Durf los te laten in Schiedam

Vanaf hier kun je alle kanten op. Schiedam Centrum, het eindpunt van metrolijn A, is eigenlijk geen eindpunt. Je kunt hier overstappen op de tram, trein en bus. Er is een fietsenstalling, een parkeergarage en overal waar je kijkt staan in- en uitcheckpoortjes.

De betegelde stationshal is er niet op gemaakt om lang te blijven hangen. Ik ga door de schuifdeuren naar buiten. Aan de rand van het stationsplein staat een kunstwerk. Public Poetry Pavilion, vertelt mijn telefoon. Een prieeltje omringd door water, een „monument van de ontmoeting”. In de bovenring een lichtkrant, waarop teksten in witte letters verschijnen. Het monument staat er vandaag treurig bij. Het is stil op het plein. In het water drijven plastic tasjes. De lichtkrant hapert hier en daar.

Ik ga op een bankje bij het kunstwerk zitten. De wind waait in mijn nek. Als je loslaat heb je beide handen vrij, lees ik. Ik sla mijn kraag op.

Aan de overkant van het plein verschijnt een man op zijn balkon. Hij gaat in kleermakerszit zitten en steekt een sigaret op. Dan pakt hij zijn telefoon.

Er scheren mensen op vouwfietsen voorbij. Af en toe stopt er een auto om iemand op te halen of af te zetten. Telkens als er weer een metro, trein of bus is aangekomen komen er kleine groepjes reizigers uit het station. Dames in gewatteerde jassen, een stelletje met dezelfde wintermuts. Een enkeling werpt een blik op het kunstwerk, leest al lopende een regel. Maar de meeste mensen wandelen snel door.

Ik vraag me af wat er nu in je omgaat, zegt het kunstwerk.

Ik sta op en loop naar de sigarenzaak naast het station. Er is vandaag iets misgegaan met de bezorging van de kranten, in het rek liggen edities van vorige maand. De vrouw voor me koopt een aansteker. De man achter de balie controleert of die het doet voor hij hem verkoopt. Het is hier altijd zo rustig in het weekend, vertelt hij. Hij moet het vooral van de forenzen hebben. De oude krant mag ik gratis meenemen. Hij wenst me een goed weekend.

Voor ik weer het station inga, het oude nieuws onder mijn arm geklemd, kijk ik nog een keer naar het kunstwerk. Ik ben niet meer bang voor het onbekende.

Ik kijk omhoog. Het balkon is leeg.