De tijger slaat zijn klauw uit

De Chinese staat hervormt de voetbalsector. De sport is gereinigd en er wordt een competitie naar westers model ingericht. Op scholen wordt voetbal verplicht. Zo moet China een internationale voetbalmacht worden.

Supporters van Beijing Guoan bij een doelpunt tegen Chongqing Lifan.
Supporters van Beijing Guoan bij een doelpunt tegen Chongqing Lifan. Foto’s Kevin Frayer/Getty Images)

De ambitie is er, de politieke wil ook en aan kapitaal en passie ontbreekt het in het land met de meeste voetbalfans ter wereld evenmin. En toch lachen buitenlandse voetbalkenners meewarig als het Chinese voetbal ter sprake komt, óók nu profclubs internationale sterren wegkapen met recordbedragen.

Een vergissing, zeggen Chinese specialisten. Want hoe moeilijk kan het zijn voor een land dat in dertig jaar 700 miljoen mensen uit de armoede trok, om een internationale voetbalmacht te worden? „Het blijkt lastiger dan wij dachten, we zijn niet goed in teamsporten, zoals jullie in Europa, wij hebben geen basis om op te bouwen en geen infrastructuur”, zegt senior voetbalverslaggever Xiao Langzhi van Titan, China’s belangrijkste sportblad. „Maar met de nieuwe plannen in uitvoering denk ik voor het eerst dat er een reële kans is, dat we ons gaan ontwikkelen tot een sterk voetballand.”

‘Hemelhoge prijzen’ (Beijing Times) betaalden topclubs en middenmoters de afgelopen weken voor met name Braziliaanse en Colombiaanse talenten. Ze hebben daarmee de internationale voetbalwereld verrast, soms zelfs geschokt. Het is voor het eerst dat spelers van het niveau van de Braziliaanse spits Alex Teixeira ervoor kiezen om in China te gaan spelen en niet in de wereldwijd bewonderde Britse Premier League.

Volgens trainer Arsène Wenger van het Engelse Arsenal zijn de recente grote transfers naar China „het begin van een nieuwe ontwikkeling”, die prijzen van spelers tot ver boven de 100 miljoen euro zullen opdrijven. „Zij hebben de financiële macht om de hele Europese competitie op te kopen”, zei Wenger zorgelijk.

Inderdaad, sinds president Xi Jinping zijn Chinese Droom koppelde aan de prestaties op de Chinese en internationale voetbalvelden, volgen de hervormingen elkaar snel op. Als het aan het Xi ligt, wordt het WK 2026 al in China gehouden, mét China in de finale. De gesprekken met wereldvoetbalbond FIFA over een kandidatuur zijn in volle gang. „Ja, waarom niet, als wij het gaan aanpakken zoals wij onze economie hebben ontwikkeld tot tweede van de wereld, moet dat lukken”, denkt voetbaljournalist Xiao. „Onze diplomaten zijn goed in het binnenhalen van grote sportevenementen.”

Zijn beroemde tv-collega Yan Qiang is het met hem eens. „Er is alle reden een beetje cynisch te zijn over het Chinese voetbal. We hebben wel veel fans, maar weinig talent. En het was ook nog eens een grote corrupte zooi. Maar óók ik ben optimistischer aan het worden, want de noodzakelijke hervormingen vinden nu eindelijk plaats”, zegt de voetbalcommentator Yan in een telefonisch gesprek.

Politiek correcte uitspraken of niet, feit is dat Xi Jinpings wens sneller dan verwacht officieel beleid is geworden. De afzwakking van de economie heeft de besluitvorming zeker versneld, want een sterke voetbalsector kan voor nieuwe groei zorgen. Oude industrieën sterven af in China, nieuwe sectoren – internethandel, diensten – bloeien op. Een herboren voetbalsector moet over tien jaar de motor zijn van een sportmarkt ter waarde van 700 tot 1.000 miljard dollar, aldus de Chinese regering. Nieuwe rijken, particuliere bedrijven en de grote staatsondernemingen die over enorme kapitaalreserves beschikken worden „aangemoedigd” te investeren in het profvoetbal. Het spreekt voor zich dat geen Chinese rode kapitalist een dergelijk „vriendschappelijk advies” van president Xi negeert.

Voetbal zal ook een verplicht vak worden op scholen; het aantal voetbalscholen moet worden uitgebreid van de 200 nu naar de 20.000 in 2025. En het eens tamelijk sterke vrouwenvoetbal moet weer worden gerevitaliseerd. Dat Xi beseft dat hij zich met zijn Grote Chinese Voetbaldroom populair maakt, laat zich raden; populisme is hem niet vreemd.

De eerste, essentiële stappen zijn al gezet. Er heeft een grote schoonmaak plaatsgevonden in het profvoetbal: corrupte bestuurders van de Chinese voetbalfederatie zijn vervangen en de meest verderfelijke clubs zijn opgeheven. Bij alle zestien clubs in de Superliga vindt een professionaliseringsslag plaats, vaak geleid door buitenlandse coaches.

