Opinie

Wij durven jullie haten!

Beyoncé was op dreef. In de pauze van de Super Bowl zong ze Coldplay van het podium. „Hoe Chris Martin werd afgeslacht door Beyoncé”, luidde de kop in de Volkskrant. ”Moeite met het woord ‘afgeslacht’ – is het echt oorlog”, twitterde schrijver Hans Maarten van den Brink. Goed, Beyoncé zong zelf tientallen keren het woord slay – maar waarom neemt een recensent zo verlekkerd de geweldsterminologie over?

Het is natuurlijk nog zoet vergeleken bij de dood die Katwijks PvdA-voorzitter Willem den Hartog per tweet Geert Wilders toewenste. Ik probeer me voor te stellen wat de man bezielt, om het eerst te denken, het op te schrijven en het aan de hele wereld te laten weten.

Had hij de superieure aanwijzing van zijn partijgenoot Lodewijk Asscher maar ter harte genomen. Die schreef aan degenen die hem via Facebook of Twitter een „respectloze hond”, een „zionistenhond” noemden: „Mag ik jullie voorzichtig aanraden voor de volgende keer dat je zo’n reactie plaatst de tweet of post eerst even aan je moeder te laten zien? Als zij het ook een goed idee vindt, vooral plaatsen.”

Twitter – de auto waar een zatladder in gaat zitten in de overtuiging dat alles onder controle is.

Maar ik zou geen recht doen aan de oprechte intenties van de haters als ik het medium de schuld gaf van hun gedrag. (Tik ‘haat’ in Twitters zoekvenster en de taalvernieuwing springt tevoorschijn: „Ik heb haat aan de schoollift.”)

De dag na de moord op zijn vriend Pim Fortuyn werd Peter Langendam door premier Wim Kok uitgenodigd. De sfeer was geladen. Bij het naar buiten gaan, dralend in de hal, riep Langendam: „Het is een schande, godverdomme!” „Ik vond dat wel mooi’’, vertelde hij me later, „dat ‘godverdomme’ in het Catshuis. Ik was totaal bevangen.”

Misschien is dat wel een sleutel tot de hersenpan van de schelders. Dat al het haten vooral angst en verlegenheid moet verbergen.

Maar ik ben er niet gerust op.

Er is een citaat dat steeds in mijn gedachten komt, van George Kettmann, zwarthemd, hoofdredacteur van Volk en Vaderland en dichter. Hij richtte zich tot het Comité van Waakzaamheid en met name tot Menno ter Braak en Eduard Du Perron. Het gedicht eindigt zo: weet dit: het heeft den langsten tijd geduurd, dan komen wij – wij durven jullie haten!

Ter Braak schreef er een laconieke recensie over („In dit gedicht zit onmiskenbaar Schwung”). Maar op 10 mei 1940 pleegde hij zelfmoord. Kettmann zat na de oorlog zeven jaar vast en bleef daarna tot zijn dood in 1970 gedichten publiceren.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl, Twitter: @Juttachorus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.