Pillen draai je voor de patiënt, niet om patent

Beloon gezondheidswinst in plaats van lobby, betoogt Marcel Canoy.

Om werkelijke winst voor consumenten en patiënten te boeken moet het stelsel van financiering voor dure geneesmiddelen op de schop. Dat is niet alleen een nachtmerrie voor patiënten, maar ook voor economen. Uit leerboeken weten we dat monopolies vaak slecht uitpakken voor consumenten. Sommige monopolies kun je nog negeren; hekel aan de NS, neem de auto. Maar gedwongen winkelnering van farmaceuten is een vervelende variant van monopolie – zeker als de prijzen geheim blijven. We voelen dat we worden geplukt, maar weten niet eens of we nog veren overhouden.

Lovenswaardig dus dat minister Schippers, met het visiedocument dat ze op 29 januari naar de Kamer stuurde, de markt wil veranderen voor die geneesmiddelen waarvoor nog geen goedkoper, merkloos alternatief voorhanden is. Niet al haar oplossingen zullen goed werken. Zo is het een goed idee het EU-voorzitterschap te gebruiken om bondgenoten in Europa te mobiliseren, maar de minister lijkt niet veel verder te willen gaan dan informatiedelen. Voorts wil ze de inkoopmacht van ziekenhuizen en verzekeraars versterken; ingewikkeld dat te realiseren.

Want wie is er precies aan zet bij de inkoop? Moeten we zorgverzekeraars laten samenwerken zodat die collectief een prijs kunnen onderhandelen? Dan wordt de concurrentie tussen verzekeraars aangetast. Ziekenhuizen samen dan maar? Zou kunnen, maar ook dan geldt dat concurrentie tussen ziekenhuizen wordt verminderd en het niet zeker is dat de voordelen de patiënten ten goede komen. Bekendmaken van onderhandelingsprijzen op individueel niveau is ook geen panacee. Het is daarom goed dat de Autoriteit Consument en Markt binnenkort bepaalt wat de ruimte is die mededingingsregels bieden voor samenwerking op inkoop, zodat consumenten en patiënten daar de voordelen ten volle van kunnen plukken. Al deze initiatieven hebben gemeen dat aan het systeem zelf niet veel verandert. Ook een hechter collectief van zorgaanbieders en verzekeraars moet opboksen tegen een machtige monopolist. Zeker als die monopolist ‘goud’ in handen heeft in de vorm van een doorbraak op de genezing van kanker, dan kan de samenleving weinig anders dan tandenknarsend de hoofdprijs betalen. Een systeem dat fundamenteel fout is.

Gedrag van fabrikanten bestempelen als onethisch helpt niet. Farmaceuten spelen sluw, maar hebben het spel niet zelf bedacht. Mag je wat van vinden, maar het is handiger om de spelregels te veranderen. Dat kan door een systeem op te tuigen waar de prijs niet bepaald wordt door reclame, lobbykracht, emoties of maximumclaims, maar door gezonde concurrentie en de waarde die een medicijn aan gezondheidswinst toevoegt.

Als partijen betaald worden voor wat ze maatschappelijk toevoegen, komen de prikkels van farmaceuten en de samenleving met elkaar in balans. Dan wordt verhinderd dat kleine niet-wezenlijke veranderingen gepatenteerd worden en plotseling peperduur in de markt worden gezet. Voorbeeld is Lemtrada, dat veertig keer zo duur werd nadat het door Genzyme werd omgekat van middel ter behandeling van leukemie in een ter behandeling van multiple sclerose. Mooi voor MS-patiënten maar dubieus omdat er geen enkele verhouding bestaat tussen ontwikkelingskosten en prijs. Tegelijkertijd blijven fundamentele doorbraken op de plank liggen zoals bij nieuwe antibiotica. Deze markt wordt door de sector gemeden omdat het commercieel te riskant zou zijn, terwijl het terugdringen van resistentie enorme maatschappelijke baten op mondiale schaal kan genereren.

Een nieuw systeem is nodig waar farmaceuten betaald krijgen voor onderzoeksinspanningen maar de prijzen laag gehouden worden. Nederland is te klein om dat in zijn eentje voor elkaar te boksen, maar dat weerhoudt ons er niet van het te proberen, want een systeemdoorbraak is de enige begaanbare weg voor de toekomst. De minister opent een kier in deze systeemdeur door in haar brief vooruit te lopen op publiek-private samenwerkingen waarbij publiek geld in de onderzoeksfase aan privaat geld wordt gekoppeld, maar beide partijen moeten dan ook meeprofiteren van de winst.

Nog beter is het als de minister de Europese bondgenoten weet te enthousiasmeren voor een Europees fonds dat gezondheidswinsten beloont. Iedere partij met een bewezen goed medicijn kan bij het fonds aankloppen. Hoe meer gezondheidswinst, hoe hoger de beloning. Met zo’n fonds hadden we allang een nieuw antibioticum gehad en worden we verlost van spookinnovaties en andere trucjes die alleen octrooi-juristen blij maken.

In plaats van te sleutelen aan de marges van een slecht systeem, is het nodig de gehele financiering van geneesmiddelen op zijn kop te zetten. Dat is niet alleen goed voor patiënten en de staatskas, maar ook voor de farmaceutische sector. Die kan weer doen waar het voor is opgericht en waar ze goed in is: het doen van slim onderzoek om betere geneesmiddelen te produceren. Verspillingen van lobby’s, ‘bewerking’ van artsen en juridische haarkloverijen zeggen we vaarwel. Financiële risico’s door onduidelijke onderhandelingen behoren ook tot het verleden. De minister doet in haar visiedocument een stapje in de goede richting. Het zou een ferme pas mogen worden.