Nederlandse schaatsers domineren ouderwets

De prestaties bij de WK in Kolomna doen denken aan de olympische rooftocht, twee jaar geleden in Sotsji.

Drie keer goud, driemaal zilver, vier keer brons. Russisch ijs: het blijft een uiterst vruchtbare ondergrond voor Nederlandse schaatsers. De prestaties van de Nederlandse ploeg tijdens de eerste twee dagen van de WK afstanden in Kolomna riepen herinneringen op aan de olympische rooftocht, precies twee jaar geleden, in Sotsji, zo’n 1.500 kilometer naar het zuiden.

Na het goud van Jorien ter Mors (1.000 meter) en Sven Kramer (10 kilometer) behaalden Jan Blokhuijsen, Arjan Stroetinga en Douwe de Vries vrijdagavond de wereldtitel op de ploegachtervolging. Het was voor de achtste keer in negen WK’s dat een Nederlands trio goud behaalde op dit onderdeel, dat sinds 2005 op de kalender staat. In 2011 (Inzell) ging de titel naar de Amerikaanse ploeg.

Verrassend was de zilveren medaille van Kjeld Nuis op de 1.500 meter. De sprinter (1.45,66) gaf ruim anderhalve seconde toe op de Russische winnaar Denis Joeskov (1.44,13), maar de Nederlander werd tijdens zijn rit op de kruising gehinderd door de Amerikaan Joey Mantia. „Ik miste één slag”, zei Nuis naderhand. Maar hij treurde niet lang over het incident. „Dit is mijn eerste WK-medaille op de 1.500 meter. Daar ben ik echt superblij mee.” Het brons op de schaatsmijl ging naar de Nederlander Thomas Krol.

Op de vijf kilometer bij de vrouwen ging de titel, zoals gebruikelijk, naar Martina Sábliková. De Tsjechische (6.51,09) won het langste nummer bij de vrouwen voor de achtste keer op rij op een WK, een record in het langebaanschaatsen. Sven Kramer, met zes wereldtitels op de vijf kilometer, en Anni Friesinger, zes keer goud op de 1.500 meter, komen het dichtst in de buurt.

Zilver voor Carien Kleibeuker

De twee resterende medailles gingen ook hier naar de Nederlandse ploeg. De 37-jarige Carien Kleibeuker (6.54,96) behaalde zilver, het brons was voor Irene Schouten (6.55,93).

Voor Sábliková was het alweer de tweede wereldtitel in Kolomna, die op de lange afstanden al jaren op eenzame hoogte staat. Donderdag had de Tsjechische al, zij het met nipt verschil, de 3.000 meter gewonnen, voor Ireen Wüst.

„Alle respect voor Martina”, zei Kleibeuker na afloop ruiterlijk. „Toen ik mij in december voor de WK plaatste hoopte ik op meer dan zilver, maar zij was vandaag gewoon beter. Klaar. Maar ik wil niet accepteren dat zij altijd beter zal zijn dan ik. In Salt Lake City was ik eerder dit seizoen sneller dan zij. Dus ik geloof echt dat er een kans is, op een goede dag.”

Irene Schouten, regerend wereldkampioene op de massastart, legde zich na afloop neer bij de suprematie van Sábliková. „Dit was voor mij het hoogst haalbare”, zei de 23-jarige rijdster uit de ploeg van coach Jillert Anema, van huis uit vooral een marathonrijdster.