Corrupte vliegen en tijgers

Behalve grondig gereinigd „van corrupte vliegen en tijgers” is de Chinese voetbalfederatie ook losgekoppeld van de gigantische sportbureaucratie. Een duidelijker signaal dat de focus verschuift van de jacht op olympisch goud naar de topvoetballerij hadden de autoriteiten niet kunnen geven. Zelfs het tafeltennis, onder jongeren al lang niet meer de populairste sport, lijkt naar de achtergrond verdrongen te worden.

De financiering van de voor de Chinese Superliga cruciale volgende stap wordt deze zomer gezet met de verkoop van alle tv- en nieuwe media-uitzendrechten voor 1,2 miljard dollar. Niet langer de staat, maar het particuliere China Sports Media is eigenaar van deze rechten en dit relatief onbekende bedrijf is weer eigendom van China’s grootste private-equityfonds China Media Capital.

Tot nu toe betaalden tv-stations en websites een schijntje – negen miljoen dollar per jaar in totaal – maar daar komt verandering in. De getotaliseerde prijs gaat omhoog naar 200 miljoen dollar per jaar en daar gaan de clubs van mee profiteren, heeft eigenaar China Media Sports beloofd. Ook de opbrengsten van merchandising worden beter verdeeld. „Het komt erop neer dat de voetbalsector wordt gereorganiseerd naar het voorbeeld van het kapitalistische model van de Amerikaanse basketbal-associatie”, zegt voetbalverslagger Xiao. Voor de NBA is China na de VS de belangrijkste markt voor verkoop van tv- en videorechten en allerhande basketbalparafernalia.

Met China Media Capital, onder leiding van de Chinese Murdochfamilie Liu, doet het grootkapitaal zijn intrede. Geen club of er staat een bedrijf, bedrijvenpark of een van China’s nieuwe rijken als Wanda-topman Wang Jianlin of Jack Ma van internetbedrijf Alibaba achter. Alibaba en Ma hebben er een nieuw bedrijf voor opgericht: AliSports. Dat wordt geleid door de Shanghaise zakenman Zhang Dashong, die eerder de NBA naar China heeft gehaald.

Alibaba ziet in het Chinese voetbal met honderden miljoenen fans een onontgonnen goudmijn, vertelde Zhang onlangs aan de de krant South China Morning Post. Het plan van AliSports is om allerhande voetbalproducten ( shirts, schoenen, video’s, gespecialiseerde websites) aan de 500 miljoen klanten van Alibaba te verkopen. „Chinese ondernemers krijgen eindelijk de ruimte op de voetbalmarkt. Koppel dat aan de koopkracht van de sportfans en ik weet zeker dat er een hele nieuwe economie ontstaat”, aldus Zhang Dashong.

Wil het plan slagen dan moet het peil van het voetbal snel omhoog. Daarvoor heeft China de expertise van wereldsterren en coaches nodig. Kennis wordt gekocht door overnames van buitenlandse clubs, zoals Atlético Madrid en ADO Den Haag, en door coaches aan te stellen. Nu volgen ook spelers, die niet 200.000 euro per week in de Bundesliga of Premier League willen verdienen, maar 300.000 euro in de Chinese Superliga. „Het is een beetje de omgekeerde wereld in het land van goedkope arbeid: nu hebben wij buitenlandse arbeidskrachten nodig, want we hebben te weinig Chinese topspelers en moeten topprijzen betalen”, grapt tv-commentator Yan Qiang.

Spektakel en hoge kijkcijfers

Wereldsterren moeten voor spektakel en hoge kijkcijfers zorgen, is het idee. De bezoekersaantallen zijn geen probleem. Bij Shanghai SIPG of Evergrande Guangzhou Taobao zitten gemiddeld 25.000 man op de tribune en topwedstrijden trekken makkelijk 45.000 bezoekers. Maar het gaat straks ook om het vermogen miljoenen tv-kijkende fans te enthousiasmeren. „We hebben vooral buitenlandse sterren nodig die nog niet over hun top heen zijn. Aan has-beens geen gebrek”, zegt Titan-reporter Xiao. Hij doelt op de mislukte avonturen van Nicolas Anelka en Didier Drogba, spelers die in 2012 met veel spektakel naar Shanghai werden gehaald, maar geen fut meer hadden en oneervol vertrokken. Nieuwe buitenlandse aankopen moeten een tijdje meekunnen en daarom worden grote bedragen neergeteld. „Ik denk dat deze voetbalwedloop een jaar of vier, vijf zal duren tot ook de rijkste clubs een plafond hebben bereikt”, voorspelt Xiao, die het eens is met Arsène Wenger.

Voor tv-commentator Yan Qiang staat vast dat op langere termijn Chinese spelers en coaches en niet de buitenlanders de toon moeten zetten. „Het peil van de nationale competitie moet en kan snel omhoog, maar wil je internationaal meedoen dan moet je over een groot reservoir aan talent en goede opleidingen beschikken. De clubs worden verplicht te investeren in jeugdopleidingen, maar of dat ook gebeurt is de vraag. Zeker is dat het lang zal duren voordat wij daar het resultaat van gaan zien. Zie ik al een Chinese Messi? Nee, nog niet, maar China is ook een heel groot land, je weet het nooit”, zegt tv-commentator Yan.