‘Soms bluf ik een klant de deur uit’

Hoe pakt de nieuwe uitkeringswet in de praktijk uit? NRC gaat naar de sociale dienst. Vandaag: Veghel.

Wie in Veghel een uitkering wil, moet langs Simone Verbeek zien te komen. De ‘poortwachter’ is alert op bedrog en checkt klanten via sociale media.

Illustratie Anne van Wieren

Echt link zijn de klanten die héél zachtjes héél dreigend een uitkering eisen. Zo zachtjes dat de beveiliger en andere collega’s van de sociale dienst het niet kunnen horen. Twee keer heeft Simone Verbeek (46) haar hand bij de alarmknop gehad, zegt ze. De ene keer is ze naar voren geleund en heeft het gesprek formeel afgekapt. De andere keer heeft ze de klant met een smoesje naar buiten gewerkt.

„Als een gesprek verkeerd loopt, is het in principe mijn schuld”, zegt ze. „Mensen komen met emoties en frustraties. Van mij wordt een professionele houding verwacht.”

Verbeek is de poortwachter van Optimisd: de Intergemeentelijke Sociale Dienst van de Brabantse gemeenten Veghel, Bernheze, Schijndel en Sint-Michielsgestel. Wie een uitkering wil, moet eerst langs haar zien te komen. Bij Optimisd verstrekken ze uitkeringen voor langdurig werklozen, ouderen, arbeidsongeschikten en zelfstandigen. Of je er recht op hebt, hangt af van je situatie, leeftijd, inkomen en vermogen.

Onder mensen die zich melden, zijn veel schrijnende gevallen. „Mensen die hun leven lang hard hebben gewerkt en hier huilend komen omdat ze op hun 57ste een uitkering moeten aanvragen. Voor die groep proberen we alles te doen.”

Chocolademelkvlekken

Maar bijna de helft van de aanvragen wijst Verbeek ook af. De strenge Participatiewet heeft haar werk lichter gemaakt. „Ik zat vroeger erg in de overtuigingsmodus om mensen vooruit te helpen. Nu zijn ze wettelijk verplicht om actief te solliciteren en om werk te aanvaarden. Wij móéten hen korten als ze zich niet houden aan hun verplichtingen. Klanten hebben geen probleem meer met mij, maar met de nieuwe wet.”

Verbeek is niet lang, maar ook niet bang. Ze heeft tien jaar lang als croupier in verschillende casino’s gewerkt en zo met onvoorspelbare klanten en situaties leren omgaan, zegt ze. Ze heeft ook keukens verkocht, Poolse flexwerkers gedetacheerd en gewerkt bij een reïntegratie- en een uitzendbureau.

Vier jaar geleden is ze bij Optimisd gekomen als poortwachter. Ze is ook jobhunter en sinds kort looptrainer voor uitkeringsgerechtigden. Vijftien weken lang loopt ze hard met werkzoekenden uit Schijndel. „Het is goed voor hun eigenwaarde. Tegelijkertijd gaan we kijken of lokale bedrijven een baan voor hen hebben. Ik moet kijken wat voor types het zijn, welke baan goed bij hen past.”

Als ze een afspraak heeft, zet ze haar stoel ietsje hoger en gaat ze rechtop zitten met beide benen op een voetenbankje. Bekertjes koffie, thee of water mogen niet op het bureau staan – die kunnen over haar of haar computer heengaan. „In onze spreekkamers zie je de chocolademelkvlekken nog op de muur.”

Sherlock Holmes spelen

Deze ochtend komt de 60-jarige Conny met haar zoon langs. Ze is laaggeletterd, vertelt ze, en heeft twee banen als huishoudelijke hulp. Door die nieuwe tweede baan heeft Conny te veel uitkering gehad. Dat extra geld heeft ze gebruikt om schulden af te lossen. Alleen is haar uitkering wel stopgezet. „Mogelijk komt u opnieuw in aanmerking voor bijstand, maar u kunt gekort worden omdat u het te veel betaalde geld heeft opgemaakt”, zegt Verbeek.

Diana en Addie zijn net gaan samenwonen en vragen een uitkering aan. Zij heeft zes bankrekeningen, volgens de administratie, plus een ton schuld en een bewindvoerder. Die bankrekeningen zijn van haar ex geweest, zegt ze. Maar samen hebben ze recht op 1.400 euro, toch?

Verbeek wil graag weten hoe het gaat met Addies nieuwe baan. En of hij ooit in aanraking is geweest met justitie en alcohol of drugs gebruikt. Ja, vroeger, zegt Addie. Verbeek rapporteert zijn lijzige blik.

„Soms speel ik Sherlock Holmes”, zegt ze. Voorafgaand aan afspraken zoekt ze soms even op sociale media naar klanten. Een gokverslaafde klant had laatst foto’s van een mooie nieuwe auto gepost – dat brengt ze dan ter sprake. Het komt ook voor dat ze ziet dat mensen samenwonen, maar dat verzwijgen om korting te voorkomen. „‘Waarom komt u hier alleen?’ vraag ik dan. ‘U heeft toch een relatie en kunt ook samen een uitkering aanvragen.’ Dan zijn ze soms wel overrompeld.”

Intuïtie en gezonde achterdocht zijn heel belangrijk voor een poortwachter, zegt ze. „Het is een constante afweging: ben je eerlijk of zit je mij te beflikkeren? Maar het komt ook voor dat je eigen vooroordelen je tegenwerken. Soms meldt een klant zich aan met een verhaal waarvan je denkt: dat heb ik vaker gehoord, daar trap ik niet in. Maar eenmaal op gesprek kan de situatie altijd anders blijken te zijn.”

Een of twee keer per jaar laat ze haar gevoel meewegen. „Dan denk je: het klopt niet wat je zegt. Ik kan het niet aantonen, maar als ik jou binnenlaat, krijg ik je er nooit meer uit en moet ik de sociale recherche erbij halen. Dan bluf ik iemand wel eens de deur uit. Soms besluit hij dan ook de uitkeringsaanvraag niet door te zetten. Maar mensen mogen altijd bezwaar maken en iedere dag opnieuw een aanvraag indienen.”