Opinie

Kinderwagen

Voor mijn verjaardag kreeg ik een Museumjaarkaart die we meteen gingen uitproberen. De tocht ging naar Doorn, naar Huis Doorn waar Wilhelm II, de laatste Duitse keizer, van 1918 tot zijn dood in 1941 woonde. We wandelden naar de majestueuze entree waar de beloofde gids op ons wachtte met een bezorgd gezicht.

„Ik zie een groot probleem.”

Het probleem was de slapende baby waarover de gids zei: „Stel, er breekt brand uit. Wie blokkeert er dan de boel?”

„De baby!”, zei ik als eerste, want ik had heus wel in de gaten hoe dit gesprek ging aflopen.

„De combinatie kinderwagen en baby”, verbeterde de man. Hij zei dat er in Huis Doorn weliswaar een keizerlijk liftje zat waarmee we het trappenhuis zouden kunnen ontlopen, maar dan zouden we loskomen van de groep. Wat als er juist op dat moment brand zou uitbreken? Dan waren we, excuses voor de beeldspraak, helemaal de sigaar.

Hij wees naar de groep belangstellenden die op hem stonden te wachten.

„Wat als daar een brandweerman tussen zit?”

Hij gaf zelf het antwoord. „Dan ben ik de sigaar!”

We moesten maar denken: we waren de enigen niet, gehandicapten en ouderen met een rollator waren ook niet welkom. Hij verwees ons met liefde naar het paviljoen in de tuin, naar de veelgeprezen tentoonstelling ‘Op de vlucht’.

In de nieuwbouw stonden meerdere plastic tentjes die werden bewaakt door evenveel vrijwilligers. „U herkent ze wellicht van de journaals”, zei een van hen die plotseling achter ons stond. „Het zijn originele vluchtelingententen, maar wij hebben ervoor gekozen om er gebruiksvoorwerpen en foto’s in te leggen van de Belgische vluchtelingen die tijdens de Eerste Wereldoorlog naar ons land vluchtten. We denken op deze manier een aardige link met de actualiteit te leggen.”

We moesten het thuis allemaal maar eens nalezen op het internet, want hij vond de tentoonstelling niet geschikt voor baby’s en kinderwagens.

„Er zijn geen andere belangstellenden”, begon ik alvast aan de verdediging, „we kunnen bij brand dus geen opstoppingen veroorzaken…”

„Maar wat als u met uw voertuig een tentje of een paneel ramt?”, vroeg hij. „Daar ga ik de verantwoording niet voor dragen.”

Een andere vrijwilliger bood aan om ons te begeleiden naar de kassa waar we ons geld terug zouden krijgen. Ik liet hem de Museumjaarkaart zien waarop hij zei dat hij ons ter compensatie dan graag een verhaal wilde vertellen over het prikkeldraad dat destijds tussen Nederland en België had gehangen.

Het was goed bedoeld, maar wij werden liever niet afgeleid terwijl we de kinderwagen over een grindpad stuurden.