Verenigd Koninkrijk heeft ‘knusse deal’ met Google

Britse Lagerhuisleden zijn kritisch over het bedrag aan achterstallige belastingen dat Google moet betalen.

Googles financiële topman Tom Hutchinson in het Lagerhuis.
Googles financiële topman Tom Hutchinson in het Lagerhuis. Foto AP

De Britse minister van Financiën sprak van „een belangrijke belastingoverwinning”. Vorige maand werd bekend dat internetbedrijf Google 130 miljoen pond (166 miljoen euro) aan achterstallige belasting moest betalen.

Zijn politieke tegenstanders hadden het echter over een „triviaal” en „lachwekkend” akkoord. Het bedrag ging over tien jaar, was inclusief 18 miljoen pond rente en staat tegenover een omzet van alleen al 5,6 miljard dollar (4,9 miljard euro) in 2013. Had de regering-Cameron misschien een deal gesloten?

Donderdag werden de Europese topman van het bedrijf, Matt Brittin, en het hoofd financiën van Google, Tom Hutchinson, erover ondervraagd door de Lagerhuiscommissie die de overheidsuitgaven controleert.

Dergelijke verhoren zijn nooit de beste manier om een zaak tot de bodem uit te zoeken, eerder een kans voor Lagerhuisleden om te laten zien hoe streng ze kunnen klinken. Voorzitter Meg Hillier (Labour) zei al snel geïrriteerd dat Hutchinson en Brittin haar „geduld op de proef stelden”. In het Engels is dat werkwoord to tax, net als belasting betalen.

Toen het akkoord bekend werd had ze op Twitter al duidelijk gemaakt hoe ze denkt over de belastingontwijking van het internetbedrijf: „Wed dat individuele belastingbetalers er niet zo makkelijk van afkomen als Google. Knusse deal.”

Brittin zei dat hij de frustratie begreep. Tenminste, als Google echt maar 3 procent belasting zou betalen in het Verenigd Koninkrijk, zoals de Lagerhuisleden hem voorhielden. „Dat is alleen niet zo. We betalen 20 procent.” Hij noemde dat „een redelijk” bedrag, dichtbij de gemiddeld 19 procent die Google elders zou betalen.

Het bedrag aan achterstallige belasting is bovendien „niet het resultaat van onderhandelingen”, maar het gevolg van „een rigoureuze accountantscontrole” die zes jaar had geduurd, vertelde hij.

Lagerhuislid Richard Bacon vroeg zich af waarom het zo lang duurde om tot overeenstemming te komen, „zo lang als de Tweede Wereldoorlog”. „Of u bent slecht in uitleggen wat u doet, of zij zijn te dom om het te begrijpen.”

Op Brittins antwoord dat de belastingdienst (HMRC) veel mensen had gesproken om te begrijpen hoe het bedrijf opereerde, antwoordde de Conservatief sarcastisch: „Ongelooflijk dat het zes jaar kost om uit te leggen wat internet is.”

Later zou de baas van HMRC, Lin Homer, zeggen dat Google aan dezelfde belastingregels is gebonden als andere bedrijven. Die wetten, zei ze, zijn nu eenmaal ingewikkeld en daarom duren onderzoeken zo lang. Wilde het Lagerhuis dat het sneller ging, dan was het aan hen de wetgeving te vereenvoudigen.

Tot de interessante vragen kwam de Lagerhuiscommissie nauwelijks. Want was de regering-Cameron betrokken bij de deal? De Liberaal-Democratische oud-minister van Handel, Vince Cable, onthulde vorige maand dat Google „veel invloed” had op Downing Street 10 en dat „de nauwe band de belastingdienst waarschijnlijk belemmerde bij het agressief zoeken naar een akkoord”.

Op de vraag of er de afgelopen vijf jaar tijdens meer dan twintig bijeenkomsten tussen Google en verschillende ministers over belasting werd gesproken, antwoordde Brittin dat zij daarover nooit een gesprek hadden aangevraagd. „Bij het akkoord is de politiek niet betrokken geweest”, zei hij. Daar bleef het bij.