‘Godswonder’ behoedt schipper niet voor onheil

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: hoe ver strekt de zorgplicht van een verzekeraar of bank jegens een klant?

Op 9 augustus 2005 om twee uur ’s nachts werd de Urker kotter Jacoba Alijda op 140 kilometer ten westen van Den Helder geramd door de 180 meter lange Griekse tanker Shinoussa. De kotter zonk binnen een kwartier. Schipper Romkes en zijn Poolse bemanning schoten snel vuurpijlen af, stapten van boord en werden binnen een kwartier uit hun dinghy’s gered door de Katwijker LT 1005. Een „godswonder”, verklaarde Romkes.

Begin deze maand kreeg hij, althans de curator in zijn faillissement, de volgende tegenslag te verwerken. De Poolse matroos die op de fatale dag wacht had op de brug, beschikte over papieren die niet geldig waren in Nederland. Daardoor was de kotter in juridische zin niet zeewaardig. En dus gold ook de verzekeringspolis niet. De schipper had dit kunnen weten als hij uitspraken van de Raad voor de Scheepvaart op VisserijNieuws beter had gelezen.

Het gerechtshof Arnhem/Leeuwarden kreeg nu van de curator de vraag: had het niet op de weg van de verzekeraar, althans zijn tussenpersoon, gelegen om zijn Urker klant daarvan actief op de hoogte te brengen? Had hij dat gedaan, dan was Romkes niet uitgevaren. De verzekeraar schond dus zijn zorgplicht en is daardoor aansprakelijk.

Het hof stelt vast dat de schipper sinds 1985 als zeevisser en sinds 2002 met matrozen van wisselende nationaliteiten werkt en altijd zelf het ‘safe manning certificaat’ (over hun kwalificaties) invult. De schipper zei ook uitspraken van de Raad voor de Scheepvaart doorgaans te lezen, maar deze uitspraak was hem ontgaan. Hij wist dus niet dat zijn matroos onvoldoende was gekwalificeerd.

De rechter vindt dat er in dit licht geen extra zorgplicht ligt bij de verzekeraar om zijn klant nog actief voor te lichten over nieuwe ontwikkelingen. Van een schipper mag worden verwacht dat die zich realiseert, dat „zoiets fundamenteels als de niet-zeewaardigheid van het schip belangrijke gevolgen kan hebben voor de dekking onder de verzekeringsovereenkomst”. De schade is dus voor zijn rekening, niet voor de verzekeraar. Daarbovenop komen nog juridische kosten (19.000 euro) van de verzekeraar.