De vreemde vooroordelen over sneeuw

Selfie van poolreiziger Henry Worsley nadat hij een tand kapot heeft gebeten op een bevroren energiereep.
Selfie van poolreiziger Henry Worsley nadat hij een tand kapot heeft gebeten op een bevroren energiereep. Foto Shutterstock

Wie wil kan nog steeds het blog van Henry Worsley raadplegen. Zien hoe de net gepensioneerde Britse SAS-officier op 14 november enthousiast aan zijn zuidpooltocht begon, hoe hij op 3 januari de Amerikaanse basis op de pool bereikte, een rustdag hield, twee dagen later een tand brak op een bevroren energiereep, op dag 64 (16 januari) nog triomfantelijk in zijn kleine tentje een stevige (maar kapotte) sigaar wegrookte en dan opeens rond 18 januari, toen het weer verslechterde, begint in te zakken. Het gezicht gaat rimpelen, de blik versombert, de geintjes met de selfies blijven uit. Bekijk het op shackletonsolo.org. Luister naar zijn gesproken dagboeknotities. Het is hartbrekend.

Op 22 januari gaf Worsley de strijd op, op 23 januari haalde een vliegtuig hem van het ijs, op 24 januari stierf hij in een Chileens ziekenhuis – 55 jaar oud. Uitgeput, uitgedroogd en van de weeromstuit lijdend aan bacteriële peritonitis. Eigentijdse compassie belette de media te noteren dat hij nog tamelijk ver van het beoogde ‘pick-up point’ op de Ross Ice Shelf verwijderd was. Hij moest nog beginnen aan de afdaling langs Shackleton Glacier, met zijn vele gletsjerspleten het gevaarlijkste deel van de tocht.

Zó goed verzorgd is het blog ‘Shackleton Solo’ dat het verbazing wekt hoe weinig er over de uitrusting van Worsley te vinden is. Onder ‘Henry’s Equipment’ zijn wat foto’s bijeengebracht die behalve kleding vooral elektronica laten zien: twee satelliettelefoons, een GPS, een locatie baken, een Kestrel Weather Station en een zonnepaneel voor het opladen van de batterijen. De mp3-speler met favoriete muziek staat er niet bij.

Over slaapzak en slaapmatje lezen we niets. De tent was een Hilleberg-tent, de brander een MSR-XGK-brander die waarschijnlijk benzine verstookte. ’s Ochtends werd in een vijf-liter-ketel sneeuw gesmolten om er porridge van te maken en twee thermosflessen met energy drink mee te vullen. Tijdens korte stops onderweg nam Worsley daarvan wat slokken. ’s Avonds werd een gevriesdroogde Fuizion-maaltijd bereid en werd, mag je aannemen, opnieuw iets te drinken gemaakt. Een man-hauling-poolreiziger heeft per dag wel 5 of 6 liter vocht nodig.

Op 14 november woog Worsley’s bepakte slee 150 kilogram. Rekening houdend met het gewicht van tent, slaapzak, brander, benzine (een liter of tien?), de sneeuwschep, EHBO-spullen, enzovoort, valt veilig aan te nemen dat Worsley niet meer dan 120 kilo voedsel bij zich had, waarschijnlijk veel minder. Voor 80 dagen: nog geen 1,5 kilo per dag. Er is in deze rubriek wel eens uitgerekend dat een volwassen man die zich matig inspant per dag niet zonder 750 gram (modern) kampeervoedsel kan. Het staat vast dat de energiebehoefte van de zwaar zwoegend Worsley, die vaak te maken had met temperaturen vèr onder de -25°C , twee tot drie keer zo hoog lag. Kortom: hij had veel te weinig te eten. En kennelijk dronk hij ook te weinig, hij droogde uit. Hij had niet de fut om tegen heug en meug het vocht naar binnen te werken dat zijn lichaam nodig had.

Uitdrogen bovenop het grootste zoetwaterreservoir van deze wereld, dat mag een prestatie heten. Had Worsley niet geregeld overdag, als hij toch stopte voor het eten van een handje noten, een koekje of een energiereep, had hij dan niet tegelijk ook een paar handjes sneeuw kunnen nemen? Dat is het eerste wat de bij de buitenstaander opkomt. Misschien was de vochtopname dan op peil gebleven?

Geloof het of niet, maar het eten van sneeuw is onder survivelaars onbespreekbaar. Kijk het na op internet, zie hoeveel rare bezwaren er tegen het sneeuweten worden aangevoerd: sneeuw is gedestilleerd water, sneeuw kan vervuild zijn, sneeuw bevat bacteriën, ze verzinnen van alles. Van sneeuweten krijg je het koud en van erg koude sneeuw kunnen je lippen bevriezen. Dat laatste zal wel waar zijn, maar er staat tegenover dat de sledehonden van Scott, Shackleton en Amundsen geregeld sneeuw aten en dat ook pinguïns het doen. (Google: penguin eating snow.) De poolonderzoeker Vilhjalmur Stefansson verbaasde zich een eeuw geleden al over de sneeuwvrees en over de afkeer van zonderlingen (‘snow-eaters’) die zich aan sneeuw te buiten gingen. Hijzelf at sneeuw wanneer het hem uitkwam.

Het survivalwereldje leeft van vooroordelen, misverstanden en vreemde onzin. Zo meent de vermaarde SAS Survival Guide dat sneeuw ook vermeden moet worden omdat het smelten van sneeuw twee keer zoveel energie kost als het smelten van ijs. Nog griezeliger is het advies om geen vast voedsel meer op te nemen zodra er geen water meer is. ‘DO NOT eat unless water is available’, zegt de SAS-gids. En het eveneens op de SAS leunende The Survival Handbook van Peter Darman: ‘Eat as little as possible: the body uses fluids to break down food.’ Ook dat laatste is waar, natuurlijk, denk aan speeksel, maagsap, gal, maar het gaat voorbij aan het gegeven dat het water uit die sappen achteraf weer geresorbeerd wordt. Buiten SAS-kringen lijkt weinig bezwaar te bestaan tegen eten-zonder-drinken. Het informatieve Essentials of sea survival (2002) is er zeer uitgesproken over. Zelfs droge biscuits zijn toegestaan, het voornaamste bij watergebrek is: vermijden van eiwitten en alcohol. De vraag is: bestonden er binnen SAS-kringen nog meer vreemde wijsheden en kan SAS-officier Worsley daarvan de dupe zijn geworden?