Zeespiegel stijgt echt sneller

Na 18 jaar meten is het duidelijk: de zeespiegel stijgt echt sneller dan 50 jaar geleden. Met 3 mm per jaar, dat is de helft meer.

Henry Worsley, die 24 januari jl. overleed tijdens solotocht op Antartica.
Henry Worsley, die 24 januari jl. overleed tijdens solotocht op Antartica. foto tim stewart

Het vermoeden dat de zeespiegel steeds sneller stijgt is bevestigd. Uit satellietmetingen blijkt dat de zeespiegel, gemiddeld over de hele wereld, tussen 1992 en 2010 met ongeveer 3 mm per jaar steeg. Eerder kwamen schattingen al op deze waarde uit, maar nu er 18 jaar is gemeten, is meer vertrouwen in de betrouwbaarheid van de metingen ontstaan.

Een stijgsnelheid van 3 mm per jaar betekent een flinke versnelling. Uit waarnemingen aan klassieke peilschalen werd voor het tweede deel van de twintigste eeuw een – mondiaal gemiddelde – stijgsnelheid van ongeveer 2 mm per jaar afgeleid. Een geleidelijke toename van die snelheid, onder invloed van de klimaatverandering, werd al lang voorzien en lijkt inmiddels vast te staan. Voor de Nederlandse en Duitse Noordzeekust is overigens geen versnelling aangetoond.

De nieuwe satellietwaarnemingen zijn gisteren in Venetië bekend gemaakt op een conferentie van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. De conferentie is geheel gewijd is aan radarhoogtemetingen die vanuit satellieten worden verricht. Slechts een deel van die metingen houdt verband met klimaatverandering.

De zeespiegel steeg tussen 1992 en 2010 lang niet overal even snel. De ESA presenteerde een gedetailleerde kaart die laat zien dat het zeeniveau bij de Filippijnen in die periode met wel 8 mm per jaar steeg. Voor de Amerikaanse westkust daalde het niveau met zo’n 3 mm per jaar. Dit soort onregelmatigheden hangt samen met verschillen in het tempo waarmee het zeewater opwarmt, maar ook met verschillen in zoutgehalte. Verder zijn ook zeestromingen erop van invloed.

In het laatste klimaatrapport van het VN-klimaatpanel IPCC (2007) moest nog in het midden blijven of de satellietwaarnemingen de nieuwe trend aangaven. Er kon ook een tijdelijk effect zijn gesignaleerd, want in de veranderingen van de zeespiegel zit van jaar tot jaar veel variatie.

Aangenomen wordt dat het smelten van de landijsmassa’s en het opwarmen van de oceanen in ongeveer gelijke mate verantwoordelijk zijn voor de stijging van het zeeniveau. Vorig jaar kwam het tijdschrift Geophysical Research Letters met berekeningen die de bijdrage van het smeltende landijs voor de periode 1972 tot 2008 op 1,1 mm per jaar ramen.

Het uitzetten van het zeewater dat door opwarming wordt teweeg gebracht zou het niveau met 0,8 mm per jaar doen stijgen. Toegenomen grondwateronttrekking voegt er 0,3 mm per jaar aan toe, maar die laatste bijdrage werd volgens de studie ruimschoots gecompenseerd door de ophoping van water in stuwmeren en dergelijke (een effect van minus 0,4 mm per jaar.)

Eerste auteur van de studie, die als de meest gezaghebbende van dit moment geldt, was John Church uit Hobart, Tasmanië. Voor een zeespiegelstijging van zo’n 2 mm per jaar werd de balans als redelijk sluitend beschouwd.

Voor de nieuwe waarde van 3 mm per jaar moest vooral de bijdrage van het ijsverlies van Groenland en Antarctica worden opgevoerd (tot 1,7 mm per jaar). Dat ijsverlies is moeilijk te meten. Net toen het vorige klimaatrapport van het IPCC werd afgesloten brak het inzicht door dat het ijsverlies daarin waarschijnlijk was onderschat. Aangenomen wordt dat het klimaatrapport dat volgend jaar verschijnt een beduidend grotere stijging voorspelt dan de maximaal 59 cm tussen 1990 en 2100 die in 2007 werd verwacht.

De zeespiegel stijgt al meer dan een eeuw. De stijging in de negentiende eeuw kwam waarschijnlijk van diverse landgletsjers die toen korter werden. De laagst gelegen delen van gletsjers zijn erg gevoelig voor opwarming.