‘Wie zich hier misdraagt, wordt vroeg of laat gepakt’

Na de racistische spreekkoren tegen Ajax trad de club keihard op tegen de betreffende fans. Het credo is helder: zero tolerance. „Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.”

Bij Ajax-Feyenoord hing zondag in de Arena een pop – aan een strop – met op het shirt de naam van Feyenoorddoelman Kenneth Vermeer. Hij speelde in het verleden bij Ajax.
Bij Ajax-Feyenoord hing zondag in de Arena een pop – aan een strop – met op het shirt de naam van Feyenoorddoelman Kenneth Vermeer. Hij speelde in het verleden bij Ajax. Foto OLAF KRAAK/ANP

De politie in Den Haag wilde vorig jaar wel eens weten of de afdeling veiligheid van ADO Den Haag wist wie er allemaal in het beruchte Vak Midden Noord zitten. Veiligheidsmensen van ADO namen de proef op de som en drukten een enorme foto af van de betreffende vakken. Meer dan de helft van de fans werd met het blote oog herkend. De rest werd in kaart gebracht via eigen opsporingsmiddelen. Uitkomst: bijna honderd procent opsporingsgarantie. Big brother is watching you.

Via deze wegen kon ADO drie weken geleden direct 24 stadionverboden opleggen nadat Ajax-speler Riechedly Bazoer racistisch was bejegend in Den Haag. Vier andere verdachten worden nog gezocht. „Maar we hebben goede hoop dat we die ook identificeren”, zegt Marcel van der Holst, Manager Stadion en Wedstrijdorganisatie bij ADO. Supporterscoördinator Koos Roeg: „Als je twintig jaar geleden een trein sloopte, hoefde je alleen maar het station uit te komen om veilig te zijn. Nu kun je ook na een jaar nog gepakt worden. Wie zich hier misdraagt, wordt vroeg of laat gepakt.”

ADO Den Haag kan sinds de verhuizing naar het Kyocera Stadion (2007) een zero tolerance-beleid hanteren. Omdat het oude Zuiderpark een vrijstraat was voor onruststokers , was verbeterde beveiliging een halszaak. Overal kwamen camera’s, er kwam een systeem waarmee de bron van spreekkoren kan worden gedetecteerd en de club plaatste in clubkaarten een chip met biometrische gegevens. Seizoen- en clubkaarthouders moeten in het stadion in een scanner kijken. Kiest ADO voor honderd procent gezichtsherkenning, dan komt niemand erin op een kaart van een ander. Meer dan honderd mensen hebben er momenteel een stadionverbod.

Maar wat als iemand zonder clubkaart vier kaarten koopt via het online ticketsysteem bij een sigarenzaak? Ook dan kan ADO de identiteit van de betreffende bezoekers achterhalen. Dat gebeurde bij één van de mannen die meedeed aan de oerwoudgeluiden. Een kwestie van manuren en rechercheren.

Er werden net zo lang camerabeelden teruggespoeld tot ze de supporter het stadion zagen binnenkomen. De man deed dat met een kaart die minder anoniem is dan het lijkt. Er zijn bankgegevens aan verbonden die ADO bij wangedrag mag inzien. Via de koper van de kaart kan de supporter worden opgespoord. „Als koper ben jij aansprakelijk voor het gedrag van de mensen die je meeneemt”, verklaart Van der Holst.

Toch zijn dat over het algemeen niet degenen die ze zoeken. De racistische spreekkoren waren vooral afkomstig van seizoenkaarthouders, jongens die Roeg soms al vijftien jaar kende. „Voor een onbekende is het niet te doen om hier de boel op stelten te zetten”, zegt hij. „Op zo’n moment is er wel degelijk sociale controle. Iedereen zal over je praten en aan elkaar vragen wie je bent.”

Bij ADO hebben ze een omslag gemaakt in de benadering van incidenten. Smoesjes zijn passé en geen enkele vorm van wangedrag wordt rechtgepraat.

Roeg en Van der Holst zijn ervan overtuigd dat andere clubs hun achterban net zo goed als ADO kennen, maar toch horen ze na incidenten dat die clubs niet weten wie de daders zijn. Door die geringe pakkans misdragen de verantwoordelijke supporters zich de keer erop weer. Van der Holst: „Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.”

Zelf hebben ze die fouten ook gemaakt. Waren er zeshonderd stoelen in het uitvak gesloopt, zeiden ze dat die stoelen niet goed gemonteerd waren. „Maar dan doe je alsof dat schoppen erbij hoort”, zegt Roeg.

De harde hand regeert. Wie in Den Haag vuurwerk afsteekt, wordt in negentig procent van de gevallen nog tijdens de wedstrijd van de tribune gehaald. Wie iets op het veld gooit, idem dito. Bij sommige andere clubs wordt in tien minuten tijd meer op het veld gegooid dan bij ADO in een heel jaar, zeggen ze.

Genade voor de spijtoptant? Niet meer. Raddraaiers weten inmiddels dat ze supporterscoördinator Roeg niet meer voor hun karretje hoeven te spannen als ze voor hun onschuld pleiten. Vroeger trapte hij daar nog in, maakte hij zich hard voor hen. Nu is zijn reputatie zo dat alleen degenen hem bellen die oprecht menen dat hun zaak anders ligt. In dat geval gaat hij met ze in gesprek.

Zijn collega Van der Holst praat soms met overtreders. Dan laat hij in het stadion de beelden zien van het incident. Maar alleen als de daders inlevingsvermogen tonen. „Sommigen komen hier met een grote mond en gaan met de staart tussen de benen weg. Dan wil ik een hersteltraject wel overwegen.”

Dat hersteltraject kan gekoppeld zijn aan een werkstraf of gesprekken met instanties als het lokale bureau tegen discriminatie en de Anne Frank Stichting. Met beide organisaties voert ADO gesprekken. Maar wie direct schermt met een advocaat en beelden opeist, ziet Van der Holst liever niet meer terug.

De pakkans is het grootste wapen waarmee ADO schermt. Soms wendt Roeg zich op voorhand al tot jongens die een potentieel probleem voor de club kunnen zijn en van wie hij weet dat ze de politie liever mijden. „Dan zeg ik: je bent lekker bezig bij ADO. Maar als jij de crimineel wil spelen, ga dan vooral niet in de schijnwerpers van ADO staan. Het is de snelste weg om bekend te worden bij de politie. Voorbeelden genoeg van jongens die via ADO zijn gepakt voor andere zaken.”