The Last King of Scotland

(Kevin Macdonald, 2006). Zoals bij de meeste internationale films over Afrika is de hoofdpersoon een blanke die vermorzeld dreigt te worden op het gewelddadige en onkenbare continent. In The Last King of Scotland is het de jonge Britse arts Nicholas (James McAvoy) die afreist naar Oeganda. Hij neemt een wereldbol en draait die rond tot zijn vinger een plaats aanwijst waar hij zijn verveling zal gaan verdrijven. In Afrika mengt hij zich kinderlijk in volwassen aangelegenheden. Hij verleidt de vrouw van een collega en laat haar even makkelijk weer achter als Idi Amin hem uitnodigt om zijn lijfarts te worden. Heel, heel laat dringt tot hem door wat voor rol in welk gruwelijk drama hij speelt. Nicholas gaat aanvankelijk op in de vrolijke en driftige dictator (Oscarwinnaar Forest Whitaker) zoals fellow-travellers in de jaren zestig vielen voor Fidel Castro. Dat hij geen zicht krijgt op de werkelijke aard van het Amin-regime, wordt door de regie van Macdonald effectief onderstreept. Camera en montage zijn nerveus, de beelden vaak fragmentarisch. Het geeft de film iets psychedelisch en dat past mooi bij de jaren zeventig waarin het zich allemaal afspeelt.