Het lijkt wel een sprookje, totdat vader een aanslag pleegt

Het is maar een veredeld reclametekstje natuurlijk, zo’n blurb. Maar als je dan toch een collega moet vinden die er eentje voor je schrijft dan is David Vann, wiens Aquarium onlangs nog tweemaal in de eindejaarslijst van deze krant werd genoemd, een ideale kandidaat. Vann heeft wel een opvallende manier van aanbevelen overigens. Want wat schrijft hij half snerend op de flap van het prachtig uitgegeven Een sprookje van de Deen Jonas Bengtsson? ‘Als Cormac McCarthy’s The Road een werkelijke relatie te bieden had in plaats van alleen een leegte die de lezers invullen, dan zou het in de buurt kunnen komen van Jonas Bengtssons Een sprookje.’

De relatie waar Vann het over heeft is een vader-zoon-relatie, want net als in The Road is dat waar het in Een sprookje om draait. Zoon vertelt, maar pa is eigenlijk de hoofdpersoon. Die is ergens voor op de vlucht en hij heeft zijn zoon meegetrokken in een zwervend bestaan door het Denemarken van de jaren tachtig. Baantje hier, biertje daar.

Langzamerhand ontstaat er door de zuinig toegeworpen brokjes informatie een portret van pa: hij is een vastgelopen wetenschapper, hij filosofeert er aanstekelijk op los en hij is op een buitenissige manier politiek geëngageerd.

Dat heeft Bengtsson verdraaid goed voor elkaar weten te krijgen, de vader is in wezen helemaal geen nare man. Hij laat zijn kind weliswaar niet naar school gaan, maar hij ís er wel voor hem. En de liefde is wederzijds. Als het de opvallend gelijkmatige vader, die ook nog eens een great communicator is, eens een keer tegenzit troost het kind hém, in plaats van andersom. Het lijkt wel een sprookje, het leven van die twee, in de fijnste zin des woords.

Maar zo’n leven kan natuurlijk niet standhouden. Het tij keert wanneer de vader de daad bij het woord voegt door een politieke aanslag te plegen. De zoon raakt contextloos doordat zijn enige referentiekader uit zijn leven is verdwenen. Bengtsson kleurt het sprookje dan alsmaar zwarter in, en met zijn schets van het rauwe, richtingloze leven dat de zoon op latere leeftijd leidt lijkt hij een pleidooi voor maatschappelijk conformisme te willen houden.

Leuk, dat eigenzinnige en autonome bestaan, maar een mens kan zich maar beter naar de regels van de samenleving voegen, want andersom gebeurt het niet. Wat rest zo’n joch nog? De kunst, uiteraard. En papa helpen natuurlijk. Erg bijzonder wat Bengtsson allemaal bij je gedaan krijgt met zijn staccato-achtige zinnen. Vann overdreef niet.