Talisman behaagt de francofiel

Franse automerken durven weer Franse auto’s te maken, constateert Bas van Putten. Zoals de charmante Talisman.

De nieuwe Renault Talisman bij VKV Renault in Rotterdam met salesmanager Leon Vos.
De nieuwe Renault Talisman bij VKV Renault in Rotterdam met salesmanager Leon Vos. Foto Peter de Krom

Auto’s bouwen is de kunst het zelfbeeld van de klant te raken. Met techniek sleep je hem niet aan boord, de hightech-Spielerei is toch bij alle autohuizen eender; je hebt zijn levenssfeer te treffen. Als Frans merk had je te respecteren wat de Fransrijder van oudsher bij je had gezocht. Comfort en gratie, die introvert excentrische en stijlvol haperende avant-garde, de als smaak gecamoufleerde distinctiedrift van de betere burger. Met zulke troeven kreeg een Citroën-verkoper geen VW-publiek over de vloer. De Franse en de Duitse slag – het waren twee culturen, een hoge en een lage. Vroeger.

Spaak in het wiel was het ik-tijdperk. Van zijn psycholoog leerde de mens dat hij gezien mocht worden, van de jaren tachtig dat beschaving lafheid was geweest. De Duitsers kopten snoeihard in. Ze verbreedden hun koetsen, vergrootten hun velgen, grilles en uitlaatpijpen, kapitaliseerden de atletische, sportieve rijstijl die de verburgerlijkte post-hippie weer even moed gaf. De Fransen, die niet achter het net wilden vissen, zwommen opportunistisch met de stroom mee. Hun vering verhardde, hun velgen zwollen, hun lijnen verduitsten. De Citroën C5 werd een soort Franse Audi. Tegelijkertijd zag je de Duitsers een tot dan toe aan de Fransen voorbehouden gevoel voor stijl ontwikkelen, terwijl dankzij de Nederlandse staat verkeerd publiek de laatste eerbare Fransozen afpikte van ons soort mensen. Boers Opel-volk bezette cynisch rekenend hybride Citroëns met lage bijtelling. De geografisch-culturele scheidslijnen vervaagden en de Fransrijder verloor zijn habitat. Zijn klassieke grande routière was op sterven na dood.

Toch is het niet helemaal bezweken, het geloof in het Franse. De merken werken aan de renaissance van hun eigenheid. Citroën creëerde een speciaal sublabel voor stijlgevoeligen, DS, waarvan de naam verwijst naar de tot heiligdom gemythologiseerde Snoek. En nu is er na de geslaagde Espace alweer een nieuwe grote Renault, de Talisman. Hij is in naam de geluksbrenger die hij gezien de reputatie van zijn voorganger, de Laguna, maar zo spoedig mogelijk moet worden. De eerste Laguna was goed, de tweede een technische catastrofe met het stigma waaraan de technisch opgelapte derde generatie niet meer zou ontsnappen. De laatste échte topmodellen van Renault, de schitterende Avantime en Vel Satis, deden het in de pechstatistieken weinig beter.

Golven in de vijver

Hoe Frans is de Talisman? Mijn testauto is voor 695 euro extra op enorme lichtmetalen velgen geplant, zorgwekkende Germaanse overkill. Ik kwam al diep gekwetste Francofielen tegen die dit een Passat met de verkeerde logo’s vinden. Dat is haatzaaierij. In de verchroomde raamstijlen zit een subtiele golf die, entre nous, het grove uit de lijnen haalt. Het zijaanzicht doet enigszins aan de Jaguar XJ denken, in elk geval niet aan Duitse leaseconfectie. De Renault-ruit in het front dramatiseert de expressieve lijnen van de grille zoals een steen de golven in de vijver.

Op het dashboard troont het prachtige, van de Espace bekende infotainmentscherm, een op zijn kant geplaatste tablet die behoorlijk veel goed kan. Pièce de résistance is het meubilair met stoelwangen van ‘kunstleder TEP’ en een gestreepte middenbaan ‘stof Noir’. Wat de afkorting betekent weet ik niet, maar het dessin ademt een warmte die de Duitsers halfzacht zouden vinden en voor ons, knusse polderaars, dus precies goed is. Ik laat een charmante mevrouw meeliften die de streepjes ‘leuk’ vindt, waarmee ‘gezellig’ wordt bedoeld. Met de romantiek zit het dus snor. De stoelen zitten trouwens fijn, met niet te harde zittingen die de fauteuiltraditie recht doen.

Ik krijg de lichtste diesel mee, de 1.5 dCi die behalve kleinere Renaults een handvol compacte Mercedessen aandrijft. Met zijn bescheiden vermogen van 110 pk is het stille motortje op papier een aanfluiting voor een sedan van stand, maar het blijkt verrassend goed opgewassen tegen de 1.362 kilo zware Talisman. Door de relatief geringe trekkracht zal bij inhalen hooguit iets vaker moeten worden teruggeschakeld dan in de grotere diesels met 130 en 160 pk. Dat ongemak maakt hij goed met een verbluffend laag verbruik van 1 op 22. Zijn overdadige grootte corrigeert de Talisman met een ‘4-Control’ gedoopt systeem van meesturende achterwielen, dat het plezierjacht op rotondes komisch wendbaar maakt.

Over het rijgedrag is streng geoordeeld; ik vind het zo beroerd nog niet, al mogen vering en demping een forse slag zachter. Desondanks is dit een auto die zijn Francofone atmosfeer met zwier laat winnen van zijn Duitse bonkigheid, en de prijs valt mee. De rijklaarmaakkosten – definitie: ‘op niets gebaseerde dealerbonus bij aflevering’ – zijn met 895 euro nog de duurste optie.