Opinie

Kenneth

Premier Mark Rutte vond het nodig zijn afkeer uit te spreken van de beledigingen aan het adres van Feyenoorddoelman Kenneth Vermeer. „Schandalig.” De minister-president reageert niet dagelijks op ontsporingen in de sport en ook daarom maakte zijn spugende walg enige indruk. Als contrast ook met het moment dat hij het land had verblijd met zijn transformatie tot nationale cabotin. Toch zal deze steekvlam van verontwaardiging snel uitdoven.

Het was nog niet genoeg dat een debiel Vermeer als opblaaspop aan een strop over een balustrade in het stadion had opgehangen, een aantal dartfans ging daar nog eens overheen door voor televisie bordjes hoog te houden met teksten als ‘Kenneth NSB’ en Kenneth Vermeer Hangen’. Primitiever dan een dartpubliek kom je het in een gesticht niet tegen. Maar toch…

De dader van de opblaaspop is inmiddels vrij gelaten en de kwetsende bordjes zijn voorlopig geklasseerd zonder gevolg. Niemand die er aan dacht om de uitzending van de Premier League Darts op te breken. Televisierechten gaan voor moraal.

Het was niet de eerste keer dat de Feyenoordkeeper doelwit is van racisme. Als ex-Ajacied heeft hij het in elke Klassieker zwaar te verduren. De beledigingen zijn legio en massaal. Ze worden door de club en de KNVB afgedaan met wat juffertjesprotest. Dat een stadionverbod uiteindelijk een lachertje blijkt, weten ze ook bij Feyenoord.

Vermeer is een stille jongen. Hij zoekt de krant en de camera niet. Het lijkt soms of hij voor duikgedrag heeft gekozen. Althans, zijn grote bek heeft hij nog niet gevonden. Het is een half godswonder dat hij bij al die vuige spreekkoren en obscene gebaren nog overeind staat tussen de doelpalen. Wat hij moet doorstaan is niet te doorstaan.

Ondeelbare pijn.

Dat ligt ook aan ons, fatsoenlijke liefhebbers, die de barbarij van voetbalracisten bagatelliseren tot faits divers. Laat ze maar, dat tuig. Nooit eens wordt een wedstrijd definitief gestaakt, nooit wordt de dreiging met puntenaftrek waargemaakt, nooit verlaat het publiek de tribunes uit protest tegen de vulgaire kakofonie. Sancties zijn ons pakkie-an niet, daar zijn de instanties voor.

Instanties: proef het woord. Er zit meer kraak en smaak aan schuurpapier.

Waar blijft de echte verontwaardiging? Ik ken in de normale maatschappij niemand die wekelijks anderhalf uur te horen krijgt dat zijn moeder een hoer is. Of dat hij als aap is losgelaten. Stigma’s waar in het gevang gegarandeerd moord en doodslag van komt. We zijn zo immuun geworden voor de kwetsende lol van het tuig dat het zelfs aan de cafétoog geen onderwerp meer is. Daar gaat het over Messi die een auto heeft gekocht die groter en duurder is dan de limousine van Ronaldo. Over Mbark Boussoufa die zich in een witte Bentley liet voorrijden naar het stadion van AA Gent. Ook nog omgeven door een harem gunstelingen waarmee je de Europese buitengrens van Griekenland zou kunnen bewaken. Over de hoed van Memphis, natuurlijk. De pijn en eenzaamheid die voetballers wordt aangedaan door mompelende barbaren is geen napraatje waard. Allicht hebben inrichtende machten het dan makkelijk om racisme en kwetsende teksten te blijven negeren als quantité négligeable. Wij, burgers van fatsoen, houden de perversie mede in stand door erover te zwijgen.

De naam Kenneth Vermeer wordt niet uitgesproken in kerken en cultuurhuizen, door professoren en kunstenaars. Er vallen geen honderdduizend brieven van steun en medeleven in zijn bus. Er wordt geen bloemetje gestuurd naar zijn moeder. Ach, Kenneth zal het zelf wel redden.

Dat zal hij zeker, maar ten koste van welke prijs? Hoe gehavend?