Gevangen tussen het grootste en het kleinste

De menselijk maat der dingen zit overal net tussenin. Te klein voor het tafellaken, te groot voor het servet – kosmisch gezien. Dat maakt de baanbrekende ontdekking van deze week weer eens duizelingwekkend duidelijk. Verderop in deze bijlage schetst Bruno van Wayenburg het wetenschappelijk belang van de opzienbarende detectie van zwaartekrachtgolven, die afgelopen donderdagmiddag feestelijk bekend werd gemaakt.

Het allerkleinste en het allergrootste komen erin samen. Een botsing van zwarte gaten op anderhalf miljard lichtjaar afstand creëerde een ruimterimpel die door aardse detectoren werd gezien als een vervorming met een factor van 1 op duizend miljard miljard.

Ons dagelijks leven speelt zich af in centimeters en meters, maar in het universum om ons heen gaat het van attometers tot exakilometers, en nog veel weidser: van het minuscuulste quantumschuim in de diepte van de werkelijkheid (10-35 m) tot de 93 miljard lichtjaar doorsnee van het zichtbare heelal (circa 1025 m: de verste waarneming van ca 13 miljard lichtjaar maal de expansie van de ruimte). En het héle heelal is – schatten astronomen – nog eens 1025 keer zo groot als het zichtbare deel.

Moderne wetenschap probeert nu een paar honderd jaar die wereld te verkennen, met onze breinen van anderhalve liter en ogen van een paar centimeter. We hebben nog een lange weg te gaan.