Ondanks goede start weinig eensgezindheid op conferentie München

De regeringsleiders konden het zaterdag maar niet eens worden over Oekraïne, de vluchtelingencrisis en wederom Syrië.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken geeft een toespraak tijdens de conferentie in München.
De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken geeft een toespraak tijdens de conferentie in München. Foto: AFP/Christof Stache

Van eensgezindheid tussen de talrijke deelnemende staatshoofden en ministers over prangende internationale crises, die in Syrië voorop, viel zaterdag op de tweede dag van de grote jaarlijkse veiligheidsconferentie in München weinig meer te bespeuren. Dit ondanks de veelbelovende start met een Syrië-akkoord donderdagavond, nog voor de eigenlijke conferentie was begonnen.

Dit zijn de belangrijkste twistpunten die in Hotel Bayerischer Hof, waar de conferentie plaatsvindt, opflakkerden.

Syrië: wie mag wel en niet worden gebombardeerd?

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry was tamelijk positief over de levensvatbaarheid van het Syrië-akkoord, dat de zogeheten Steungroep donderdag in München bereikte. Hij zei ervan uit te gaan dat de eerste hulpkonvooien van de VN naar belegerde steden al vandaag of morgen kunnen vertrekken. Wel erkende Kerry dat met de Russen nog in detail moest worden uitgewerkt wie nu wel en wie nu niet als een terrorist dient te worden beschouwd.

Daarvan hangt af wie vanaf volgende week, wanneer een gedeeltelijk staken van de vijandigheden van kracht wordt, nog wel en niet meer mag worden gebombardeerd. “We hopen dat dit de week van de kentering wordt”, aldus Kerry. Maar hij waarschuwde ook: “Als dit mislukt, zullen de oproepen tot jihad weer toenemen.” Zijn Duitse collega Frank Walter Steinmeier was al behoedzamer: “Ik ben heel voorzichtig. Of dat vandaag echt een doorbraak betekent, weet ik niet.”

Nog minder hoopvol toonde zich de Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov, die zich de hele ochtend amper op een glimlach liet betrappen. “Ik heb ernstige twijfels”, aldus Lavrov. Onder verwijzing naar persbureauberichten uit Washington vroeg hij zich af of de Amerikanen nu wel echt inlichtingen wilden geven over ‘terroristen’, zoals afgesproken met Kerry. Volgens een Pentagon-woordvoerder was dit niet aan de orde. Bovendien ergerde Lavrov zich aan het feit dat de Russen te horen krijgen dat ze niet meer mogen bombarderen, terwijl de Amerikanen wel willen doorgaan met hun luchtbombardementen op IS. “Betekent dit dat de Amerikanen niet moeten stoppen en de Russen wel”, sprak hij geïrriteerd.

Lavrov schatte de kans van slagen van het Syrië-akkoord op slechts 49 procent. Venijnig had hij eerder nog van zich afgebeten: “U moet ons niet demoniseren, of wie dan ook, afgezien van terroristen.”

Eerder die ochtend was het al tot irritaties over en weer over Syrië gekomen toen de Franse premier Manuel Valls de Russen had opgeroepen niet langer burgers te bombarderen. “Er is geen bewijs dat wij burgers bombarderen”, betoogde de Russische premier Dmitri Medvedev. Volgens hem zijn zulke berichten, onder meer van gerespecteerde mensenrechtenorganisaties, “onwaar”. Ook Kerry beschuldigde de Russen ervan “legitieme oppositiegroepen” onder vuur te hebben genomen.

In Syrië zelf zag de situatie er intussen eveneens hoogst onzeker uit. Verzetsgroepen verklaarden gewoon door te willen vechten omdat ze de Russische beloftes niet vertrouwen. Ook zaterdag rukten de troepen van de Syrische president Assad, opnieuw gesteund door Russische bommenwerpers, verder op richting Aleppo, aldus het persbureau Reuters. Dit nieuws overschaduwde de plechtige verzekering van de ene spreker na de andere op de conferentie dat alles in het werk moet worden gesteld om de veel geplaagde Syrische burgerbevolking bij te staan.

