Wat is er mis met Europa, en wat doen we eraan?

We gomden de binnengrenzen uit, maar verzuimden de buitengrens te bewaken. We voerden de euro in, maar schraagden die niet met een gezamenlijke begroting. Accidents waiting to happen omdat Europa altijd ieders stiefkind is geweest. Caroline de Gruyter heeft een oplossing.

Premier Mark Rutte poseert met Europese staatsleider. Foto Olivier Matthys/ANP

In november besloot een comité van technici in Brussel dat autofabrikanten in Europa tot 2020 de uitstootnormen voor dieselauto’s mochten blijven overschrijden. Veel mensen werden daarop woedend. Wat dachten die techneuten in Brussel wel?

Vooral in Frankrijk was de verontwaardiging groot – mede doordat de media er aandacht aan besteedden. De krant Le Parisien interviewde de Franse minister van Milieu, Ségolène Royal, over het dieselbesluit. Royal was bijzonder geagiteerd en noemde het „onbegrijpelijk”. Ze fulmineerde: „Die technici leggen verantwoording af aan niemand”! Ze eiste een „bijeenkomst ter opheldering” en stelde voor de besluitvormingsprocedures van technici „die dit soort zware beslissingen nemen, te herzien”. De minister herhaalde deze opmerkingen op RTL-televisie.

Wat niemand erbij vermeldde, Royal ook niet, was dat het technische comité in Brussel bestond uit twee vertegenwoordigers per EU-lidstaat. De Europese Commissie had op de bewuste bijeenkomst voorgesteld om de bestaande overschrijding van dieselnormen eindelijk te stoppen. Maar landen met grote auto-industrieën hadden hier een stokje voor gestoken. Waaronder Frankrijk.

Nationale vertegenwoordigers in dit soort comités stemmen niet op eigen houtje. Ze handelen op instructie van hogerhand. De Franse vertegenwoordigers stemden dus op last van Parijs tegen het voorstel van de Commissie. Ofwel, op last van Mme Royal.

Laat Brussel maar boeman spelen
Deze anekdote toont perfect aan wat er mis is met de Europese Unie: het feit dat vrijwel niemand zich verantwoordelijk voelt voor Europa. De reden dat Europa het zo moeilijk heeft, is niet Brexit, niet de instroom van vluchtelingen en niet de doorsudderende banken- en eurocrisis. Dat zijn maar symptomen, hoe ernstig ook. Het ware probleem is dat de nationale politici die Europa moeten laten draaien hun werk niet goed doen, en vervolgens ‘Brussel’ de schuld geven.

En niemand rekent hen daarop af.

Alle nationale politici gaan met Europa om zoals Ségolène Royal. Neem al die VVD’ers die in Brussel jaren enthousiast mee vergaderden over de EU-uitbreiding in 2004. Maar toen bekend werd dat er tien nieuwe landen bij kwamen, zei VVD-fractievoorzitter Gerrit Zalm dat Brussel dit erdoor had gedrukt. Er was geen verslaggever op het Binnenhof die vroeg waarom de Nederlandse regering jaren, met de Britten, de uitbreiding had gepusht.

Italiaanse regeringen vervolgen nooit bedrijven die giftige stoffen lozen, dus moet de Europese Commissie dat doen. Laat Brussel maar boeman spelen, denken ze in Rome. Zo zijn er veel voorbeelden te geven.

Natuurlijk onderhandelen ze deels achter gesloten deuren
Het is waar dat Europa, zoals velen zeggen, minder democratisch is dan veel lidstaten. Maar ook dat komt voor een groot deel door het wegduikgedrag van nationale politici. In Brussel onderhandelen regeringen van lidstaten over belangrijke zaken als migratiepolitiek. Ministers of regeringsleiders doen dat soms zelf, maar veel gebeurt ook in comités waar hun vertegenwoordigers in zitten.

Natuurlijk gaat dat deels achter gesloten deuren. Als de gemeente Den Haag een stadsbestuur moet formeren met vijf partijen die evenveel stemmen hebben gekregen, gebeurt dat ook niet midden op het Plein. Die partijen moeten, net als Europese landen met uiteenlopende belangen, de ruimte hebben om compromissen te sluiten. Dat gaat niet als iedereen je op de vingers kijkt.

