De auteur die rekening hield met zijn vorst

In het tintelende ‘1606’ toont James Shapiro aan dat Shakespeare nadrukkelijk door zijn tijd werd beïnvloed.

Op 4 november 1605 werd op last van de Schotse koning James VI, sinds 1603 ook James I van Engeland, de kelder doorzocht van het Londense parlementsgebouw. Hij had een brief onder ogen gekregen, waarin een edelman werd verzocht de volgende dag de zitting van het parlement te mijden. ‘Want hoewel er op het oog niets aan de hand lijkt’, aldus de anonieme briefschrijver over de zitting die ook James zou bijwonen, ‘zeg ik je dat dit parlement een enorme klap te verwerken zal krijgen’.

In 1606, het nieuwe Shakespeareboek van historicus James Shapiro, valt opnieuw te lezen hoe Engeland die dag ternauwernood ontsnapte aan een grote aanslag. ’s Middags hadden bewakers nog niets kwaads gezien in de berg houtblokken en takkenbossen die ze onder het parlementsgebouw aantroffen. Pas bij een tweede ronde vonden ze zesendertig vaten buskruit. De helft was al genoeg om de Engelse heersende klasse weg te vagen.

In 1606 beschrijft Shapiro, net als in zijn eerdere boek 1599, een belangrijk jaar uit het leven van Shakespeare. Dit keer toont hij aan dat diens latere werk niet zonder historische context kan worden begrepen. Zo had The Gunpowder Plot invloed op Shakespeares eerstvolgende toneelstuk, Macbeth. Als voorbeeld geeft Shapiro het feit dat de dubbele koningsmoord in Macbeth, eerst op Duncan en later op Macbeth zelf, buiten het zicht van de kijker plaatsheeft. De gebeurtenissen uit 1605 zouden die keuze verklaren. Want de expliciete moord op een Schotse koning lag ook in 1606 nog te gevoelig.

Vurigste wens

Tussen 1600 en 1606 schreef Shakespeare negen toneelstukken, waarvan Hamlet, Othello en Macbeth de beroemdste zijn. Dat de dood van Elizabeth I en de troonsbestijging van James I in 1603 die periode in tweeën hakt, maakt 1606 extra interessant. Het werk van Shakespeare, door James aangesteld als dramaturg bij theatergezelschap The King’s Men, is volgens Shapiro door de nieuwe vorst sterk beïnvloed. Zo had James’ vurigste wens, om ‘emperor of the whole of Britian’ te zijn, meteen uitwerking op Shakespeares woordkeuze. Werd onder Elizabeth de Engelse identiteit nog in zijn stukken benadrukt, onder de Schot James veranderde ‘Englishness to Britishness’. Kwam in de Elizabethaanse toneelstukken het woord ‘Engeland’ nog 224 keer voor, onder James gebeurt dat maar 21 keer. En de eerste keer dat het woord ‘Brits’ in zijn stukken opdook was in King Lear, het eerste stuk dat hij onder James I schreef.

Met 1606 problematiseert Shapiro het huidige beeld van Shakespeare als Elizabethaanse toneelschrijver, zoals dat wordt bevestigd door films als Shakespeare in Love of het tweede seizoen van de serie Blackadder, waarin Elizabeth I ('Queenie') aangeeft dat Shakespeare haar met een van haar gedichten geholpen heeft.

Shapiro maakt duidelijk dat Shakespeare ook een Jacobean playwright was. Dat blijkt uit zijn weloverwogen woordkeuze en uit King Lear (1605), dat dezelfde boodschap heeft als een politiek traktaat van James uit 1599, dat na zijn troonsbestijging in Londen een bestseller werd: verdeel je koninkrijk nooit onder je kinderen. Zulke inzichten voorzien de latere werken van een nieuwe, frisse context.

1606 roept de vraag op of Shakespeares tijd daadwerkelijk in de haarvaten van zijn werk is gekropen. In zijn tintelende boek weet Shapiro het, dankzij zijn indrukwekkende kennis van diens oeuvre en de Engelse geschiedenis, in ieder geval aannemelijk genoeg te maken.