Het is nu hun eigen Grote Spel

Tegen de achtergrond van een prachtig rococo-paleisje in Rome voltrok zich onlangs voor mijn ogen een fascinerend schouwspel. Een Saoedische prins en een Iraanse hoogleraar probeerden in allerbeleefdste oosterse metaforen elkaar de tent uit te vechten. Dat ze dat in Jemen en Syrië doen, met hun ‘adviseurs’ en krijgsmacht, dat is niet verrassend. Hoewel het voor ons in Nederland nog redelijk abstract blijft. ‘Midden-Oostenproblematiek’, om het zo maar te zeggen, niets nieuws onder de zon. Maar om de hele Great Game zo belichaamd te zien in twee individuen, dat is geopolitiek in een notendop, dat is episch.

Het begon alleraardigst met wederzijdse complimenten over elkaars inspanningen in de strijd tegen IS. Maar daarna haalde de Saoedische prins een aantal keren venijnig uit. Hoffelijk, en in een gepolijst Oxbridge-accent, legde hij zijn Iraanse partner uit dat Iran aan de Middellandse Zeekust niets te zoeken had. Dat Iran zich tot zijn eigen provinciale achtertuin (Afghanistan, Pakistan) diende te beperken. En dat er iets zou zwaaien als Iran met zijn smoezelige Hezbollah-methodes via Syrië de sprong naar de Dardanellen zou wagen.

Eventjes leek de discussie in een Cojones-achtige spit battle te ontaarden. Maar het abominabele Engels van de Iraanse hoogleraar maakte er jammer genoeg veel te snel een game-set-en-match voor de Saoedische prins van.

Voor het kleine gezelschap van experts dat erbij aanwezig was, voelde dit niet helemaal eerlijk. Iran verdiende ook een kans, ook al was de retoriek van deze regeringsafgezant nogal roestig en zijn argumentatie wat simplistisch. Daarom probeerden we de Saoedische prins uit zijn comfortzone te lokken door te vragen of het Oliekoninkrijk geen hulp van Iran, Turkije of Europa nodig had bij het indammen van de aanhoudende stroom jihadisten die zich bij IS hebben gevoegd. En of de koninklijke familie en de regering er niet erg onder leden dat het grootste cohort buitenlandse strijders en de meeste IS-tweets uit hun land afkomstig waren. Daarover straks meer.

Maar eerst nog iets over de ‘Great Game'. Dat is de term die de beroemde Britse koloniale auteur Rudyard Kipling in zijn roman Kim (1901) bij het grote publiek introduceerde, maar die achter de diplomatieke schermen al vanaf het begin van de negentiende eeuw in zwang was. De Great Game, in Rusland ook wel ‘toernooi van de schaduwen’ genoemd, was de strijd tussen het Russische tsarenrijk en het Britse imperium om macht en invloed in islamitisch Azië. Voor de Britten ging het om bescherming van de aanvoerroutes naar India (de ‘jewel in the crown’), voor de Russen paste dit conflict in de inspanningen van een reeks tsaren om handel te bevorderen, afzetmarkten te creëren en ijsvrije havens in handen te krijgen.

De Great Game was enigszins vergelijkbaar met de Scramble for Africa, een ordinair koloniaal gevecht om invloed, goedkope grondstoffen en afzetmarkten tussen westerse landen.

Sinds het begin van de 21e eeuw lijkt het erop dat de Great Game opnieuw uit de kast is gehaald, maar dit keer door spelers van eigen bodem. Het Osmaanse rijk werd al in 1918 opgesneden tussen Frankrijk en Groot-Brittanië, het Perzië van de sjah viel toe aan de VS. Maar sinds 2003, en nu voor iedereen zichtbaar, lijkt de geschiedenis te worden teruggedraaid. De rijken van het Midden-Oosten hernemen hun eigen spel. In 2004 constateerde koning Abdullah van Jordanië bezorgd de opkomst van een ‘Shia Crescent’. Niet de westerse landen delen de lakens uit; Saoedi-Arabië, Iran en Turkije schudden nu zelf de kaarten. Zij bepalen of er in Jemen wordt gevochten, of Assad aan de macht blijft, of en hoe IS wordt verslagen en wat er met de vluchtelingen gebeurt. Obama laat het, zoals hij al in 2009 in zijn speech in Kaïro aankondigde, gebeuren. Vanuit Europa komt alleen Merkel nerveus poolshoogte nemen. De rest staat erbij en kijkt ernaar, al dan niet vanuit een bommenwerper.

Is dat verkeerd? Misschien wel helemaal niet. De Great Game heeft sinds de Eerste Wereldoorlog voor stabiliteit gezorgd aan de randen van Europa. Maar dat had een hoge prijs: absolute monarchieën zijn te lang in het zadel gehouden, de Arabische volkeren bleven onmondig, waardoor terrorisme z’n akelige kop kon opsteken en er een vicieuze cirkel van afhankelijkheid van westers ingrijpen is ontstaan.

Laten Iran en Saoedi-Arabië, het liefst met Turkije, maar zonder Rusland, er nog maar een paar potjes debatteren aan wagen. En dan zonder westerse militaire inmenging, hoogstens wat diplomatieke.

Na afloop van het podiumgesprek kwamen zowel de Iraanse hoogleraar als de Saoedische prins op ons af. We hielden er een geheel betaalde rondreis langs alle Saoedische detentiefaciliteiten voor terroristen aan over, plus budget om in Riyad te gaan shoppen. De Iraniër wilde liever zelf hierheen komen om de Nederlanders uit te leggen dat Teheran de beste bedoelingen had voor de Middellandse Zee. In het kader van de zuiverheid van het wetenschappelijke postkoloniale onderzoek heb ik beide aanbiedingen voorlopig afgeslagen.