Worstenbroodje

Je moest ooit weer eens beginnen met het doen van leuke dingen en dus boekte ik een citytrip. Dat klinkt exotisch, maar in de praktijk was het een overnachting in een hotel in het centrum van Eindhoven. In een ‘kindvriendelijke hotelkamer’, dat wel.

De receptioniste zei dat we wakker zouden worden op Valentijnsdag, een feestdag die ons was ontgaan, maar die wel verklaarde waarom al die andere hotels met kindvriendelijke kamers waren volgeboekt. Voor ons betekende Valentijnsdag dat er ’s morgens ‘een verrassing’ in de hal zou staan. Ze mocht nog niet verklappen wat of het was, maar vroeg voor de zekerheid wel of we van worstenbrood hielden.

„We krijgen worstenbrood!” zei ik tegen de vriendin, waarop de receptioniste vroeg of we dat alsjeblieft aan niemand wilden verklappen. Ze sloot af in het Engels: „Happy Valentine!”

Wij naar boven, naar de kindvriendelijke hotelkamer, waarvoor we, om bij de liften te komen, twee trapjes moesten nemen. Probeer dat eens met een huilend kind in een kinderwagen waaraan te veel tassen hangen, en je citytrip in Eindhoven is goed begonnen.

We rolden kibbelend de lift in en vielen in een groepje van twee keer twee verliefde mensen die in hun witte hotelochtendjassen uit stonden te druppen van het zwembadje dat Spa Wellness werd genoemd.

„Hee”, zei een jongen in wiens nek nog net de toppen van zijn tatoeage te zien waren, „die baby huilt”.

Er schoot van alles door me heen om terug te zeggen, waarvan ‘Hee, die verrassing morgenvroeg, dat is worstenbrood’ het gemeenste was, maar ik hield mijn mond.

In de kamer was het zoeken naar het ‘kindvriendelijke’ aspect, wat we uiteindelijk dachten te vinden in een babybedje in een bezemkast. Was het de bedoeling dat we haar daar in zouden stoppen, met haar hoofdje onder de elektriciteitsmeter?

„Dat kan”, zei de receptioniste desgevraagd, „maar ik zeg er altijd bij: doe de deur voor de zekerheid op een kiertje”.

Ze maakte zich meer zorgen over de worstenbroodverrassing, ik had mijn mondje toch niet voorbijgepraat?

Omdat het restaurant van het hotel was volgeboekt, want bijna Valentijn, volgde er een soort crisisberaad op het bankje van de kindvriendelijke hotelkamer waarvan de uitkomst was dat ik eerst op de gang een babysit-app uittestte, maar uiteindelijk vonden we onszelf terug op het terras van een pizzeria in een winkelcentrum. De Italiaanse familie die de zaak runde was naar eigen zeggen even Brabants als Italiaans. Ze hielden heel erg van baby’s en kwamen allemaal met het hoofd boven ons goed verpakte exemplaar in de kinderwagen hangen.

Eentje zei: „Ze lijkt wel een worstenbroodje.”

We wisten inmiddels dat dit in Brabant een groot compliment is.