‘Ik huilde om die jongen omdat ik mezelf zag’

Ruben Terlou (30) wordt met zijn reisserie over China begroet als nieuw tv-talent. ‘Ik hoop dat mensen zullen zien dat Chinezen, nou ja, heel menselijk zijn.’ 

Foto Merlijn Doomernik
Foto Merlijn Doomernik

Hij had géén idee. Nul verwachtingen. Ruben Terlou (30) zegt het steeds. Over de dag dat hij gevraagd werd om te komen praten met de VPRO. Over zijn sollicitatie als presentator van een zesdelige documentaire over China – hij kwam onvoorbereid. Over de screentest, een kungfules in Amsterdam-Zuidoost. Over de allereerste scènes die ze draaiden op een containerschip op de Chinese zee. Vlak daarvoor nog had hij de regisseur gevraagd: „Wat moet ik doen?”

Precies daarom is hij zo overdonderd door de reacties op de eerste uitzending afgelopen zondag. In die aflevering stond Shanghai centraal. We zagen een stad die zich in razend tempo ontwikkelt. Een stad waar jonge Chinezen in hun uppie naartoe trekken. En in de allerlaatste scènes zagen we een jongen die in een fabriekje nepfruit maakt – mini spiegeleitjes, plakken bacon, tomaatjes: voor de etalage van restaurants. Terwijl hij zestien uur per dag ploetert in de gifdampen, droomt de jongen ervan schrijver te worden. Bij een fragment uit zijn dagboek barst Ruben Terlou in tranen uit.

Ruim één miljoen mensen zagen die eerste aflevering. Er kwamen interviewverzoeken. En er kwam een heleboel fanmail. Ruben scrollt door zijn inbox. Berichten van geadopteerde Chinezen. Berichten van Taiwanezen. Berichten van Chinese jongens die hier studeren en heel erg zijn aangedaan. En o ja, een paar vrouwen, ze willen met hem wandelen. „Omdat ik zo goed kan praten.”

Waarom waren die Chinese studenten zo geraakt?

„Omdat ik China laat zien op een manier waarop zij het zelf niet vaak zien. Dit soort dingen zie je in China niet op tv.”

Maar wat raakt ze dan?

„Ik denk dat die jongen in de fabriek herkenbaar voor ze is. Dat fragment gaat over de druk die Chinezen voelen om succesvol te zijn. Vrouwen die hun gezicht verbouwen om aan een baan te komen! Ik heb hier ook vrienden die ertegenop zien om terug te gaan naar China, omdat dan die druk van de maatschappij weer terugkomt.”

Het compliment is ook: de anders zo gesloten Chinezen praten nu ineens over hun gevoelens en hun angsten.

„Als jij aan China denkt, dan denk je schandalen, toch? Emotieloos volk. Uniform. Een land met weinig variatie. Afstandelijk ook. Ik hoop dat mensen verrast zullen zijn, dat Chinezen, hoe zeg ik dat, nou ja, heel menselijk zijn.”

Je wilde je nadrukkelijk niet op de schandalen richten.

„De mensen staan voorop, al komen we in de loop van de serie heus dingen tegen. Je kunt er niet omheen. De vervuiling bijvoorbeeld. Of die obsessie met welvaart. Zo opportunistisch. Ze zien niet in dat je met geld ook dingen kunt doen voor anderen, of voor de natuur. Ik vroeg een man: vindt u het niet erg dat de oude Chinese cultuur verdwijnt? Hij zei: ‘Nee, mijn cultuur was achterlijk. Nu kunnen mijn kinderen studeren en is er infrastructuur’. Chinezen gaan zo rationeel, zo pragmatisch met dingen om. Ze zijn ook erg naar voren gericht, ambitieus. Tien jaar geleden zag je veel vieze wc’s. Nu telde ik op een benzinestation tachtig urinoirs – tachtig! En allemaal brandschoon.”

Ruben Terlou groeit op in Zeist. Gevleugelde uitspraak volgens zijn moeder: Ik móét niks. Al op de middelbare school is hij „actief ongelukkig”, omdat hij „weg wil, reizen maken”. In zomervakanties gaat hij klimmen in Zwitserland of bezoekt hij zijn vader – ook al iemand die het verderop zoekt. Zijn vader werkte enkele jaren als psycholoog in West-Afrika en kwam maar twee keer per jaar naar huis.

