Opinie: Israël houdt Palestijnse martelaarscultus in stand

Proces en straf zijn niet zo begerenswaardig als de geneugten na de martelaarsdood, betoogt Anna Krijger.

Illustratie Emad Hajjaj
Illustratie Emad Hajjaj

Hoewel het Israëlisch-Palestijnse conflict toch al uit een eindeloos oplaaiende en weer afzwakkende cyclus van spanning en gewelddadigheden bestaat, tekent zich sinds enkele maanden een nieuwe trend af. Jeugdige Palestijnen vallen individuele Joodse Israëliërs aan: burgers, kolonisten en militairen.

Het zijn acties van lone wolves. Er gaat nauwelijks organisatie aan vooraf, er komt geen geavanceerd wapentuig bij kijken en de slachtoffers lijken willekeurig gekozen. Sinds begin oktober hebben er 116 steekpartijen, 40 schietpartijen en 23 car rammings (bewuste aanrijdingen) plaatsgevonden. Hierbij kwamen 30 Israëliërs om het leven.

Wat bezielt die Palestijnse jongeren? ‘Pure jodenhaat’, zegt het pro-Israëlkamp. ‘Uitzichtloosheid’, volgens de Palestina-sympathisanten. Maar tussen deze twee uitersten moet er rekening gehouden worden met een andere factor. Bij deze geweldsincidenten werden er 104 Palestijnse verdachten door de Israëlische ordediensten doodgeschoten. Zij zijn, volgens de islamitische traditie, martelaar of ‘shaheed’ geworden.

Dit is bepaald geen nieuw verschijnsel in het Israëlisch-Palestijns conflict. Al sinds de jaren negentig vinden er zelfmoordaanslagen plaats op Israëlische doelen en de Tweede Intifada werd er – in de vorm van bomaanslagen – zelfs door gekenmerkt. Onder moslimgeleerden bestaat er onenigheid over de definitie van het martelaarschap. Wanneer een Palestijn een bejaarde Israëlische burger op straat neersteekt en vervolgens door de politie wordt doodgeschoten, kan hij dan martelaar beschouwd worden? En is het niet aan God alleen om te bepalen wie de status van martelaar verdient?

In de praktijk doet theologische twijfel er weinig toe. Volgens de overlevering wacht de martelaar zeven hemelse beloningen. Het huwelijk met de 72 maagden is in het Westen veruit de bekendste, maar ook vergeving van alle zonden en een gegarandeerde plaats in het paradijs horen daarbij. In de Hadith staat vermeld dat een martelaar, eenmaal in het paradijs aangekomen, weer terug naar de mensenwereld wil om opnieuw gedood te worden, al is het maar vanwege de eer die hem ten deel valt.

De beloningen in het aardse leven zijn minstens zo belangrijk. De familie van de martelaar ontvangt gelukwensen en financiële donaties, in de buurt worden posters opgehangen met de foto van de martelaar waarop hij wordt geprezen en soms worden er snoepjes uitgedeeld. Zelfmoord is verboden in de islam, maar zelf omkomen bij een aanslag op de vijand wordt als bijzonder eervol beschouwd. President Abbas ‘verwelkomt’ iedere druppel Palestijns bloed die wordt vergoten in Jeruzalem en Hamas komt superlatieven tekort om aanslagplegers te eren. Dit heldendom, met paradijselijke beloningen en wereldse romantiseringen, heeft ontegenzeggelijk een aanmoedigend effect op jonge Palestijnen. Voor wie gelooft in het hiernamaals en toch al weinig heeft te verliezen, wordt het martelaarschap een reële optie.

Terug naar de getallen. Bij ongeveer de helft van de geweldsincidenten zijn de Israëlische ordediensten overgegaan tot arrestatie van de verdachte, in de overige gevallen werd deze doodgeschoten. Hoewel er zeker voorbeelden zijn van gruwelijke terreurdaden, bestaan deze aanslagen doorgaans uit halfslachtige pogingen om een soldaat te verwonden of een gewapende kolonist neer te steken. Het slachtoffer raakt 'slechts' gewond en het is de Palestijnse verdachte die de dood vindt. Het martelaarschap ligt voor het grijpen.

Je kunt je afvragen waarom de Israëlische ordetroepen de verdachten niet op een andere manier uitschakelen en vervolgens arresteren. Zo was er een voorval waarin een negentienjarige studente weliswaar in het bezit was van een mes, maar voor niemand een directe bedreiging vormde en toch met tien kogels werd doorzeefd. Een verklaring hiervoor is dat politici de druk van het Israëlische electoraat voelen om genadeloos op te treden tegen terreur. En hoewel de buitenlandse druk om Palestijnse verdachten niet buitengerechtelijk te executeren ook groot is, heeft die nauwelijks invloed op binnenlands beleid.

De belangrijkste voorwaarde om de gewelddadigheden een halt toe te roepen is het beëindigen van de bezetting – zoals VN-chef Ban Ki-moon onlangs al zei, zit het in de menselijke natuur om in opstand te komen tegen onderdrukking. Maar voor het zover is (en áls het ooit zover komt) moeten de Palestijnen beseffen dat ze, door het in stand houden van de martelaarscultus, hun eigen jongeren de dood injagen.

Misschien nog wel belangrijker is dat de Israëlische ordetroepen moeten begrijpen dat zij een doorslaggevende rol spelen in het bevestigen van het martelaarschap dat zowel Palestijnse als Israëlische slachtoffers maakt. In sommige gevallen zal het onvermijdelijk zijn om een verdachte dodelijk te verwonden, maar het zal zo veel mogelijk vermeden moeten worden – en niet alleen vanuit humaan oogpunt. Arrestatie, een eerlijk proces en jarenlange gevangenisstraf, zonder mythische status, zijn lang niet zo begerenswaardig als de geneugten die zouden volgen op een martelaarsdood. Een potentiële aanslagpleger die vrijwel zeker weet dat hij na zijn daad in een Israëlische cel belandt in plaats van het paradijs, denkt wel twee keer na.