Bosch’ fantasie verdient sterkere dans

In de bewegingstheatervoorstelling Hieronymus B. van Nanine Linning wijzen de dansers priemend de zaal in: we zijn allemaal zondige,  kleine mensen.
In de bewegingstheatervoorstelling Hieronymus B. van Nanine Linning wijzen de dansers priemend de zaal in: we zijn allemaal zondige,  kleine mensen. Foto Kalle Kuikkaniemi

Toch een beetje griezelig, die vuurrode duivel, vinden de meeste bezoekers van Hieronymus B. Hem een hand geven durft maar een enkeling, anderen blijven op veilige afstand. In een benauwende kluit over het toneel van het Theater aan de Parade schuifelend, vermaken zij zich met andere figuren die uit de schilderijen van Jeroen Bosch zijn gestapt: een lepelaar met een trechter op de kop, een enorme vis op pootjes, een man gekleed als boot, wezens die uit manshoge oren kruipen.

Tijdens het eerste ‘luik’ van haar theatrale triptiek – onderdeel van viering van het vijfhonderdste sterfjaar van de Bossche kunstenaar – maakt choreografe Nanine Linning het publiek onderdeel van de voorstelling. Figuranten zijn zij, die net als de vele toeschouwers op de schilderijen van Bosch hun ogen uitkijken naar al die vreemde, verontrustende, Gods natuur bespottende wezens.

Tegen het einde van het drieluik, ongeveer tweeënhalf uur later, wijzen de dansers met priemende vingers de zaal in, daarna naar zichzelf: allemaal zondige, kleine mensen.

Het tweede deel van de voorstelling (de helft van de bezoekers ziet de eerste twee luiken in omgekeerde volgorde) heeft een totaal ander karakter: het is een soort educatieve videopresentatie met kerndata uit de wereld van Bosch, als context voor zijn kunstenaarschap. Opnieuw zijn de raadselachtige figuren te zien, nu tweedimensionaal en, helaas, enigszins overbodig. Veel toegevoegde waarde biedt de voorstelling voor de pauze in artistiek opzicht überhaupt niet.

In het derde en grootste ‘luik’ zien we de mens, in al zijn zwakheden en zevenvoudige zondigheid. Veel dynamische variatie verleent Linning de hoofdzonden niet. Die worden door twaalf dansers elk op een nogal naïeve manier verbeeld; als een oneindige brei van verwrongen, kronkelende lichamen die zich struikelend en vallend voortbewegen met grote passen en gehoekte armen, aan zichzelf en elkaar kluivend, vechtend, martelend, zich wellustig betastend. Voortdurend heerst een suggestie van extreme fysieke inspanning, maar door gebrek aan afwisseling en dosering slaat de choreografie juist daardoor dood.

Overigens: choreografie is misschien niet de juiste benaming. Hieronymus B. is meer beeldend bewegingstheater, met een belangrijke rol voor de vormgeving van Les Deux Garçons (Michiel Vanderheijden en Roel Moonen). Hun desolate decor met een kale, zwartgeblakerde boom en de 3D-uitvoering van Bosch’ fantasieën bieden zonder meer fraaie plaatjes. Die hadden een sterkere choreografische en dramaturgische invulling verdiend.