In elk orkest zitten zijn leerlingen

Vioolpedagoog Bouw Lemkes (1924-2016) haalde het beste uit elke leerling, of die nu professioneel ging spelen of amateur bleef.

Bouw Lemkes en zijn vrouw Jeanne Vos in 1964.
Bouw Lemkes en zijn vrouw Jeanne Vos in 1964.

‘Een vioolleraar die bij elke leerling opnieuw precies wist uit te vinden hoe hij het beste kon helpen”, zo wordt Bouw Lemkes omschreven door zijn oud-leerlingen. En dat zijn er vele: in bijna elk orkest in Nederland zijn ze terug te vinden, zowel topviolisten als amateurs. Want Lemkes was een leraar die voor elk niveau onderwijs op maat had.

Lemkes overleed op 20 januari op 91-jarige leeftijd in zijn huis in Utrecht. Op 3 januari gaf hij de laatste vioolles. Zelf studeerde hij ook nog elke dag: eerst toonladders, dan een etude, en tot slot een stuk van Bach of ander repertoire. Dat tekende zijn discipline, net zoals de manier waarop hij voor zichzelf zorgde: altijd biologisch eten, ’s ochtends gymnastische oefeningen en drie keer per week naar de sauna.

Hij werd op 27 juni 1924 geboren in Alphen aan den Rijn, als zesde kind in een reeks van acht. Het gezin was niet bijzonder muzikaal.

Bouw had als schooljongen wel vioollessen gehad, maar hij leerde pas echt goed spelen tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen hij ondergedoken zat in Amsterdam. Zijn studie scheikunde aan de Vrije Universiteit had hij in 1942 moeten staken omdat de Duitsers, die de universiteit zagen als een broeinest van verzet, een razzia hielden en de studenten naar Kamp Vught stuurden. Ook Lemkes zat negen maanden vast, en toen hij vrijkwam dook hij uit voorzorg onder. Zijn scheikundeboeken had hij al snel uit, en hij stortte zich op het vioolspel. „Van mijn vader kreeg hij een zogenoemde stomme viool, waarop hij kon oefenen, maar zonder hoorbaar te zijn buiten zijn kamer”, vertelt zijn enige nog levende broer Wim.

Na de oorlog meldde Lemkes zich aan bij het Conservatorium van Amsterdam. Zijn hoofddocent was Jos de Clerck, later kreeg hij ook les van de beroemde Hongaarse vioolpedagoog Oskar Back. In die tijd leerde hij Jeanne Vos kennen, een begaafde violiste met wie hij trouwde en een muzikaal duo vormde.

Een specialiteit was hun vertolking van 31-toonsmuziek, waarbij de octaven niet werden ingedeeld in twaalf tonen maar in 31 kleinere micro-intervallen. Met dit systeem streefden zij een zuiverder intonatie na. Onder anderen Henk Badings componeerde sonates in dit toonsysteem voor hen, die zij als enigen konden uitvoeren. Daarmee trokken ze internationale belangstelling.

In de jaren 50 speelden zij onder meer in het Amsterdams Philharmonisch Orkest, Het Nederlands Kamerorkest en het Utrechts Symfonie Orkest, waar Bouw als concertmeester de eerste violen aanvoerde en Jeanne de tweede.

Het echtpaar kreeg zelf geen kinderen, maar was wel betrokken bij de zomerweken van Jeugd en Muziek op Woudschoten, waar zij onder meer het talent stimuleerden van de 12-jarige Jaap van Zweden. Al gauw gaven ze les aan zo’n beetje alle conservatoria van Nederland: Jeanne deed Groningen en Zwolle, Bouw bestreek Amsterdam, Den Haag en Utrecht.

Lemkes leidde vele generaties violisten en docenten op, onder wie Qui van Woerdekom, inmiddels gepensioneerd, Johannes Leertouwer en Kees Koelmans, nu zelf belangrijke viooldocenten in Amsterdam. „Hij was vreselijk betrokken en experimenteerde al in 1950 met een speciaal steuntje om de viool beter vast te houden. Twintig jaar later was dat gemeengoed”, vertelt Van Woerdekom. „Hij stond bekend als iemand die vastgelopen talent weer op de rails wist te krijgen. Ook beroepsmusici die zich allang hadden bewezen keerden nog regelmatig naar hem terug.”

„Als je voorspeelde nam hij dat met een bandrecorder op en vervolgens speelde hij het op halve snelheid af. Elk oneffenheidje werd dan vergroot”, vertelt Leertouwer. „Dat zou voor een jonge violist een vernederende ervaring kunnen zijn, maar bij Bouw was dat nooit zo.”

„Voor je iets speelde moest je van hem alles al in gedachten hebben: zowel de muziek en het notenbeeld als de exacte plek van je vingers op de snaren. Hij zei altijd: de gedachte komt voor de beweging”, zegt Godelieve van Zijl, een sociaal psychiatrisch verpleegkundige die tot zijn laatste 35 leerlingen behoorde.

Zijn echtgenote Jeanne overleed in 2000, na een kort ziekbed. Met Manon Post, een jongere vriendin die hem onder haar hoede nam, ontwikkelde hij een hechte vriendschap.

Kees Koelmans ontfermt zich over zijn muzikale erfenis. „Bouw had met de hand een vuistdik boek geschreven over viooltechniek, waarin hij al zijn kennis in oefeningen ving”, vertelt deze. „Ik heb voor mijn leerlingen een uittreksel gemaakt dat ik nog steeds gebruik. Hij heeft ook zijn muziekbibliotheek aan mij overgedragen. Die krijgt een plek bij ons in het Conservatorium van Amsterdam.”