In plaats van studeren (sáái) neemt Ruben Terlou zich voor fotograaf te worden. In China. Want dat is een land dat groeit, en nog onbekend bovendien. Na vijf weken zelfstudie kan Terlou in het Chinees een buskaartje kopen en boekt hij een ticket naar Guangzhou. Hij belandt op een taalschool in Kunming. Na twee jaar blokken heeft hij de taal onder de knie. Alleen succesvol fotograaf worden, dat lukt niet. Op zijn eenentwintigste keert Terlou berooid en teleurgesteld terug naar Nederland. Hij gaat geneeskunde studeren. En aan het einde van zijn co-schappen meldt de VPRO zich. Hoogleraar Dick Swaab, die hij kent van een stage in China, is de tipgever.

Hoe zijn jullie te werk gegaan?

„We zijn twee jaar bezig geweest. Ik deed veel voorbereidingen vanuit Nederland. Samen met regisseur Maaik Krijgsman. En we hadden daar twee mensen die ons hielpen. We bedachten grote thema’s en daar zochten we mensen bij. De vrouw in de Ferrari staat voor de grote economische omwenteling. Via de kraanmachinist vertellen we het verhaal van de groei van Shanghai. We moesten een plan schrijven voor de regering. We wilden alles via de officiële wegen doen.”

Kon je alles maken?

„In China heb je, zo noemen ze het zelf, kankerdorpen. Dorpjes met giftige fabrieken ernaast – het hele dorp is ziek. Daar wilde ik naartoe. Vergeet het maar.”

Er ging ook een vrouw van de staat mee.

„Daar was ik vooraf wel zenuwachtig over. Maar zij heeft maar één keer ingegrepen. Toen we soldaten filmden. Ze bleef al gauw achter, dan lag ze te slapen in de auto. Of zat ze in de Starbucks. De grens lag veel meer bij de Chinezen zelf.”

Hoe dan?

„Chinezen weten dat ze niet alles kunnen zeggen. Maar ze weten niet waar de grens precies ligt. De wetten zijn vaag omschreven. In de vierde aflevering gaan we naar de Drieklovendam. Die dam heeft afschuwelijke gevolgen voor de natuur en de mensen daar. Maar die dam is een staatssymbool, die staat voor de ambitie van het huidige China. Mensen hebben het gevoel dat ze dat móéten steunen. Of ze lopen weg zodra ze een camera zien. Je ziet me daar worstelen.”

Onbevredigend.

„Ja, nou, je wilt mensen ook niet in gevaar brengen. Vaak werden contactgegevens door de staatsdame geregistreerd. En als we een niet geplande ontmoeting hadden, dan kwam ze nog even met een notitieboekje aanlopen.”

En zijn ze later door de staat opgezocht?

„Weet ik niet. Kijk: we hebben het plan geframed als: wat maakt de Chinezen trots? Dat was een neutrale vraag. Ze hebben het eindresultaat niet gezien. En ik weet ook niet of ze de productie volgen. Maar ik geloof wel dat we een gebalanceerd beeld geven.”

Wat zocht jij zelf eigenlijk op je negentiende in China?

„In China lijkt het alsof alles mogelijk is. Alsof alles kan. De dingen zijn zo groot en overweldigend, dat geeft je een intens gevoel. Nog steeds vind ik het moeilijk om er weg te gaan. Ik ben daar als een vis in het water. Al heb ik nu wel een totaal ander China leren kennen dan twaalf jaar geleden. Toen ging ik voor mezelf. Nu keek ik met veel meer afstand. Met historisch besef. Ik heb me ingelezen.”

Wat ontroerde je zo aan die jongen in de kunstvoedselfabriek?

„Ik zag mezelf in die jongen – twaalf jaar geleden. Zo naïef, zo puur ook nog.”

Dacht je ook: jij zult nooit zover komen als ik?

„Natuurlijk. Dat ook. Die Chinese droom is voor de meesten niet weggelegd. Het is een slogan. Een manier om het volk te mobiliseren – ze moeten offers brengen.”