Opinie

De Politiecolumn: Er kan nog veel meer met de DNA-databank

Vandaag doet de rechter uitspraak in de zaak van de Utrechtse serieverkrachter. De verdachte beriep zich steeds op zijn zwijgrecht. Veel, zo niet alles, hangt nu af van de DNA matches. Volgt de rechter de officier van Justitie die zestien jaar eiste, de zwaarst denkbare straf en de aangetroffen DNA sporen als wettig en overtuigend bewijs aanvoerde? Ik verwacht dat dit gaat gebeuren. DNA is een niet meer weg te denken middel in het beschermen van de rechtsorde. Politie en Justitie zijn steeds beter toegerust om naast het ‘gewone’ recherchewerk, ook de forensische kant van opsporing te integreren in het dagelijks werk.

De forensische opsporing is meer en meer een specialisme geworden waarin hoge eisen aan vakbekwaamheid en precisie worden gesteld. Lees hier meer over de ontwikkeling van DNA wetgeving en van DNA als opsporingsinstrument. In 1994 was Nederland het eerste land ter wereld dat specifieke wetgeving invoerde voor de toepassing van DNA-onderzoek in het strafrecht. Kamervragen van onder andere Boris Dittrich (D66) naar aanleiding van de zaak van de Utrechtse serieverkrachter hebben er in 1997 voor gezorgd dat er serieus werd begonnen met het inrichten van de databank.

Ook later is er steeds veel politieke bemoeienis geweest met het benutten van DNA in de opsporing en is de wet diverse keren aangepast. Tot 2004 was de databank meer gevuld met sporen dan met personen. In 2008 ontstond de mogelijkheid ook internationaal DNA profielen uit te wisselen. De DNA profielen van veelplegers werden toegevoegd in 2009 en in 2010 volgden de veroordeelden voor misdrijven waar een gevangenisstraf van 4 jaar of meer op staat. Dat is een erkenning voor de geweldige potentie van DNA in de opsporing.

In de afgelopen 20 jaar zijn er ruim 200.000 personen en ruim 60.000 sporen opgenomen in de databank. Er zijn bijna 30.000 matches tussen sporen en personen gevonden, waaronder , na 19 jaar, die van de Utrechtse serieverkrachter. Ruim 30.000 sporen “wachten’ nog op een dader. De effectiviteit van de databank is enorm en zou nog verder kunnen worden versterkt door het vergroten van het aantal personen dat in de databank wordt opgenomen.

Ik heb eerder al gepleit dat ‘het DNA van iedere Nederlander in de databank’ een enorme beperking van het aantal slachtoffers zou kunnen opleveren door het eerder ‘pakken van de daders’. Vooralsnog lijkt dit standpunt niet echt houdbaar vanwege de enorme impact van privacy in het publieke debat.

In Nederland onderzoekt de politie samen met het NFI , Nederlands Forensisch Instituut, de mogelijkheid om, net als in de VS, snelle DNA machines in te zetten op een PD, plaats delict. Hiermee kunnen veel sneller sporen worden gekoppeld aan personen die zijn opgenomen in de databank.

Nog verder gaat de inzet van snelle DNA machines vlak na de arrestatie van verdachten. Hiermee wordt de mogelijkheid om ‘matches’ in een eerder stadium te maken sterk vergroot. De commissie Hoekstra heeft naar aanleiding van de dood van oud Minister Borst geadviseerd dit toe te passen voor verdachten tijdens hun inverzekeringstelling, IVS. Bovenstaande maatregelen vragen om nieuwe politieke besluitvorming.

Kamerlid Lilian Helder (PVV) heeft Minister Van der Steur vragen gesteld over de ruim 10.000 veroordeelden van wie het DNA nog niet kon worden opgenomen in de databank omdat ze zich niet gemeld hebben en nog niet gevonden zijn. 10.000 potentiele matches. Zou het niet praktisch zijn als direct na de uitspraak er DNA wordt afgenomen? De Minister heeft toegezegd hierover op korte termijn uitsluitsel te geven.

Aandacht voor slachtoffers en nabestaanden zou dezelfde prioriteit moeten krijgen als de bescherming van de verdachte. 20 jaar ontwikkeling van DNA als opsporingsmiddel vraagt om verdergaande regelgeving die rechtsbescherming biedt aan slachtoffers en de aanpak van daders verruimd. De rechtsorde zou hiermee gediend zijn.

Lex Mellink is sociaal architect, gespecialiseerd in veiligheid en oud-leidinggevende in de politiewereld. De Politiecolumn verschijnt wekelijks en wordt afwisselend geschreven door politiedeskundigen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blogger

Lex Mellink

Lex Mellink werkte bijna 30 jaar bij de politie, onder meer als politiechef in Utrecht. Als directeur op de Politieacademie was hij betrokken bij het nieuwe politieonderwijs. Mellink studeerde onder andere aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Mellink werkt nu als sociaal architect aan veiligheidsvraagstukken. Daarnaast is hij onder meer lid van de Raad voor de Journalistiek.