Narcist niet altijd blij met zichzelf

Veel narcisten zijn niet zo tevreden met zichzelf. Narcisme wordt vaak omschreven als een overdreven vorm van zelfwaardering, ook door onderzoekers, maar dat is ten onrechte: zelfwaardering en narcisme zijn verschillende dingen, schrijven psychologen in een literatuuroverzicht in Current Directions in Psychological Science (februari).

„In onderzoek bij volwassenen zijn de correlaties tussen narcisme en zelfwaardering laag”, zegt eerste auteur Eddie Brummelman (UvA) aan de telefoon, „en bij kinderen en adolescenten wordt er helemaal geen verband gevonden.” Het is belangrijk om de twee concepten te onderscheiden, zodat er manieren kunnen worden ontwikkeld om bij kinderen wél de zelfwaardering te vergroten, maar niet het narcisme.

Het is per slot van rekening helemaal niet zo prettig om narcistisch te zijn, noch voor iemand zelf, en evenmin voor de mensen in de omgeving. Narcisten voelen zich superieur aan anderen en vinden dat ze daarom recht hebben op bewondering, respect en privileges. Als ze die niet krijgen, kunnen ze agressief worden.

Zowel gezonde zelfwaardering (je een waardevol persoon voelen) als narcisme kunnen al ontstaan als een kind een jaar of 7 is. Waarschijnlijk internaliseert het kind dan hoe de ouders het zien. In eerder onderzoek van Brummelman werden kinderen narcistischer als hun ouders hen meer op een voetstuk plaatsten (PNAS, 24 maart 2015). Die ouders gaven het vaker een ongebruikelijke voornaam en overschatten de vaardigheden van hun kind. Naarmate een kind zich meer geliefd voelde door zijn ouders kreeg het meer gezonde zelfwaardering.