Gapers

Ik kende het woord niet, althans niet in deze betekenis, maar het zal me niet meer verlaten sinds politieagent Wout van Noort ermee kwam. Terwijl Van Noort en zijn collega’s probeerden een zwaargewonde vrouw in leven te houden, aldus het bericht, werd hun nobele werk bemoeilijkt door gapers. Door omstanders dus die niets deden, die niet hielpen maar uitsluitend hinderlijk toekeken. De haat die in mij opborrelde tijdens het lezen van Van Noorts verhaal op Facebook zal algemeen zijn. Die gapers bij het winkelcentrum Boven ’t Y, oliedom gapend boven een slachtoffer op straat, gun je het allerergste.

De vrouw is inmiddels overleden. Vermoedelijk overhoop gestoken door haar ex-man. Snelheid was in dit geval weer eens belangrijk. De agenten probeerden er het beste van te maken in afwachting van ambulance en traumahelikopter. Dus als die toekijkers met hun kwaadaardige luie gegaap niet zoveel aandacht hadden opgeëist van de agenten, dan, enfin, je weet het niet.

Maar toch. Zelden werd een wrange situatie zo ludiek — typisch politie natuurlijk — verwoord. Mensen die je het liefste voor hun kop zou willen slaan gapers noemen: dat is voorbehouden aan beroepsgroepen die zich moeten beheersen als de vulkaan van binnen op uitbarsten staat. In plaats van lava komt er een woord.

Een van die gapers in Amsterdam-Noord probeerde ook nog een foto te maken van de stervende. Dat is dan zo’n mededeling die het niet zou redden in een roman: niet geloofwaardig. Maar in de rauwe werkelijkheid gebeurt het. Het leidde zelfs tot een vechtpartij tussen de verachtelijke gaper en twee agenten omdat hij weigerde de foto uit zijn mobiel te verwijderen.

Ja, lees die zin nog maar eens, het staat er echt. Wout van Noord zegt het.

Ik vraag me af hoeveel gapers Van Noord ’s avonds voor het slapen heeft geëxecuteerd. Misschien niet eens zo veel – hij heeft het vaker meegemaakt. Uiteraard, anders komt zo’n briljant woord als ‘gaper’ niet in je op. Pas bij herhaling van zulke toestanden, als het geloof in de mensheid wegzakt, wordt het noodzakelijk het geloof met wat vindingrijkheid op te krikken. Dankzij ‘gapers’ houdt Van Noord zijn boosheid in bedwang.

Boosheid is een bron van vindingrijkheid. Dat weet ik als regelmatige bezoeker van voetbalstadions heel goed. Wat de fanatieke supporters over en weer roepen vind ik vaak wel grappig. Met hun pogingen de andere partij te sarren, hoe smakeloos soms ook, slijpen ze de geest. Maar ja, die pop in de Arena ging natuurlijk veel te ver. De pop stelde de vroegere Ajaxdoelman Kenneth Vermeer voor, die namens zijn nieuwe club Feyenoord in de Arena voetbalde. Met een touw om zijn nek bungelde de pop — de ‘verrader’ — levensgroot aan de tweede ring. En zie: heel het vak met Ajaxfans gaapte. Vijftigduizend toeschouwers gaapten. Alle spelers en trainers gaapten erbij. Niemand deed wat.

Ik vraag me af hoeveel supporters keeper Vermeer zondagavond voor het slapen gaan heeft geëxecuteerd. Ik denk heel weinig. Hij maakt zulke dingen wel vaker mee.