Onthullende verradersmonoloog zonder valse pathetiek

Helmert Woudenberg
Helmert Woudenberg Foto Sanne Helgenberge

Een emaillen mok om water uit te drinken, een kale houten bank en een benauwend grijs decor: in een ingetogen entourage brengt acteur Helmert Woudenberg zijn solo Landverrader. Dit is de gevangeniscel waarin NSB-er en nationaal-socialistische vakbondsleider Hendrik Jan Woudenberg na de oorlog terechtkomt. Aanvankelijk klinken er geluiden van dichtslaande deuren, sleutels en holle voetstappen op de gang, daarna sterft alles weg en is het volkomen stil.

Jan Hendrik Woudenbergs kleinzoon is theatermaker Helmert Woudenberg die, ongewild, belast en behept is met het ‘foute’ verleden van zowel grootvader als vader, die als SS-er stierf aan het Oostfront. De toneelspeler is altijd open geweest over het verleden van zijn grootvader en vader; in eerdere voorstellingen als De hel (1998) getuigde hij openlijk van de collaboratie in zijn familie.

Acteur Woudenberg verhaalt in zijn monoloog bijna twee uur over de lotsverwikkelingen van grootvader. Zonder valse pathetiek of pogingen tot eerherstel neemt Woudenberg het woord: indringend, dwingend, met als enige variatie gevangenisgeluiden en redevoeringen met de stem van grootvader. Diens nazistische sympathieën zijn aanvankelijk goed bedoeld. Hij ontwaart in Duitsland nieuw elan en saamhorigheid onder de arbeiders. Zo, balancerend tussen naïviteit en het geleidelijke besef van verkeerde keuzes, zet Woudenberg zijn personage neer, vakkundig gebruik makend van zijn talent plots een ander personage uit te beelden. Opeens staan fascisten als Mussert en Rost van Tonningen daar met die zwarte stemmen uit het verleden, die helse gebaren.

Knap is de keuze de gebeurtenissen stap voor stap vanuit het verleden te beschrijven en er niet met hedendaags inzicht naar te kijken. Hendrik Jan verdedigt zelfs Mussert, die zich er altijd tegen verzette nazi-Duitsland in jodenhaat te volgen – tot hij tot antisemitisme werd gedwongen. Op raadselachtige, knappe manier laat Woudenberg de overtuiging van onschuld zodanig ontsporen, dat er sprake gaat zijn van schuld, verraad en zelfs vernietiging. Wat Woudenberg toont is de tragedie van de glijdende schaal: elke keer een stap mee met de nazi’s betekent uiteindelijk een fatale en noodlottige uitkomst. Dat is imposant in alle soberte.