Advies aan Hoge Raad: vermogensheffing in strijd met eigendomsbescherming

Volgens de advocaat-generaal leidt het fictief vaste rendement van 4 procent waarmee gerekend wordt tot willekeur.

Foto: Lex van Lieshout/ANP

De manier waarop op dit moment belasting wordt geheven over vermogen, is in strijd met het recht van eigendom in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat schrijft advocaat-generaal René Niessen in een advies aan de Hoge Raad.

Voor Box 3 van de inkomstenbelasting wordt momenteel uitgegaan van een fictief, vast rendement op eigen vermogen van 4 procent. Volgens de advocaat-generaal leidt dat tot willekeur. “Mensen die zeer verschillende resultaten behalen op hun vermogen, betalen hetzelfde percentage belasting”, schrijft Niessen. “Wanneer dit vaste percentage belasting niet kan worden betaald uit de opbrengst van het vermogen is er sprake van een oneigenlijke ontneming.”

Het advies aan de Hoge Raad, over een zaak uit 2011, is nog geen uitspraak. Wanneer de Hoge Raad uitspraak doet, is nog niet bekend.

Ministerie oneens

Het Ministerie van Financiën zegt in een reactie zich niet te kunnen vinden in het advies van de advocaat-generaal. “Het ministerie is van mening dat de vermogensrendementsheffing in Box 3 binnen de ruime beoordelingsmarge valt die de wetgever toekomt”, laat het departement in een persbericht weten.

Het ministerie klampt zich hierbij vast aan een eerder arrest van de Hoge Raad in een soortgelijke zaak, vorig jaar april, waarbij het oordeel was dat het huidige forfaitaire stelsel van Box 3 “in beginsel geen inbreuk vormt op het eigendomsrecht”.

Wel erkent het kabinet de “maatschappelijke onrust en onvrede” die er over de vermogensrendementsheffing die is gebaseerd op een fictief rendement. Om die reden heeft staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) zich ten doel gesteld om “op termijn te komen tot een heffing over het daadwerkelijk genoten rendement”.

Omdat een dergelijk systeem voor de Belastingdienst te bewerkelijk en ingewikkeld is, heeft het kabinet voorlopig een tussenstap gezet. Met ingang van 1 januari wordt er onderscheid gemaakt in de vermogensrendementsheffing tussen bescheiden spaartegoeden en hogere vermogens, dat ook uit aandelen en obligaties is samengesteld. Wiebes gaat er daarbij vanuit dat het rendement op aandelen hoger is dan dat op spaargeld.

    • Eva Smal
    • Philip de Witt Wijnen