‘Aantal scheefhuurders is met 10 procent gedaald’

Dat zei minister Stef Blok (Wonen, VVD) onlangs in de Tweede Kamer.

foto Peter Hilz

De aanleiding

Minister Stef Blok (Wonen, VVD) claimde begin deze maand in een debat in de Tweede Kamer over scheefwonen een belangrijk succes. Het aantal huurders met een te hoog inkomen in woningen die bedoeld zijn voor mensen met een laag inkomen, is in drie jaar tijd met 10 procent gedaald, onder meer als gevolg van zijn scheefhuurdersbeleid.

Woningcorporaties mogen sinds 2013 grotere huurverhogingen opleggen aan huishoudens die meer dan 34.229 euro per jaar verdienen. Ze kunnen daarvoor een inkomenstoets bij de fiscus aanvragen. „We krijgen een evaluatie, maar op een woningmarkt die nooit snel reageert, vind ik een afname van 10 procent in 3 jaar tijd hoopgevend”, zei Blok tijdens het debat.

Volgens Blok wonen er zo’n 500.000 mensen met een te hoog inkomen in sociale woningen, zo zei hij eind vorig jaar in NRC. Dat zou betekenen dat er in drie jaar tijd tienduizenden sociale woningen zijn vrijgekomen. De SP twijfelde al meteen aan dat succes. Volgens woordvoerder Farshad Bashir bedraagt de daling niet meer dan 3 procent. Klopt de stelling van Blok?

Waar is het op gebaseerd?

Blok baseerde zich op het eind vorig jaar gepubliceerde onderzoek Passend wonen van het onderzoeksbureau ABF Research, dat is uitgevoerd in opdracht van de brancheorganisatie van woningcorporaties, Aedes en de Woonbond.

In het eerste jaar na invoering van de inkomensafhankelijke huurverhoging (2013) is volgens cijfers van de fiscus het aantal aanvragen voor inkomenstoetsen met 3 procent gedaald. In de jaren daarna kwam die daling in een stroomversnelling, stelde Blok in november vorig jaar in een brief aan de Kamer. Dat zou blijken uit de meest recente cijfers van de fiscus over 2013, 2014 en 2015.

Het ABF-rapport geeft geen betrouwbaar beeld van de ontwikkelingen op de scheefgroeimarkt, stelde de minister in zijn brief. De cijfers van de fiscus zijn volgens hem betrouwbaarder. Daaruit blijkt dat het aantal inkomensindicaties voor hoge inkomens die de fiscus sinds 2013 aan verhuurders verstrekt, steeds sterker afneemt. In 2015 zijn structureel minder indicaties aangevraagd dan in 2014 en 2013. Dat zou volgens Blok duiden op structureel minder scheefwoners dan in 2013. Volgens hem zelfs 10 procent.

En, klopt het?

Die daling klopt, zo blijkt uit de tabellen van de fiscus. Maar daarmee is de suggestie dat huurders met een te hoog inkomen zijn doorgestroomd nog niet onderbouwd. Huurders kunnen ook minder zijn gaan verdienen. Omdat ze werkloos werden, in de bijstand terecht kwamen, failliet of met pensioen gingen of scheidden – en dus geen scheefhuurder meer zijn.

De fiscus heeft bovendien geen grip op de inkomenssituatie van álle huishoudens, waarover verhuurders een inkomenstoets vroegen. Onder het kopje ‘inkomen onbekend’ staat bij een tabel over 2015: ‘8,5 procent onbekend’. Onder datzelfde kopje in de tabel 2014 is dat nog 4,6 procent.

Van een deel van die potentiële scheefwoners is dus geen inkomen bekend. Een lacune in de statistieken die volgens onderzoeker Berry Blijie van ABP Research gedeeltelijk toe te schrijven is aan onvolkomenheden in de registratiesystemen van de belastingdienst. Daarnaast zijn er corporaties die vorig jaar geen gebruik hebben gemaakt van de inkomensafhankelijke huurverhoging.

Eind april wordt het meest actuele woononderzoek verwacht over scheefwonen, van Aedes en de Woonbond. Daarin wordt pas echt duidelijk of het beleid van Blok een succes is.

Conclusie

Het succes van het scheefwoonbeleid is op basis van de huidige gegevens niet vast te stellen. We beoordelen de stelling van minister Blok dat de scheefgroei met 10 procent is afgenomen als ongefundeerd.