Heel voorzichtig optimisme over fragiel akkoord

Op de Veiligheidsconferentie in München durft niemand iets te zeggen over het prille akkoord. Intussen zegt Assad heel Syrië te willen heroveren.

Slechts sporadisch kwam het verrassende Syrië-akkoord van donderdag op de eerste dag van de grote jaarlijkse internationale Veiligheidsconferentie van München ter sprake. De meeste aanwezige staatshoofden en ministers leken zich in het openbaar niet te willen branden aan de vraag of het – zoals afgesproken – volgende week echt tot een wapenstilstand zal komen, tot een hervatting van humanitaire hulp en nieuw vredesoverleg.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, erkende in de wandelgangen echter dat de overeenkomst „heel fragiel” is. „Ik ben er ook sceptisch over of de Russen zich inderdaad zullen inhouden, nu ze de stad Aleppo misschien kunnen veroveren”, zei Koenders.

Zelf sprak hij als voorzitter van de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie vrijdag ook met zijn Russische collega Lavrov. Toch onderstreepte Koenders dat het vooruitgang betekende dat alle partijen donderdag na intensief vergaderen een akkoord op papier hadden weten te krijgen.

De voorzitter van de conferentie, de Duitse diplomaat Wolfgang Ischinger, had eerder verklaard dat de veiligheidstoestand in de wereld volgens hem niet meer zo somber was geweest als sinds de Koude Oorlog. Hij sprak nu van een „bemoedigend voorbeeld” voor wat betreft het Syrië-akkoord. Om er meteen aan toe te voegen: „En dan moeten we die afspraken wel uitvoeren.”

Terwijl de conferentie al aan de gang was, werd een interview van de Syrische president Assad met het Franse persbureau AFP gepubliceerd, waarin hij verklaart vastbesloten te zijn heel Syrië te heroveren. Het akkoord van donderdag zal hem daarbij op termijn niet kunnen tegenhouden. Koenders zei deze uitspraak „met een korreltje zout” te nemen.

Opvallend was op de eerste dag van de driedaagse conferentie dat de meeste politici de toekomst zonniger inzien dan voorzitter Ischinger. De Afghaanse president Ashraf Ghani bijvoorbeeld was optimistisch over zijn land en de Iraakse premier Haider Al-Abadi over het zijne, om nog te zwijgen over het opgetogen verhaal dat de Saoedische minister Adel bin Ahmed Al-Jubeir afstak over zijn land.