Democratie draait, anders dan sommigen tegenwoordig denken, niet alleen om transparantie. Ook de legitimiteit van de onderhandelaars en de verantwoording die regeerders aan burgers afleggen, vormen een wezenlijk deel van het democratische proces. Als regeerders hun verantwoording niet nemen, zei socioloog Max Weber, staat de deur naar egoïsme en zelfverrijking wagenwijd open.

Iemand moet het natuurlijk wel uitleggen
In de Europese politiek is het zelfs belangrijker dan in de Haagse politiek, dat politici verantwoording afleggen. In Brussel onderhandelen niet alleen nationaal gekozen politici met elkaar, maar ook ambassadeurs en ambtenaren van ministeries (Transport, Handel, enz). Deze mensen hebben een groter legitimiteitsprobleem dan politici. Niemand heeft hen gekozen, zelfs niet indirect. Iemand moet dus uitleggen waarom zíj naar Brussel worden gestuurd om het belang van Nederland te verdedigen, bij onderhandelingen met Europese collega’s over welke ingrediënten een fabrikant in een pak muesli mag stoppen, of over CO2-uitstoot van vrachtwagens.

Zwemvesten op het eiland Lesbos, achtergelaten door bootvluchtelingen. Foto Santi Palacios/AP

Dat is niet moeilijk uit te leggen: dit zijn experts die meer weten over voedingsmiddelen of milieuvervuiling dan de gemiddelde burger of politicus. Maar dat uitleggen moet wel gebeuren – meer dan vroeger, want de wereld wordt complexer en de burger wantrouwiger. Als je dit niet uitlegt, zeggen burgers: „Wie denken die techneuten wel wie ze zijn?” Daarmee trek je niet alleen het kleed onder de onderhandelaars, maar ook onder Europese besluiten vandaan.

Kan Den Haag de EU ook eens inhoudelijk behandelen?
Eén van de grote problemen van Brussel is dat burgers de kwalificaties en legitimiteit van onderhandelaars zo in twijfel trekken, dat weinigen het nog over de inhoud van de Europese samenwerking hebben. Met denigrerende opmerkingen over hun eigen ambtelijke onderhandelaars in Brussel helpen politici de Europese geest om zeep.

Niet alleen het werk van nationale ambtenaren, van wie er dagelijks honderden in Brussel bijeenkomen, maar ook dat van Europese ambtenaren lijdt hieronder. Anders dan velen denken, besluiten Europese ambtenaren weinig. Ze bereiden vooral voorstellen voor Europese besluiten voor, waarover lidstaten onderhandelen en dan beslissen. Vaak is dat moeilijk. Je moet alles van banken of asielsystemen in 28 lidstaten weten, en dan een compromis optuigen waarmee elk land kan leven.

Tegenwoordig noemt iedereen deze ambtenaren ‘eurocraten’. Dat dit woord tien jaar geleden een scheldwoord was, spreekt boekdelen. Zelfs Frans Timmermans wilde, toen hij minister was, weinig meer over Europa zeggen dan dat „de salarissen niet meer van deze tijd zijn”. Hij deed dit zo vaak, dat Nederlandse ambtenaren in Brussel hem eens vroegen of hij het óók over wat anders kon hebben. Het Europese project draaide toch niet alleen om die salarissen, die trouwens omlaag gingen?

Ze vroegen om een gesprek met Timmermans. Hij ontving hen niet. Nu hoor je Timmermans, die inmiddels zelf een Europees salaris heeft en daar zeker tachtig uur per week voor werkt, daar niet meer over. Hij praat liever over inhoud, en gelijk heeft hij. De vraag is alleen: waarom deed hij dat als minister niet?

