In Aleppo zijn burgers kanonnenvoer

Ondanks het akkoord tussen de Verenigde Staten en Rusland, gaat de omsingeling van Aleppo door. „Er waren wat artilleriebeschietingen met het regime, en een paar Russische luchtaanvallen. Een normale dag in Aleppo.”

Een gebakverkoper in Aleppo, de stad die wordt bezet door rebellen en het Syrische regime.
Een gebakverkoper in Aleppo, de stad die wordt bezet door rebellen en het Syrische regime. Foto Abdalrhman Ismail/Reuters

De mensen in Europa moeten niet bang zijn dat een beleg van Aleppo een nieuwe vluchtelingenstroom op gang brengt, zegt Ahmed Primo, een 30-jarige activist in de stad, via Whatsapp. „Wie het geld had om de smokkelaars te betalen is al lang vertrokken. Zij die hier achterblijven zijn armer dan arm.”

Primo, een journalist die drie keer is gearresteerd door het Syrische regime en één keer door Islamitische Staat, doet laconiek over het dreigende beleg van Aleppo. „Nu je het zegt: ik heb helemaal geen eten of brandstof ingeslagen. Alleen wat extra kooltjes voor mijn waterpijp. Als het zover komt zie ik wel.”

Elders in de stad worden wel voorbereidingen getroffen voor de naar schatting 300.000 inwoners in rebellengebied die nog over zijn. Schuilkelders worden ingericht, mensen slaan voedsel en brandstof in. Er is een verbod op het exporteren van voedsel en brandstof, zegt Mohamed Al-Halabi.

Al-Halabi is een 25-jarige activist. Hij woont in Aleppo met zijn vrouw die binnen enkele weken moet bevallen. Maar hij piekert er niet over om de stad te verlaten. „De mensen in Aleppo hebben hun hoop op ons, de revolutionairen, gevestigd. We kunnen hen nu niet in de steek laten. Bovendien: dit is waar ik geboren ben. Ik houd van Aleppo.”

Nog geen belegerde stad

Aleppo wordt voor grofweg de helft bezet door de rebellen, de andere helft is in handen van het regime, dat ook de stad omsingelt. Toch kun je Aleppo nog geen belegerde stad noemen. Er zijn nog drie, weliswaar gevaarlijke wegen uit de stad in westelijke en noordwestelijke richting open. Je zou denken dat mensen massaal gebruik maken van die ontsnappingsmogelijkheid. Dat is niet zo, zegt journalist Primo.

„Een aantal mensen is vertrokken, maar het is geen exodus. Waar moeten die mensen ook naartoe? De Turkse grens is gesloten. Om die illegaal over te steken moet je geld hebben om de smokkelaars te betalen. Elders in oppositiegebied zit het al propvol ontheemden.”

Als mensen in Aleppo betrekkelijk rustig blijven bij het vooruitzicht van een langdurig beleg door het regime en diens bondgenoten die de stad bijna omsingeld hebben, is dat ook omdat ze na vijf jaar oorlog wel het een en ander gewend zijn.

„Vandaag was een rustige dag”, zegt activist Al-Halabi donderdag. „Er waren wat artilleriebeschietingen op de frontlinie met het regime, en een paar Russische luchtaanvallen. Een normale dag in Aleppo.”

Wapenstilstand

In München is vrijdag tussen voornamelijk Rusland en de VS een deal beklonken voor een wapenstilstand in Syrië binnen een week. Of die intentieverklaring ook werkelijkheid wordt is lang niet zeker. President Assad heeft uitgerekend gisteren gezegd dat hij het hele land wil heroveren op de rebellen. Die laatste zijn dan ook sceptisch.

„Zelfs als wij akkoord gaan met zo'n staakt-het-vuren is er geen enkele reden om aan te nemen dat het regime hetzelfde zal doen”, zegt kolonel Ahmed Hamada, een officier van het Vrije Syrische Leger, aan de telefoon vanuit de Turkse grensstad Reyhanli, waar hij verblijft. „Het Syrische regime zal niet rusten tot het aan de Turkse en Jordaanse grenzen staat. En dan zal het zeggen dat wie nog buiten regimegebied woont terroristen zijn die vernietigd moeten worden.”

Het is inderdaad moeilijk te zien hoe zo'n bestand zou kunnen werken als Rusland zich het recht voorbehoudt om IS en Jabhat al-Nusra (Al Qaeda in Syrië) te blijven bombarderen. De voorbije maanden heeft Rusland onder het mom van de strijd tegen de terroristen juist vooral de door de VS gesteunde oppositie tegen president Assad gebombardeerd. En de Syrische buitenlandminister Walid Muallem zei afgelopen zaterdag nog dat „eenieder die de wapens heeft opgenomen tegen de regering als terrorist wordt beschouwd.”

Eerder lijkt het erop dat Moskou weer eens een rondje blufpoker heeft gewonnen: akkoord gaan met een bestand maar toch verder blijven bombarderen. Hoe gefrustreerd buitenlandminister John Kerry is over de Amerikaanse onmacht tegenover het eigengereide Russische optreden bleek vorige week nog. Kerry was in de marge van de donorconferentie voor Syrië, vorige week in Londen, uitgenodigd op een cocktailparty van de Britse prins Charles. Een aantal Syrische hulpverleners uit oppositiegebied was ook van de partij.

