‘Thuis heb ik geen verwarming’

Hoe pakt de nieuwe uitkeringswet in de praktijk uit? NRC gaat naar de sociale dienst. Vandaag: Almere, waar bijstandsgerechtigden die kosten delen, nu worden gekort. En ze redden het niet.

Illustratie Anne van Wieren

In gezondheidscentrum De Spil in Almere is het lekker warm. En dus doet de eerste cliënt op het ochtendspreekuur van het ‘schuldenteam’ haar jas uit. Een vrouw van 45 jaar, geboren in de Dominicaanse Republiek. Thuis houdt ze haar jas altijd aan. Al vanaf september vorig jaar is ze afgesloten van de stadsverwarming. 

Lees ook ons eerdere deel uit de serie: Wie in Veghel een uitkering wil, moet langs Simone Verbeek zien te komen - ‘Soms bluf ik een klant de deur uit’.

Van de vereniging Humanitas, die mensen helpt met hun administratie, heeft ze een map gekregen voor de papieren over haar inkomsten en uitgaven. Die heeft ze bij zich, maar niet de brief van tv- en internetaanbieder Ziggo over het incassobureau dat op haar was afgestuurd. „Sorry”, zegt de vrouw tegen sociaal raadsvrouw Adrienne Waverijn van het ‘Team Ondersteuning Schuldstabilisatie’ (TOSS). „Ik was zo gehaast. Mijn kleinzoon logeerde bij mij en hij wilde niet uit bed komen.”

De vrouw werkte als schoonmaakster totdat ze pijn kreeg aan haar polsen. Nu heeft ze bijstand en hoe het precies is gekomen, kan ze niet uitleggen: ze heeft een schuld van 10.000 euro. Tot 1 juli 2015 kreeg ze 738 euro per maand van de sociale dienst. Vanaf die tijd geldt de ‘kostendelersnorm’ uit de Participatiewet: wie met andere volwassenen in huis woont, krijgt een lagere uitkering. De vrouw krijgt nu 413 euro – haar zoon van 26 woont bij haar. Hij is laagbegaafd en werkt soms in een vleesverwerkingsbedrijf.

Adrienne Waverijn wil weten of haar zoon al bijstand heeft aangevraagd, zoals ze de vrouw eerder had aangeraden. Dan hebben ze samen wat meer geld. De vrouw zegt: „Hij is ermee bezig. Maar nu werkt hij weer, dus ja...”

Kinderen sneller uit huis

Er zijn veel strenge maatregelen uit de Participatiewet die gemeenten, als ze dat nodig vinden, minder streng kunnen toepassen bij hun inwoners met bijstand. Maar de kostendelersnorm móét. De bezuiniging die gemeenten ermee kunnen binnenhalen, zo’n 95 miljoen euro per jaar, is al verrekend in het bedrag dat ze voor hun bijstandsgerechtigden krijgen van de Rijksoverheid.

Er is nog niet nagegaan wat het effect is op de armoede onder bijstandsgerechtigden. In Almere valt 15 procent van de 5.817 bijstandsgerechtigden onder de kostendelersnorm. Omdat de maatregel nog maar geldt sinds juli vorig jaar, weten de medewerkers van het TOSS-team nog niet precies hoe hard de maatregel aankomt bij mensen met schulden. Als je ernaar vraagt, hebben ze wel meteen cliënten voor ogen voor wie ze afspraken hadden gemaakt met schuldeisers – en die het nu niet meer redden. Zoals de vrouw met psychiatrische problemen en met vier volwassen kinderen bij zich in huis. Steeds maar weer dreigde het gezin op straat te worden gezet en steeds maar weer kon het schuldenteam dat voorkomen. Nu er van haar inkomen zo weinig overblijft – hoe meer volwassenen, hoe minder bijstand – zit dat er niet meer in.

„Ik zie ook dat mensen soms ingrijpende beslissingen nemen”, zegt maatschappelijk werker Hanneke Tanger van het schuldenteam van Zorggroep Almere. „Kinderen van net in de twintig moeten eerder het huis uit dan de bedoeling was, wat ook weer druk zet op de sociale huurmarkt.”

Ze maakte één keer mee dat de zoon van een vrouw in de bijstand door de korting sneller een baan vond. „Maar ik zie ook mensen bij wie dat niet zal gebeuren, door allerlei ingewikkelde omstandigheden.”

De vrouw van 45 was in het najaar haar huurtoeslag kwijtgeraakt. Sociaal raadsvrouw Waverijn belt er in het spreekuur over met de Belastingdienst. Een medewerkster legt uit waarom de toeslag stopte: er stonden vier mensen ingeschreven op het adres en er waren geen gegevens over inkomsten. Maar nu staan er twee, ziet ze op haar computer. Dus de toeslag komt weer: 292 euro per maand. „Dat is een welkome boodschap voor mevrouw”, zegt Waverijn. „Dat kan ik me voorstellen”, zegt de medewerkster van de Belastingdienst vriendelijk.

Voedselbank

De volgende cliënt is 50 jaar, gescheiden. Na een herseninfarct is ze haar werk als boekhouder kwijtgeraakt en nu leeft ze van maar 400 euro bijstand per maand, omdat ze een volwassen pleegzoon in huis heeft die werk zoekt. Ze noemt haar schulden op: 2.000 euro rood bij de ING, 5.447 euro bij de SNS-bank, 4.200 bij Wehkamp, 187 euro bij de Belastingdienst. En dan huilt ze bijna. „Ik weet niet hoe het verder moet. Ik loop al bij de voedselbank.”

Waverijn knikt. Ze legt uit dat Humanitas komt helpen met haar administratie. Haar pleegzoon moet bijstand aanvragen.

Over brieven van incassobureaus hoeft ze zich geen zorgen te maken, haar inkomen is te laag voor een beslaglegging. Belangrijk zijn nu: huur, gas en licht. Voor de andere schuldeisers wordt later een oplossing bedacht. De vrouw staat op. „Bedankt. Maar ik weet nu niet meer wat er is gezegd.” Waverijn pakt een papier. „Wacht maar, ik schrijf het voor u op.”

    • Petra de Koning