Hoe groot een Haagse crisis ook is, het koninkrijk blijft
Waarom legt geen regeringsleider of minister in Europa eerlijk uit waarom de EU-grenswacht machteloos is tegenover de intocht van zoveel vluchtelingen? Dat verhaal is simpel. In 2002 deed eurocommissaris Vitorino een voorstel voor een sterke Europese grenswacht. Maar de lidstaten hebben het voorstel sterk afgezwakt. Vandaar dat die grenswacht (Frontex) afgelopen maanden, toen een miljoen vluchtelingen Europa binnenwandelde, nauwelijks personeel plus een budget van drie keer niks had en zelfs niet in Europese databestanden mocht om te checken of sommige vluchtelingen wegens terrorisme werden gezocht.

Er is nog een reden waarom het belangrijk is dat regeringen verantwoording afleggen voor besluiten die ze in Brussel nemen. Als burgers geïrriteerd raken omdat een politicus in Nederland zijn verantwoordelijkheid niet neemt in de landelijke of gemeentelijke politiek, kun je een flinke crisis krijgen. Maar die crisis tast het voortbestaan van de Nederlandse staat of de gemeente Den Haag niet aan. Het idee alleen al is absurd. Op Europees niveau is dit wel het geval. ‘Brussel, Europa deugt niet – we moeten eruit, we moeten ervan af’ – hoe vaak hoor je dat niet?

Veel Nederlanders zijn boos dat minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) aanblijft, nadat hij zoveel fouten heeft gemaakt. Het parlement, vinden zij, had hem moeten dwíngen op te stappen. Dat de minister er nog zit, bewijst dat de democratie niet goed functioneert: de Tweede Kamer doet zijn werk niet, waardoor een minister zijn verantwoordelijkheid maar half hoeft te nemen. Maar trekt iemand nu het bestaan van het Koninkrijk der Nederlanden in twijfel? Nee.

Stel dat Van der Steur eurocommissaris was geweest. En dat hij dan was blijven zitten. Wat een ongelooflijk kabaal zou dat hebben gegeven.

Er is geen ownership
Nationale politici leggen geen verantwoording af over wat ze in Brussel doen. Nationale parlementen, wier klassieke rol het is om de uitvoerende macht namens de burger streng te controleren, laten het gebeuren. Ze controleren nauwelijks meer en spreken niet meer namens de burger. Het Europees parlement heeft niemand, helaas, ooit serieus genomen.

Dit is waarom Europa stuurloos is, en onzeker, en permanent kwetsbaar: er is geen ownership. Alles wat moet gebeuren, gebeurt half. Europa is altijd ieders stiefkind geweest. De crises die we nu meemaken, zijn hier een logisch gevolg van.

Waarom kregen we de bankencrisis? Omdat we de banken heel Europa door lieten gaan, maar we het toezicht op die banken nationaal wilden houden.

Waarom kregen we de eurocrisis? Omdat eurolanden wel één munt wilden, maar die munt nooit hebben geschraagd met een stevige Europese begroting en een gemeenschappelijk economisch beleid.

Waarom kregen we de vluchtelingencrisis? Omdat we de binnengrenzen uitgomden maar verzuimden - zie boven – om dan, sámen, onze buitengrenzen extra te bewaken.

Al deze rampen waren, sorry voor het jargon, accidents waiting to happen. We hadden ze kunnen voorkomen.

Spannend die Baudet, lachen
‘We’, ‘ons’, jazeker. Want in plaats van Brussel hiervan de schuld te geven, moeten we onszelf de schuld geven. Wíj kiezen politici die zich onverantwoordelijk gedragen. Wíj vinden het normaal dat we op school alles leren over trans-Atlantische betrekkingen en vrijwel niets over Europa.

Wíj zetten onzin over Europa op sites en in kranten – spannend die Baudet, lachen! Wíj grinniken mee met de douanebeambte aan de Servisch-Hongaarse grens die, gevraagd waarom ze daar tweemaal je auto binnenstebuiten keren, koddig met zijn ogen rolt en roept: „Moet van Brussel!”

Maar Brussel, dat zijn wij. Brussel is wat Europeanen ervan maken, Europeanen van hoog tot laag. Als niemand er wat van maakt, en zich nergens verantwoordelijk voor voelt, gaat Europa met een noodsnelheid tegen de muur. Op een dag krijgen wij daar ontzettende spijt van.