Opinie

PV&DA

Youp

Woensdagavond stond ik in een lege Chinees in een desolate buitenwijk. Slechts één tafeltje was bezet. Daaraan zaten twee mannen. Boze mannen in dit geval. Hans en Diederik. Hans had een schone trui aan omdat het feest was. Hun politieke partijtje bestond een dag eerder zeventig jaar.

Het was stil aan de tafel. Verdrietig sfeertje. Natuurlijk hadden ze dit feestje anders voorgesteld. Groot diner van zeker zeven gangen dat vanzelf zou uitmonden in een uitbundig feest. Dat hadden ze de leden eerder dit jaar voorgesteld, maar niemand had gereageerd. Een oude brompot vond het een goed idee om het feest te vieren in een leeg filiaal van V&D. Volgens die meneer was er ruimte genoeg voor een stevige rollatorpolonaise.

De heren keken naar hun lauwe gado gado en uiteraard op hun mobieltjes. Vroeger was dat onbeleefd, maar tegenwoordig ben je een stenen tijdperkhork als je niet om de vijf minuten je schermpje checkt.

Hans zuchtte: „Nou is er weer een lolbroek die op Twitter vraagt of jij na de komende verkiezingen als eenmansfractie doorgaat!”

„Als jij van die stompzinnige interviews aan NRC blijft geven dan is die kans groot!”, beet Diederik venijnig terug. „Natuurlijk had je gelijk over die enge Geert, maar je moet het allemaal niet zeggen omdat dat waterstofperoxidebommetje daar onmiddellijk verongelijkt gebruik van maakt. Hij heeft er door jouw principiële geneuzel gisteren zo weer drie zetels bij gekregen! En die gaan ten koste van ons. Zwijg hem dood! Nou mocht ik gisteravond bij De Wereld Draait Door alles weer recht lullen en Matthijs legde mij het vuur behoorlijk aan mijn gewonde schenen. En weet je welk onderwerp er na mij kwam? Euthanasie. Iets met een levenseindekliniek. Je zag hoe een schnabbelende anesthesist een bejaarde dood spoot. Weet je hoe oud die bejaarde was? Zeventig!”

„Had ik dan net als Lodewijk me moeten opwinden over het schelden van de zolderkamerterroristen op Twitter?”, pruilde Hans terwijl hij een restje satésaus van zijn schone trui probeerde te verwijderen.

„Bijvoorbeeld! Maar dan moet er vierentwintig uur later niet een doorgedraaide partijgenoot uit Katwijk onze blonde Mozart van de PVV gezellig dood gaan zitten wensen op Twitter”, reageerde Diederik fel, „dat kost ons morgen namelijk weer drie zetels. De fractievoorzitter van onze partij in dat zwarte kousendorp flikt zoiets… als ze die demente sukkel nou eens doodspuiten of met een touw om zijn nek aan een voetbaltribune ophangen…”

„Let een beetje op je woorden”, lachte Hans, „je kunt niet alles hardop zeggen! Dat kunnen we van hem leren…” Nu wees de partijvoorzitter naar de televisie, die zonder geluid aanstond. Ze zagen een parmantige Rutte genieten van zijn speech op het correspondentendiner. Het publiek vond het zichtbaar leuk. Een gierende Gordon, een gniffelende Gullit en een loei enthousiaste Enzo Knol, de nieuwe Bart Chabot 2.0. Alleen Jantje Slagter vond er duidelijk geen ruk aan.

„Maar die is net thuis weg om een tijdje met een jong dingetje te wriemelen en dat bevordert je relativerende gevoel voor humor niet”, lachte ervaringsdeskundige Diederik. Waarna hij snel vervolgde: „Ik sprak Mark vanmiddag, hij praatte me even bij over zijn lunch met de Turkse premier en hoe die reageerde op mijn veerbotenplannetje. Die Turk was trouwens verbaasd dat onze premier een avondje ging geinen met het nationale journaille. Davutoglu zei letterlijk: „Journalisten pakken wij gewoon op. Erdogan heeft een speciale kelder onder zijn villa waarin hij ze persoonlijk martelt!” Ik vroeg hoe Mark reageerde op die woorden, waarop hij uitlegde dat hij net als altijd keihard was gaan lachen. En vanavond sluit hij trouwens af met de zalvende Zwitsalwoorden dat hij blij is met de persvrijheid in ons land, dat hij trots is dat we alles tegen elkaar kunnen zeggen.”

„Komen wij nog aan de beurt in zijn ongetwijfeld meedogenloze speech?”, piepte Hans angstig.

„Zover ik weet niet. We moeten nog even samen regeren en we hebben afgesproken om de rit zo goed mogelijk uit te zitten, dus hij spaart me. Net als het koningshuis natuurlijk.”

Toen stonden ze op. Ik dook weg achter een krant en liet het duo passeren. Ze deelden heel solidair de rekening en waren niet scheutig met een fooi. Toen pingelde mijn telefoon. Een sms van mevrouw Slagter: ‘Zo gelachen! Hij is bij haar nu ook al net zo chagrijnig als hij de laatste tijd bij ons thuis was! Zie je vannacht!’