Oekraïne: sancties zijn doodlopende weg

De kwestie Oekraïne, die vorig jaar de conferentie nog domineerde, verdween nu enigszins naar het tweede plan. Maar vooral vertegenwoordigers van oostelijke lidstaten van de EU en de Oekraïense president Petro Porosjenko zorgden ervoor dat de zaak wel degelijk uitvoerig aan de orde kwam. De Poolse president Andrzej Duda verwoordde de gevoelens van veel collega’s: “Het belangrijkste is om de NAVO in het oosten te versterken.” Ter verklaring wees hij naar het optreden van Russische militairen.

Een stapje verder ging zijn Litouwse collega Dalia Grybauskaité. Die beschuldigde Moskou onder verwijzing naar het uit de lucht schieten van vlucht MH17 van regelrecht terrorisme. “Geef nooit toe aan terrorisme”, drukte ze haar gehoor op het hart.

Porosjenko gebruikte zelf de gelegenheid voor een hartstochtelijke aanklacht tegen Rusland. “De enige reden dat we in oorlog zijn is dat er Russische militairen op ons grondgebied zijn. Het zijn uw soldaten die mijn land zijn binnengevallen”, riep Porosjenko tegen de (niet-aanwezige) president Poetin.

De Russische premier Medvedev liet koeltjes weten dat uitvoering van het akkoord dat een jaar geleden werd gesloten in het Wit-Russische Minsk noodzakelijk blijft. “We zijn ervan overtuigd dat er geen betere weg is dan het Minsk-proces”, aldus de premier. Maar, voegde hij er aan toe, dan moet Oekraïne de overeenkomst wel nakomen. Porosjenko had dezelfde klacht over Rusland.

En in het voorbijgaan viel Medvedev nog uit naar de Westerse sancties tegen Rusland: “Zijn die echt noodzakelijk? Dat is een doodlopende weg.” En bestrijding van het terrorisme zonder Rusland erbij te betrekken was zinloos. Het Westen en Rusland hebben elkaar dus nodig.

De EU en de vluchtelingencrisis: ont-solidarisering

Ulrike von der Leyen, de Duitse minister van Defensie, die vrijdag het spits afbeet, besefte dat ze niet om de grootste vluchtelingengolf in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog heen kon. “We hebben een systematisch antwoord nodig”, betoogde ze. Dat zijn de Europeanen aan hun eigen waarden verschuldigd. “Ik ben er trots op dat mijn land in een jaar tijd een miljoen in nood hulp heeft verleend”, zei ze. Geen woord van de Duitse minister over de spanningen en de opkomst in opiniepeilingen van extreemrechtse groeperingen.

Op de vraag van een toehoorder of het niet wat raar voelt om Europa te leiden op het gebied van de vluchtelingenopvang zonder dat iemand volgt, zei Von der Leyens collega Steinmeier zaterdag. “We gaan stap voor stap vooruit maar we zijn er nog niet.”

Vooral uit oosterse richting kwamen bedenkingen over het EU-beleid voor de vluchtelingenstroom. De Finse president Sauli Niinistö schetste het dilemma waarvoor de EU zich ziet geplaatst: “Sommigen dringen erop aan: laten we de migratie beperken. Maar dat leidt tot een inbreuk op onze eigen regels en statuten. De mensen hebben het recht om asiel aan te vragen. De vraag is dus: zijn we pragmatisch of houden we ons aan onze overeenkomsten? Als we die vergeten, komen onze waarden in gevaar. Dat is het risico dat ik zie.”

Zijn Litouwse collega kiest voor het eerste: “We moeten die migranteninstroom razendsnel onder controle brengen, anders zorgt het ook nog voor economische problemen.” De Poolse president Duda vond het niet de moeite maar een woord aan het hele vluchtelingenvraagstuk te besteden.

Martin Schulz, voorzitter van het Europees Parlement, drukte alle betrokken Europeanen op het hart vooral niet de belangrijkste les van na 1945 te vergeten: transnationale oplossingen werken beter dan nationale. Met samenwerking kan Europa de mondiale problemen volgens hem wel aan. Tot zijn verdriet constateerde hij echter: “Ik zie meer en meer ont-solidarisering, ook op regeringsniveau. Dat verontrust me. En de EU moet niet alleen beloftes doen maar die ook uitvoeren.”

Ook de niet-Europeaan Kerry bespeurde enig onraad. “We weten dat veel Europeanen zich overweldigd voelen.” Maar hij zei dat president Obama en hij ervan overtuigd zijn dat Europa die uitdaging aankan als het blijft samenwerken, met steun van de VS. ,,We hebben in het verleden ook poging na poging weerstaan om ons te verdelen.”