Bijklussen noodzaak voor veel journalisten

Freelance journalisten schrijven ook voor bedrijven of de overheid. Wat betekent dat voor de onafhankelijkheid van de pers?

Illustraties iStock

Ben je nog journalist als je voor de minister werkt? Journalist Margalith Kleijwegt vindt van wel. Onlangs kwam zij in het nieuws omdat zij een rapport had geschreven voor het ministerie van OCW (zie inzet). Ging Kleijwegt hiermee de grens over tussen journalistiek en voorlichting? Een journalist – zo luidt de gangbare ethiek – moet onafhankelijk kunnen schrijven, losstaand van de overheid, bedrijven of belangengroepen. Kan dat wel als je in opdracht van een zo’n instelling werkt?

Volgens vakblad Villamedia zijn 5.600 van de 18.000 journalisten in Nederland inmiddels zelfstandig. En journalistiek werk wordt steeds slechter betaald. De freelancers kunnen niet meer leven van journalistiek werk alleen. Dus doen ze niet-journalistiek werk erbij. Bijklussen is noodzaak. Uit een enquête van vakbond NVJ blijkt dat 55 procent van zijn zelfstandige leden het doet. Freelancejournalist Stella Braam: „Ik ben ondernemer, ik heb meerdere paarden op stal. Eén daarvan is de journalistiek.”

Uit een onderzoek van ondermeer de NVJ blijkt dat de tarieven van kranten en tijdschriften dalen. In tien jaar tijd is daardoor het inkomen van freelancejournalisten met 20 procent gedaald – na inflatiecorrectie. Vier op de tien is afhankelijk van het inkomen van de partner. Het bruto jaarinkomen is gemiddeld 23.000 euro. Netto zo’n 1.100 euro per maand; het salaris van een beginnende thuiszorghulp of ijzervlechter. Onder hbo-niveau in ieder geval.

Nu een vast dienstverband niet meer vanzelfsprekend is, en de pers versnippert, wordt het voor de freelancer steeds belangrijker om zichzelf te verkopen. Zij worden zelf het hoofdmerk. Jeroen Smit, hoogleraar journalistiek te Groningen, vindt dat freelancers zich meer als ondernemer moeten opstellen, en daar hoort werken voor bedrijven ook bij. Driekwart van hun inkomen verdienen freelancers in de journalistiek, één kwart elders. Freelancejournalist Nick Kivits, die onder meer schrijft over technologie en ruimtevaart: „Ik zie freelancers wegtrekken bij de dagbladen, omdat daar niets valt te verdienen. Het wereldje is harder aan het worden.” Kivits wijst op de strijd tussen freelancers en de Persgroep over het afkopen van het auteursrecht.

Terwijl de journalistieke markt krimpt, groeit de pr-markt. Daar kun je veel meer verdienen. Freelancejournalist Martine de Vente, die over geld en werk schrijft voor De Telegraaf, Het Parool en Libelle, haalt zo’n 10 procent van haar inkomen uit „pr-achtige klusjes”: „Ik schrijf soms een persbericht, ik maak teksten voor ondernemers uit de buurt. Ik heb het vroeger meer gedaan, vooral voor de UWV. Bijklussen is een vorm van financiering van je journalistieke werk. Als je een dikke vette klant van 100 euro per uur hebt, kun je van dat geld weer mooi dat belangrijke onderzoeksproject doen, waar je vrijwel niets mee verdient.”

Aan het bijklussen kleeft een gevaar: de journalist werkt voor degene die hij kritisch en onafhankelijk zou moeten volgen. Wat bijvoorbeeld wringt is dat overheden en bedrijven doorgaans een ander belang bij publiciteit hebben dan journalisten. Om te beginnen willen die opdrachtgevers doorgaans een positief beeld van zichzelf schetsen. De journalist richt zich vooral op de dingen die misgaan.

Tijdens het Grote Schnabbel Debat dat de NVJ in juni in Utrecht hield, zei hoogleraar Jeroen Smit: „Er is maar één reden waarom iemand jouw stuk zou willen lezen, en dat is omdat ze erop vertrouwen dat je geloofwaardig bent.” Als een journalist ook voor niet-journalistieke bedrijven werkt, zal hij minder geloofwaardig overkomen als hij vervolgens als journalist over die bedrijven schrijft.

Een journalist moet onafhankelijk zijn. Martine de Vente: „Wiens brood men eet, diens taal men spreekt. Ik let wel altijd goed op dat er geen belangenverstrengeling is. Als ik voor de UWV schrijf, ga ik niet elders óver het UWV schrijven. Soms is dat lastig; je wordt gevraagd om je specialisme, dus je blijft in dezelfde hoek.”

De Vente is stellig: „Bedrijfsjournalistiek is geen journalistiek.” Maar anderen zien dat verschil niet zo. De helft van de ondervraagden uit de NVJ-enquête ziet bijklussen niet als probleem. Ze vinden dat ze zelf de grens van hun onafhankelijkheid kunnen bewaken.

Stella Braam is onderzoeksjournaliste, vaak undercover actief. Ze schrijft reportages voor Vrij Nederlanden reportageboeken over daklozen, Grijze Wolven, alzheimer. Braam noemt als nadeel van bijklussen: wie voor een bedrijf werkt, belooft doorgaans om niet uit de school te klappen. Terwijl uit de school klappen zo ongeveer de hoofdtaak is van een journalist. Braam: „Ik ben weleens gevraagd om te komen observeren in een verpleeghuis. Ik heb daar vreselijke dingen gezien en dat heb ik aan de directie gemeld. Maar ik ben er niet mee naar een krant gestapt. Achteraf gezien had ik dat wel moeten doen.”

Braam over journalistiek ondernemen: „Het werk stopt niet bij het schrijven van een artikel. Daarna kun je nog lezingen geven, lesgeven. Als je over varkens schrijft, kun je misschien iets met Wakker Dier doen.” Voor Tabaknee.nl, een website van Stichting Rookpreventie Jeugd, schrijft Braam bijvoorbeeld onderzoeksverhalen over de tabakslobby. Journalistiek gemaakt, maar met een buitenjournalistiek oogmerk: voorkomen dat kinderen gaan roken.

Braam gelooft niet in een strikte scheiding. Haar boek Ik heb Alzheimer, over de ziekte van haar vader, liet ze door acht partijen sponsoren. „Ik heb wel gezegd dat ze het vooraf niet kregen te lezen, en dat ze geen zeggenschap hadden over de inhoud. Achteraf zei één sponsor – een koepel van verpleeghuizen – dat ze het niet leuk vonden hoe ik het verpleeghuis van mijn vader had neergezet. Jammer.”

    • Wilfred Takken