Artsen willen zelf niet worden gereanimeerd

Patiënten hebben vaak te hoge verwachtingen van geneeskunde.

Foto Peter Hilz

Artsen en verpleegkundigen weigeren zelf veel eerder levensverlengende ingrepen dan ze hun patiënten aanraden. Dit blijkt uit onderzoek van artsenfederatie KNMG en verpleegkundigenkoepel V&VN. In vergelijking met de gemiddelde Nederlander kiezen artsen, als ze zelf ziek zijn en een beperkte levensverwachting hebben, minder vaak voor reanimatie, dialyse of beademing. Meer dan 40 procent van de artsen stelt bovendien dat ze hun patiënten wel eens een levensverlengende behandeling hebben geadviseerd waar ze, als het om hun eigen leven ging, nooit voor zouden hebben gekozen.

Aan het onderzoek deden ruim 2.300 artsen en verpleegkundigen mee. De vragen die hun werden gesteld, werden ook voorgelegd aan een representatieve steekproef uit de Nederlandse bevolking. Vooral de uitkomsten over reanimatie zijn opvallend. 55 procent van de Nederlanders zou nog gereanimeerd willen worden, ook al zijn ze oud en hebben ze een beperkte levensverwachting. Van de artsen en verpleegkundigen zou in dat geval slechts 10 procent voor reanimatie kiezen. Ook bij beademing (7 procent van de artsen zou dat willen, tegen 30 procent van de bevolking) en dialyse (30 procent artsen, 70 procent bevolking) is te zien dat artsen veel terughoudender zijn met hun zorgvraag in de laatste levensfase.

Volgens KNMG-onderzoeker en ethicus Gert van Dijk laat het onderzoek zien dat patiënten soms te hoge verwachtingen hebben van medisch ingrijpen tegen het einde van hun leven. Van Dijk: „Dokters en verpleegkundigen komen elke dag in aanraking met de dood en zien ook de negatieve gevolgen van ingrijpen. Het is bijvoorbeeld uitzonderlijk dat een oudere nog echt goed uit een reanimatie komt. Artsen weten dat, maar patiënten hebben soms een overdreven positief Hollywoodbeeld van reanimatie in hun hoofd. De patiënt heeft vaak te hoge verwachtingen van de geneeskunde.”

Een arts in het onderzoek stelt dat de beroepsgroep zelf meewerkt aan het beeld dat er altijd een behandeling mogelijk is: „Artsen gaan te veel mee in de ontkenning van sterfelijkheid.” Van Dijk: „We kunnen van dit onderzoek leren dat de verwachtingen van patiënten heel anders zijn dan die van de arts. Dat moeten artsen en verpleegkundigen zich realiseren als ze het gesprek aangaan over het levenseinde.”

Sonja Kersten, directeur van de beroepsvereniging voor verpleegkundigen: „We zien in de praktijk dat in de laatste fase van iemands leven vaak doorbehandeld wordt terwijl je je kunt afvragen of dat in het belang van de patiënt is. Vooral als het gaat om kwaliteit van leven. En of de patiënt dat zelf wil.”