Zij zagen hun kans schoon en zetten Kerry klem. Waarom oefent Amerika niet meer druk uit op Rusland en het regime om de aanvallen op burgers te doen stoppen, wilden ze weten. In de versie van de website MiddleEastEye.net was Kerry's antwoord: „Wat willen jullie dat ik doe? Dat ik Rusland de oorlog verklaar? Is dat wat jullie willen?” Volgens The New York Times zei Kerry ook: „Het gaat nog veel erger worden. Dit gaat nog drie maanden duren en tegen die tijd zal er van de oppositie niets over zijn.”

VS niet bereid tot confrontatie

Kerry legde de schuld bij de Syrische oppositie, die net daarvoor was weggelopen van de vredesgesprekken in Genève. Maar als de Syrische president Assad erin slaagt om, met hulp van Rusland, Iran en Hezbollah, de oppositie een beslissende slag toe te brengen, is dat ook een nederlaag voor het wispelturige VS-beleid in Syrië.

Amerika’s handicap in Syrië is dat het de oppositie tegen Assad altijd maar een beetje heeft gesteund, terwijl Rusland juist voluit voor het regime is gegaan, zegt Emile Hokayem, analist bij de Britse denktank International Institute for Strategic Studies.

„Het Amerikaanse beleid is nooit gericht geweest op een overwinning door de rebellen”, zegt Hokayem. „Maar de VS hebben zelfs niet geprobeerd een soort van militaire pariteit te bereiken die Assad tot een politiek compromis had kunnen dwingen. De beslissing om af te zien van een aanval op het regime na Assads gebruik van chemische wapens in 2013 maakte het voor iedereen duidelijk dat de VS niet bereid waren om de confrontatie aan te gaan.”

Die beslissing om niet aan te vallen was het andere Kerry-moment, waarvan we nooit zullen weten of het weldoordacht was of niet. In de zomer van 2013 zat president Obama in een lastig parket: hij had gezegd dat chemische wapens een „rode lijn” waren, en de wereld wachtte ademloos op zijn beslissing.

Op de vraag of er iets was dat Amerikaanse bombardementen op Damascus nog kon tegenhouden, antwoordde buitenlandminister Kerry: „Natuurlijk, als hij ergens volgende week al zijn chemische wapens overhandigt aan de internationale gemeenschap. Maar dat gaat hij toch niet doen.”

Keizer zonder kleren

Binnen enkele uren greep Rusland zijn kans. Er kwam een akkoord dat leidde tot de verwijdering van de chemische wapens in Syrië door de VN. Maar ondertussen ging het regime gewoon door met oppositiesteden te bestoken met onder meer de beruchte vatbommen, vaten gevuld met explosieven en schroot.

Rusland had Assad gered, en Washington leek opgelucht dat weer eens een oorlog in het Midden-Oosten was afgewend. Wat ook heeft meegespeeld, zegt Hokayem, is dat Syrië op dat moment niet hoog op de Amerikaanse agenda stond.

„Voor Obama stonden in Syrië in 2013 geen vitale Amerikaanse belangen op het spel. De VS wilden Assad wel weg, maar vonden een patstelling ook niet erg, zolang het conflict maar beperkt bleef tot Syrië.”

„Eigenlijk hopen de VS al sinds 2011 dat Rusland van kamp zou veranderen. Dat is niet gebeurd, en door de crisis in Aleppo ziet de hele wereld nu dat Washington in Syrië een keizer zonder kleren is: zonder opties, en zonder geloofwaardigheid.”

Kolonel Hamada in Reyhanli maakt dezelfde analyse, maar dan vanuit zijn eigen, militair perspectief. „De Amerikanen zijn niet serieus”, zegt Hamada. „Ze hebben ons antitankraketten gegeven. Dat zijn mooie wapens maar alleen luchtdoelraketten zouden pas een verschil maken tegen de Russische luchtaanvallen”, zegt hij.

Voorlopig ziet het ernaar uit dat de vredesgesprekken en het bestand van München alleen voor meer gevechten zullen zorgen. Vredesgesprekken hebben wel vaker dat effect: de strijdende partijen willen dan nog snel zoveel mogelijk terrein veroveren om een sterke onderhandelingspositie te hebben.

Zo hebben ook de Koerden van de YPG, een tak van de PKK, deze week van de chaos geprofiteerd om de luchthaven van Mennagh, ten zuiden van Azaz, te veroveren op de rebellen van het Vrije Syrische Leger. In datzelfde Azaz zitten inmiddels 100.000 vluchtelingen op elkaar gepakt, waaronder zo'n 40.000 die de voorbije week op de vlucht zijn geslagen voor het offensief van het regeringsleger ten noorden van Aleppo en de bijbehorende Russische luchtaanvallen. Zij bonken tevergeefs op de deur van Turkije, die onverbiddelijk dicht blijft. Aan oostelijke kant ligt op zo'n 20 kilometer de frontlinie met IS.

Het hoofd van de VN-Mensenrechtenraad, Zeid Ba'ad Al Hussein, herinnerde er donderdag aan welke tol de gevechten eisen van de burgerbevolking. „De strijdende partijen in Syrië zitten blijkbaar niet in het minst in met de dood en verwoesting die zij aanrichten. Vrouwen en kinderen, bejaarden, gewonden en zieken worden gebruikt als pasmunt en kanonnenvoer. Het is een groteske situatie.”