Familiebedrijven als redders in crisistijd

Met hun lange termijnblik en stevige balansen zijn familiebedrijven de opkopers van vandaag

Ze waren ouderwets. In de wereld waarin beurslawaai, geleend geld en aandacht trekkende topmanagers de norm waren, hadden familiebedrijven een stoffig imago. Aan de wand hingen nog wat door sigarenrook gebruinde schilderijen van de aartsvaders. Zij deden zaken in saaie, gerijpte markten met managers van de derde of vierde generatie. De moderne tijd van snel geld, snelle overnames en snelle technologie verstonden ze niet.

En toen brak in 2009 de economische crisis uit. Harde klappen vielen. Opeens waren familiebedrijven modern. Want ouderwets degelijk. De ‘stoffige’ bazen bleken te beschikken over een puike kapitaalpositie, over snuggere managers die voortvarend konden handelen en niet naar het perspectief van vandaag of morgen keken, maar naar hun concurrentiepositie over vijf tot tien jaar.

Vandaar dat nogal wat familiebedrijven nu de winnaars van de crisis zijn. Opkopers en redders.

V&D in crisis? Familiebedrijf Jumbo koopt de restaurantketen LaPlace, dat deel uitmaakt van het failliete warenhuis. 

V&D in crisis? Roland Kahn werpt zich eveneens op als redder van een deel van de warenhuizen.

Nog meer leed uit de winkelstraten. De beursgenoteerde schoenenwinkelexploitant Macintosh ging eind vorig jaar bankroet en de curatoren houden noodgedwongen grote uitverkoop. De winkelmerken gaan naar particuliere ondernemers in de branche.

Lees ook: Deze jonge zus is de baas van haar oudere broer

Wat verder terug in de tijd. Bouwbedrijf Ballast Nedam in crisis? Van Oord kocht de offshore-divisie, een kroonjuweel van Ballast Nedam. Zo kreeg familiebedrijf Van Oord een stevige positie op de groeimarkt voor plaatsing van windmolens.

Toen Ballast nog steeds niet gered was, gooide bouwer Strukton, dat grotendeels in handen is van familie-ondernemer Gerard Sanderink, een reddingsboei toe. Strukton zat met Ballast Nedam in de aanleg van een technisch lastig en zwaar verliesgevend wegen- en bruggenproject bij Rotterdam en rekende op de achterkant van een sigarenkistje: het bankroet van Ballast zou meer kosten dan steunen.

Toen ook dat niet voldoende bleek, kwam Ballast in handen van een Turks familiebedrijf.

Winnaars en verliezers onder de familiebedrijven:

Geld laten liggen

Waarom konden familiebedrijven opeens op de voorgrond treden?

Ondernemingen mikken op continuïteit, maar familiebedrijven maken daar meer ernst mee. Zij zijn bereid om grotere reserves aan te houden als zekerheid dat zij ook barre economische tijden kunnen doorstaan. Dat betekent dat zij bereid zijn om dividend op korte termijn op te offeren en nu geld te laten liggen ten bate van winsten op de langere termijn. Zij kunnen dat gemakkelijker doen dan beursgenoteerde bedrijven of ondernemingen met private-equityfinanciers omdat familiebeleggers niet de hoogste rendementseisen stellen. Stabiele groei is hen meer waard.

Familiebedrijven met stevige bedrijfsbalansen hebben een goeie financiële reputatie en kunnen gemakkelijker geld aantrekken; zij zijn voor de banken aantrekkelijk, juist vanwege hun financiële kracht en betrouwbaarheid.

En áls er serieuze kansen zijn, kunnen familiebedrijven snel reageren. De leiding én de eigenaren zijn namelijk een eenheid: familie. Of ze hebben intensief regulier contact met elkaar. Neem de aankoop van de offshore-divisie van Ballast Nedam door Van Oord. Tussen de aankondiging dat de divisie te koop stond en het nieuws van de overname door Van Oord eind 2014 zaten maar vijf weken.

Supermarktketen Jumbo (familie Van Eerdt) en industrieconcern VDL (familie Van der Leegte) hebben vergelijkbare overnames op hun naam staan. Jumbo kocht eerder de veel grotere concurrent Super de Boer en vervolgens ook de C-1000 winkels. Daarbij koppelde het familiebedrijf zijn commerciële laagste prijzen strategie aan trefzeker financieel beheer. VDL koopt al jaren industriële leveranciers en de busbouwer en blaast die nieuw leven in. VDL redde twee jaar geleden met steun van de landelijke en regionale overheid de autofabriek Nedcar in Born die anders definitief gesloten was.

Altijd raak?

Is het familiebedrijf dan een weergaloze succesformule? Was het maar waar. Ook onder familiebedrijven zijn er koplopers en achterblijvers, succesnummers en faillissementen.

In 2009, toen de economische crisis nog maar net was begonnen, ging bijvoorbeeld luxe auto-importeur Kroymans failliet. Het meest bekende voorbeeld is wel de DSB Bank van oprichter Dirk Scheringa. Hij gold als de pater familias én weldoener. Een eigen museum in aanbouw. De voetbalclub AZ.

In zijn persoon zie je het grootste manco van een familiebedrijf: de baas die zo overtuigd is van zijn eigen gelijk en strategie dat niemand hem op andere gedachten kan brengen of de deur kan uitwerken. Als grootaandeelhouder is hij de baas. Als pater familias is hij de baas. De commissarissen van DSB Bank bleken tandeloos, net als De Nederlandsche Bank die toezicht moest houden op de bankactiviteiten.

Iets van die wie-doet-mij-wat-cultuur zie je terug bij CoolCat-oprichter Kahn die nu onderhandelt over V&D. Vorige week reageerde hij op de eerste berichten daarover met: dat is een broodje aap-verhaal. Als topman van een beursgenoteerde onderneming was hem dat komen te standen op een reprimande, zo niet straf van beurstoezichthouder AFM. Met zijn ontkenning zou hij beleggers op het verkeerde been hebben gezet. Want wie wil reageren op koersgevoelige informatie mag volgens de normen van de AFM best ‘geen commentaar’ zeggen.

Maar jokken? Verboden.