Zeventig jaar en razend actueel De vrouw bestaat nog als object

Sinds het verschijnen van De tweede sekse in 1949 is de positie van de vrouw drastisch verbeterd. Maar uit een heruitgave van De Beauvoirs grootse boek blijkt dat haar ideeën over de mythen over ‘de vrouw’ verre van achterhaald zijn.

De beroemdste zin uit De tweede sekse is de openingszin van het tweede deel: ‘Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt.’ Het beeld van de vrouw en haar positie in de maatschappij is niet veroorzaakt door een biologisch, psychologisch of economisch noodlot. Dat beeld en die positie worden voortgebracht door de maatschappij zoals die is.

Simone de Beauvoir schreef het in 1949, toen vrouwen in Frankrijk nog maar pas vier jaar stemrecht hadden en ze heeft het geweten. De verschijning van haar boek veroorzaakte schandalen, woede, roem, beledigingen en bijval. Ineens herkende men haar op straat, een tapijtverkoper wilde haar tapijt graag met fikse korting leggen, terwijl een groep studenten eiste dat ze zich uitkleedde toen ze haar café Les Deux Magots zagen binnenlopen.

Voor veel mensen is De Beauvoir vooral de schrijfster van dit ene boek, dat voor veel vrouwen een bewustwording en een bevrijding betekende, en zeker heeft ze de feministische bewegingen van de tweede feministische golf (in de jaren zestig en zeventig) sterk geïnspireerd.

In De tweede sekse neemt ze de hele geschiedenis van de vrouw door, van de oertijd tot heden, waarbij ze, niet ten onrechte, een belangrijke rol weglegt voor de mogelijkheid van de vrouw om bezit te hebben. Verder bespreekt ze de psychische en biologische toestand van de vrouw en de mythen die rond haar geweven zijn (gevoeliger, dommer, kuis, onverzadigbaar, babbelziek, een mysterie, enzovoort) en die haar opgedrongen worden. Mannen zijn de norm, de vrouw is de Ander. Mannen zien zichzelf als subject en de vrouw als object. Mannen hebben voor zichzelf een bestemming gekozen die de werkelijkheid transcendeert, vrouwen moeten het doen met de immanentie van het vrouw-zijn.

Pittige formuleringen

Zulke woorden en begrippen gebruikt ze gemakkelijk, zodat je je soms wel eens afvraagt welke tapijtverkoper zo’n boek las. De tweede sekse sloeg dan ook vooral aan bij ontwikkelde vrouwen uit de burgerij. Overigens staan er ook voldoende pittig geformuleerde inzichten en opmerkingen in haar studie, zoals: ‘Zij wier belang het is het heden voort te zetten, storten altijd tranen over het prachtige verleden dat op het punt staat te verdwijnen, zonder ook maar een glimlachje over te hebben voor de jonge toekomst.’

Je zou verwachten dat dit boek zo langzamerhand achterhaald is. De twee belangrijkste punten waarop de vrouw zich gefnuikt ziet in haar mogelijkheden tot zelfstandigheid, namelijk moederschap en arbeid, zijn significant verbeterd sinds 1949. De pil heeft minstens zo veel bijgedragen aan de emancipatie van de vrouw als De tweede sekse, en waarschijnlijk nog veel meer. En het is allang heel normaal dat meisjes een goede opleiding krijgen en in hun eigen onderhoud kunnen voorzien.

Make-up blogs

Toch zijn De Beauvoirs overwegingen over de mythen rond de vrouw niet overbodig geworden. Nog steeds bestaan vrouwen behalve als zelfstandig subject voor een belangrijk deel ook als object; elk meisje weet nog steeds dat haar uiterlijk van het grootste belang is, en kijkt naar haar gezicht en lichaam in de spiegel alsof ze naar een ander kijkt, een object dat begeerd moet worden en waar zij voor moet zorgen. Soms lijkt dat, met al die make-up blogs en programma’s waarin meisjes er hysterisch naar verlangen ‘topmodel’ te worden, alleen maar te zijn toegenomen, ondanks alle emancipatie. De Beauvoir geeft er mooie analyses van, waarbij ze veel literatuur aanhaalt, niet alleen van (semi-)wetenschappelijke aard, maar ook romans en toneelstukken waarin vrouwen zich uiten over hun situatie. Dat maakt haar boek breed en levendig, maar ook overvol, er is geen stelling of ze bedenkt er nuances, uitzonderingen en voorbeelden bij, waardoor je soms de grote lijnen uit het zicht verliest.

Dat heeft dan weer als voordeel dat ze niet generaliseert, althans niet meer dan nodig om een dergelijk boek te schrijven. Ze zegt ook zelf dat het zinloos is om dingen te beweren over de superioriteit dan wel de inferioriteit van ‘de’ vrouw ten opzichte van ‘de’ man omdat hun situaties nu eenmaal totaal verschillend zijn: ‘het is duidelijk dat de situatie van de man oneindig veel verkieslijker is, dat wil zeggen dat hij over veel concretere mogelijkheden beschikt om zijn vrijheid in de wereld te projecteren en uit te oefenen.’

Het lijkt me niet zo zeker dat dat nu, bijna zeventig jaar later, een onware uitspraak is geworden.