De beknibbelaars op thuiszorg zijn in beeld

Het getouwtrek over tarieven die gemeenten betalen voor huishoudelijke hulp gaat een nieuwe fase in. In het naderende faillissement van marktleider TSN Thuiszorg krijgen de gemeenten die weinig betalen een gezicht.

Zelfs de bewindvoerders geloven er niet meer in. De grootste thuiszorgorganisatie van Nederland stevent af op een faillissement. Er hebben zich geen goede kandidaten gemeld die het bedrijf TSN Thuiszorg, dat in november uitstel van betaling aanvroeg, willen overnemen.

Voor bestuurders van TSN Thuiszorg is dat geen verrassing: zij trokken vorig jaar al de conclusie dat de organisatie in de huidige omstandigheden niet levensvatbaar is. Gemeenten betalen te lage tarieven, de marktleider lijdt structureel verlies. Daarom vroeg de onderneming zelf uitstel van betaling aan.

Sterker, bij het moederbedrijf van TSN Thuiszorg waren ze misschien iets te goed voorbereid op een debacle. Er hangt een geurtje aan. De holding trok ruim voor de surseance de handen van dochter TSN af en trok zijn zogeheten 403-verklaring, waarmee aansprakelijkheid voor een dochter wordt erkend, in.

Vervolgens wijzigde het concern zijn naam en plaatste toen pas de wettelijk verplichte advertentie waarmee de schuldeisers werden gewaarschuwd dat hun positie was veranderd. Deze acties „zouden er de schijn van kunnen hebben”, antwoordde staatssecretaris Van Rijn (Zorg, PvdA) vrijdag op Kamervragen van de SP, om aansprakelijkheid op te heffen „op een zodanige wijze dat de schuldeisers daar niet van op de hoogte zouden komen.”

En Van Rijn voegde fijntjes toe: „Als de voormalige ADG dienstengroep SE daadwerkelijk de bedoeling heeft gehad om schuldeisers onwetend te laten over haar acties om de overblijvende aansprakelijkheid voor TSN Thuiszorg op te heffen, dan vind ik dat moreel verwerpelijk en keur ik dat zeer af. Ik kan me voorstellen dat met name de medewerkers van TSN Thuiszorg hier een naar gevoel aan overhouden.”

Buurtzorg in beeld

Voor de 10.000 werknemers en de 40.000 ouderen en gehandicapten is de grote vraag wat een bankroet voor hen betekent. Bewindvoerders zijn tot de conclusie gekomen dat een plan van Buurtzorg, de snelst groeiende zorginstelling van Nederland, het beste is voor iedereen. Een plan dat uitgaat van een faillissement.

Volgens Buurtzorg moet een nieuw op te richten stichting de mooiste contracten (driekwart van het totaal) tussen gemeenten en TSN Thuiszorg overnemen. Buurtzorg is bereid om samen met de Rabobank 15 tot 20 miljoen werkkapitaal te financieren. De stichting zou ook eenmalig 5,7 miljoen euro subsidie krijgen.

Buurtzorg is een succesvolle instelling die werkt met kleine uitvoerende teams van hulpverleners die zelf de organisatie en de planning doen. Er is aandacht voor de menselijke maat. Hulpbehoevenden zien vertrouwde gezichten en de kwaliteit van de zorg verbetert. Door zelforganisatie is er minder afstemming en bureaucratie nodig én zijn de kosten voor management en hoofdkantoor lager.

Jos de Blok, oprichter en directeur Buurtzorg, ziet mogelijkheden om de huishoudelijke hulp in één keer voor tienduizenden ouderen en gehandicapten anders te organiseren. Samen met de overheden.

De oprichting van de nieuwe stichting (naam: Familiehulp) is bedoeld om de risico’s niet te groot te laten worden. Die stichting moet straks met 900 kleine teams gaan draaien. Jos de Blok spreekt van „een burgerinitiatief”. Het is een polderoplossing: zowel het ministerie als vakbonden en de koepelorganisatie van Nederlandse gemeenten zijn enthousiast. De landsadvocaat heeft gekeken of het plan juridisch kan qua aanbestedingsrecht en eerlijke handel.

Te weinig betalen

Het plan heeft een lijst opgeleverd van meer dan tachtig Nederlandse gemeenten die in de ogen van Buurtzorg te weinig betalen voor het inkopen van huishoudelijke hulp.

Harderwijk is een van die gemeenten. Daar betalen ze net iets minder dan het landelijk gemiddelde van 21 euro voor een uur huishoudelijke hulp, met alles erop en eraan. Dat is bij veel instellingen al lager dan de kosten die zij maken om dat uur te leveren. Maar volgens de gemeente is hun tarief geen probleem. Toen Harderwijk onlangs 4.400 uur aan huishoudelijke hulp wilde aanbesteden werd er tot 240 maal van de gevraagde zorg ingeschreven door instellingen.

Harderwijk wil evenmin zaken doen met Buurtzorg, legt een ambtenaar uit. Want Buurtzorg vraagt een eenmalige vergoeding om contracten over te nemen. „We hebben de adviezen van de landsadvocaat gelezen”, zegt beleidsmedewerker Gerrit van Manen. „Daar staat eigenlijk: Je kan Buurtzorg wel extra geld geven, maar dan zal je het ook moeten geven aan andere zorginstellingen waarmee we een contract hebben. Dan zijn we niet anderhalve ton kwijt, maar zes ton aan eenmalige vergoedingen. En we moesten toch bezuinigen?”

Dat is exact de klacht die concurrenten van Buurtzorg uiten: alleen geld voor Buurtzorg? Ongeoorloofde staatssteun.

Zutphen, dat bij het bod van Buurtzorg buiten de boot valt, zegt dat instellingen in 2012 tussen de 18,50 en 20,50 konden inschrijven. „TSN is destijds op het laagste tarief gaan zitten”, laat een woordvoerder weten.

Leeuwarden is net als vele andere Friese gemeenten landelijk gezien niet een royale betaler. Volgens wethouder Andries Ekhart (PvdA) kan hij niet anders met een kleiner budget. „Je kan niet van ons vragen dat we het uit de algemene reserves doen. Bij de jeugdzorg hebben we ook al een tekort.” Hij maakt ook een verwijt aan de sector. „Het gaat toch vaak om eenvoudig poetswerk waarvoor die bedrijven te dure mensen in dienst hebben.”