed as daily violence grinds on. Wat CBS er niet bij vermeldde, was dat de drie Palestijnen in kwestie eerst een Israëlische agente hadden beschoten. De agente zou later die dag overlijden aan haar verwondingen.

Het hoofd van de Israëlische Government Press Office zei naar aanleiding van de CBS-kop dat hij zou „overwegen de perskaarten in te trekken van journalisten en redacteuren die nalatig zijn in hun werk”. Minister Regev (Cultuur, Likud) stelde dat de „opruiing en propaganda tegen Israël intenser wordt”. En Tzipi Livni, de politica van het Zionistische Kamp die de Knessetbijeenkomst had georganiseerd, meldde dat koppen zoals die van CBS „ten onrechte de indruk kunnen wekken van een sterk land, Israël, tegenover de slachtoffers die Palestijns zijn”.

Natuurlijk, erkent Baker, er gaat weleens iets mis in de berichtgeving over het Israëlisch-Palestijnse conflict. „Meestal gaat het dan om koppen die niet door de correspondent, maar op de redactie zijn gemaakt. Sinds het oplaaien van het geweld, in oktober vorig jaar, zijn er op de duizenden berichten vier of vijf onzorgvuldige koppen gesignaleerd. En deze werden snel gecorrigeerd.”

Wie niet voor ons is, is tegen ons

De vergadering in de Knesset verliep verder rustig, en de kop is al bijna weer vergeten. Maar het hele incident zegt veel over het werk van buitenlandse journalisten in Israël. Buitenlandse journalisten worden er bijna per definitie gezien als anti-Israëlisch. De Israëlische krant Haaretz schreef afgelopen week in haar hoofdredactioneel commentaar dat het symptomatisch is voor tijden van crisis dat de Israëlische blik zich vernauwt tot een ‘wie niet voor ons is, is tegen ons’. Baker stelt op zijn beurt dat de Israëlische overheid altijd wel een beetje de media aanvalt. „Zoals ook mensenrechtenorganisaties worden aangevallen.”

Het feit dat Israël controle wenst uit te oefenen over wat de media berichten, vindt Baker op zichzelf niet onlogisch. „Dat doet elk land. Maar het wordt weleens kwaadaardig. Neem het filmpje dat het ministerie van Buitenlandse Zaken enkele maanden geleden uitbracht, waarin het werk van buitenlandse journalisten in Gaza belachelijk werd gemaakt.”

Het filmpje waar Baker op doelt, begint met een journalist die zegt dat er geen terroristen in Gaza zijn, alleen gewone mensen, terwijl een Palestijn op de achtergrond een raket lanceert. Aan het einde geeft de verteller de journalist een bril en zegt hij tegen hem: misschien zul je nu de realiteit van het leven onder Hamas zien.

Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt in een reactie dat persvrijheid „een van de kernwaarden” is in de Israëlische democratie. „Israël doet zijn uiterste best om de buitenlandse pers in staat te stellen om vrijelijk en zonder enige druk te werken.” Wanneer journalisten hun feiten niet op orde hebben, volgt er een „dialoog”.

Op het filmpje ging de woordvoerder niet in – het was na kritiek al teruggetrokken. Hetzelfde zal gebeuren met de dreigementen om perskaarten in te trekken, verwacht Baker. Maar dat hij namens de buitenlandse journalisten in Israël op het matje werd geroepen in het parlement, baart Baker wel degelijk zorgen. „Het is hier nog geen Rusland of Turkije. Maar het gaat wel die kant op.”

Bekijk hieronder het omstreden Gaza-filmpje: