De Oasebar overleeft en komt nu naar het Luxor

Gerard Cox en Joke Bruijs staan de komende maanden samen op de planken in een show over de legendarische Oasebar.

Joke Bruijs en Gerard Cox tijdens de presentatie van de voorstelling De Oase Bar in de gelijknamige bar.
Joke Bruijs en Gerard Cox tijdens de presentatie van de voorstelling De Oase Bar in de gelijknamige bar. Foto Robin Utrecht/ANP

Joke Bruijs kwam er al als 15-jarige, Gerard Cox is er nooit geweest, ook niet toen hij er maar zo’n honderd meter vandaan woonde. De Oasebar, legendarische nachtzaak op de Schilderstraat. Waar rond 1956 ‘tout’ Rotterdam tot in de vroege uurtjes aan de toog schoof om met de broers Jaap en Arie Valkhoff te lachen, te drinken en te zingen.

Iedere artiest of vaste klant die voet over de drempel zette, werd begroet met het liedje Kijk nou es wie d’r binnenkomt... De hele bar galmde mee. Bruijs kwam er na afloop van haar optredens met The Air Shots. Kon ze meteen weer het podiumpje op voor een evergreen als I can’t give you anything but love. Was Japie, als oud-jazzartiest, gek op.

Ook zijn eigen schuine zeemansliedjes deden het goed. Als de zanger en schrijver van composities als Diep in mijn hart of Ik ben verliefd op een keukenmeid er een aanhief, kregen de lampjes boven de tapkast een slinger. Was het voor de zingende cliëntèle alsof het een deinend schip was.

Van dat ‘legendarisch’ is waar, zegt Bruijs terugblikkend over De Oasebar. „Eén warm bad.” Japie was het genie, Arie de gangmaker en bedrijfsleider.

Gerard Cox was in de hoogtijdagen van de Oasebar actief als ‘maatschappijkritisch cabaretier’, en dat eerbiedzame werk liet zich indertijd moeilijk verenigen met een liefde voor volks amusement. Hij woonde op de Witte de Withstraat, maar na een optreden met Lurelei een afzakkertje halen in De Oasebar? Nee dus.

Natuurlijk heeft óók Cox later in zijn leven wel ingezien hoe fenomenaal goed Japie Valkhoff in zijn genre was: „De radio was in zijn jaren van je bokkie, bokkie bèh en van je over 25 jaar zal ik jou nog steeds beminnen. Gezapige leukigheid. Japie was een van de weinigen toen die écht een song kon schrijven.”

Valkhoff overleed in 1992 aan de gevolgen van een auto-ongeluk. Bruijs en Cox waren toen nog wel getrouwd. (Bruijs: „Ik zeg altijd: „Wij woonden toen in de Hoeksche Waard, maar daar lag het niet aan”). En in Rotterdamse cafés zitten tegenwoordig vrijwel alleen koffiedrinkende hipsters met knotjes. Maar zie, de Oasebar overleeft alles en iedereen.

Zestig jaar bestaat de pijpenla (open van 23.00 tot 07.00 uur) en hoewel er geen live-muziek meer wordt gespeeld, kleurt de sfeer van vroeger die in sommige kroegen in Amsterdam bewaard is gebleven, ook nog De Oasebar. Iets tussen ‘Jordanese’ allure en oer-Hollandse gezelligheid.

Dat de bar springlevend is, blijkt ook uit de variétévoorstelling die naar het etablissement is vernoemd en de komende maanden in het Oude Luxor wordt gespeeld. Bruijs en Cox zijn er herenigd als het echtpaar Ali en Harry. Aan de voorstelling wordt meegewerkt door steeds wisselende artiesten, onder wie Loes Luca, Martin van Waardenberg, Jacques Herb en Brigitte Kaandorp. Veel liedjes van Jaap en Arie Valkhoff komen voorbij.

Cox in de rol van Oasebar-eigenaar anno 2016, die niet aan de gedachte kan wennen dat de glorietijd achter hem ligt. De rol van mopperkont is haar ex op het lijf geschreven, beaamt Bruijs. „Fenomenaal met typisch Rotterdamse humor. Met understatement, met cynisme kijken naar de dingen.” Met een vilein glimlachje: „Sinds we niet meer getrouwd zijn, kan ik daar ook om láchen.”

De Oasebar. Première 17-2, Oude Luxor. Voorstellingen tot mei. www.deoasebar.nl