Getuigenis in Brits seksschandaal blijkt vals

Omdat Scotland Yard slachtoffers na de affaire-Savile altijd gelooft, werden Britse oud-politici aan de schandpaal genageld.

Scotland Yard-chef Bernard Hogan-Howe, hier vorig jaar op een congres in Rotterdam, staat onder druk excuses aan te bieden. Door het optreden van zijn korps werden Britse prominenten aan de schandpaal genageld.
Scotland Yard-chef Bernard Hogan-Howe, hier vorig jaar op een congres in Rotterdam, staat onder druk excuses aan te bieden. Door het optreden van zijn korps werden Britse prominenten aan de schandpaal genageld. Foto Jerry Lampen/ANP

Voor het oog van de camera werden ze opgepakt, hun huizen doorzocht. Ze stonden – zoals in Britse kranten gebruikelijk – met naam en adres, en zonder balkjes voor de ogen op de voorpagina’s. Verdacht van kindermisbruik.

Het overkwam onder anderen Lord Leon Brittan, de voormalig eurocommissaris, en Lord Edwin Bramall, legercommandant tijdens de Falklandoorlog en veteraan van D-Day.

Nu blijkt de „geloofwaardige en ware” getuigenis waarop Scotland Yard zich baseerde, allesbehalve dat. Het politieonderzoek wordt inmiddels zelf onderzocht. En hoofdcommissaris Bernard Hogan-Howe staat onder druk excuses aan te bieden.

Jimmy Savile

De reactie van de politie om Brittan, Bramall en bijvoorbeeld ook wijlen oud-premier Edward Heath te onderzoeken, is begrijpelijk. In 2012 bleek dat Jimmy Savile, de één jaar eerder overleden BBC-presentator, decennialang ongestoord honderden minderjarigen had misbruikt. Zijn voorliefde voor jonge meisjes was een publiek geheim. Verschillende politiekorpsen hadden hem in de loop der jaren kunnen arresteren, maar men hield hem de hand boven het hoofd.

Lees ook: Savile’s gedrag was openbaar geheim

In de nasleep van Savile meldden zich volwassenen die zeiden dat ze als kind door andere bekende Britten waren misbruikt. Beschuldigingen tegen meer dan 1.400 verdachten werden geuit. Presentator Rolf Harris en publicist Max Clifford werden schuldig bevonden, een beschuldiging tegen zanger Cliff Richards wordt nog altijd onderzocht.

De Britse politie veranderde haar werkwijze. Een slachtoffer wordt sinds 2014 altijd geloofd, in plaats van aangehoord, en een beschuldiging wordt onmiddellijk geregistreerd als een misdrijf.

'Nick' werd betrouwbaar gevonden 

Zo kon het dat ‘Nick’, toen hij in 2014 bij Scotland Yard aanklopte, betrouwbaar werd gevonden. Hij vertelde hoe hij in de jaren zeventig als dertienjarige was misbruikt en gemarteld. Hij had gezien hoe drie jongens werden vermoord, één van hen door toenmalig Lagerhuislid Harvey Proctor. Proctor dreigde hem vervolgens te castreren, met een zakmes dat was geleend van premier Heath.

In drie getuigenverhoren, van in totaal zeventig uur, vertelde Nick over een netwerk van pedofiele politici. Hij beschuldigde Brittan, Bramall, oud-directeuren van de geheime diensten MI5 en MI6 en oud-Lagerhuisleden. Scotland Yard noemde zijn verhaal „geloofwaardig”, nog voordat men een onderzoek was begonnen. Nieuwe slachtoffers van het netwerk meldden zich echter niet.

Evenmin bleek de politie haast te maken met het interviewen van collega’s: pas na tien maanden werd bijvoorbeeld gesproken met Bramalls adjudant. Die had het verhaal van Nick kunnen weerleggen. De adjudant week immers niet van Bramalls zijde toen die chef-staf van defensie was, de hoogste Britse legerbaas.

Bramall zou Nick hebben misbruikt op Remembrance Sunday, de Britse dodenherdenking. Tegen de BBC zei de oud-militair onlangs: „Als het niet zo serieus was, had ik erom gelachen. Een man die veldmaarschalk is, zal denkelijk niet die dag voor een seksfeest uitkiezen.”

Omgekeerde bewijslast

Maar zijn grootste kritiek, die inmiddels breed wordt gedeeld, is dat „ik moest bewijzen dat ik het niet gedaan kon hebben”. De bewijslast werd omgedraaid, de verdachten werden schuldig tot zij het tegendeel konden bewijzen. Bramall is inmiddels geen verdachte meer.

Oud-Lagerhuislid Proctor zei tegen The Sunday Times: „Ik ben beschuldigd van de vreselijkste misdaden die je kunt bedenken: dat ik een seriemoordenaar en kindermisbruiker ben. Ik ben onschuldig, maar merk dat ik tegenover de Metropolitan Police moet bewijzen dat ik niet schuldig ben.” Proctor wordt nog steeds verdacht, net als Lord Brittan, die een jaar geleden overleed. Hij wordt niet langer verdacht van verkrachting van een jonge vrouw. Maar de politie vergat hem dit voor zijn dood te vertellen.

Hoofdcommissaris Bernard-Howe weigert vooralsnog excuses aan te bieden. Hij roept wel op tot anonimiteit voor verdachten van seksueel misbruik.